Uitspraak Europees Hof is ook erkenning EBI

De uitspraak van het Europees Hof over de EBI in Vught is een verwijt aan Nederland. Maar het vormt indirect ook een erkenning van diezelfde EBI.

Er valt op twee manieren aan te kijken tegen de uitspraak van het Europees Hof voor de mensenrechten in Straatsburg over de EBI (Extra Beveiligde Inrichting) in Vught. Het Hof veroordeelde Nederland wegens schending van het verbod op ,,een onmenselijke of vernederende behandeling''.

De eerste is eenvoudig: de uitspraak is een ernstig verwijt aan het adres van Nederland. Maar er is ook een andere zienswijze mogelijk. De uitspraak kan worden beschouwd als een erkenning van de basisformule van de EBI, een speciaal regime voor bijzonder (vlucht)gevaarlijke gedetineerden. Vriend en vijand zijn het er over eens dat dit zwaar is. Het Hof accepteerde echter zowel de afweging die aan plaatsing in de EBI ten grondslag ligt, als de extra beperkingen op de persoonlijke levenssfeer die dit meebrengt. Met name verwierp het Hof de klacht dat het EBI-regime neerkomt op ,,sensorische isolatie'' – het spookbeeld van de ,,isolatiefolter'' dat destijds voor veel discussie zorgde in het geval van de detentie van leden van de Rote Armee Fraktion (RAF) in Duitsland.

Moeite heeft het Hof vooral met de zogeheten visitaties, onderzoek van gedetineerden tot in hun anus aan toe. Toch billijkt het Hof deze onderzoeksmethode in het kader van een speciaal regime, met een beroep op een eerdere uitspraak over een klacht van gedetineerden in de beruchte Maze-gevangenis voor terroristen in Noord-Ierland.

Maar wat de Europese rechters te ver gaat, is de gewoonte om gedetineerden in de EBI regelmatig, elke week, te visiteren naast andere controles, zelfs wanneer er bij vorige routinecontroles niets verdachts is aangetroffen.

Dat kan men beschouwen als een beperkte veroordeling van de Nederlandse praktijk. Maar de vraag blijft waarom Nederlandse rechters en beroepsinstanties dit bezwaar niet zelf hebben onderkend. Het is natuurlijk zo dat de EBI er tien jaar geleden niet voor niets is gekomen. Het was een reactie op een serie gewelddadige gijzelingen en ontsnappingen aan het eind van de jaren tachtig, begin jaren negentig. Maar vanaf het begin werd gewaarschuwd dat het EBI-regime ,,balanceert op de grens van het toelaatbare'', zoals het in 1993 in de Tweede Kamer werd uitgedrukt. De regering beaamde dit bij monde van de toenmalige staatssecretaris Kosto (Justitie).

Een belangrijk verweer tegen de bezwaren was dat Nederland het aantal plaatsingen in de speciale gevangenis tot het uiterste probeert te beperken. Er is inderdaad een dalende lijn. De directeur van de EBI had het over 14 gedetineerden op een totaal van rond de 13.000. Het grote voordeel van de EBI is dat het de druk op de gewone gevangenissen aanzienlijk vermindert.

Zorgwekkend is wel dat de gemiddelde duur van een EBI-plaatsing de neiging heeft op te lopen. De omstandigheid dat drugsbaron Kobus L. wat dit betreft recordhouder was (september 1994 - januari 2001) zal zijn uitwerking op de Straatsburgse uitspraak wellicht niet hebben gemist.

Ook bij afnemende aantallen is een knelpunt welke informatie plaatsing in de EBI rechtvaardigt. Minister Sorgdrager (Justitie) zei daarover in 1997: ,,Het vermoeden van extreme vluchtgevaarlijkheid zal veelal zijn gebaseerd op reële vluchtpogingen, maar ook een slechte reputatie, geruchten en anonieme tips van medegedetineerden kunnen een rol spelen''. Het Europese Hof geeft aan daar niet al te diep op in te kunnen gaan, maar het checken van geruchten en anonieme tips blijft een aandachtspunt.

Wat zegt dit alles nu over de Nederlandse rechter? Op zichzelf oordeelt het Europese Hof positief over de beroepsmogelijkheden bij een speciale commissie en de gewone rechter. Er is sprake van een serieuze belangenafweging. Toch hebben de beroepsinstanties de ernst van de visitatie-routine gemist.

Bij een EBI gaat het om een tiental mensen. Deze zaak valt niet te vergelijken met eerdere uitspraken van het Europees Hof waarin Nederland terecht werd gewezen, zoals de zaak-Winterwerp (gedwongen opname onder de Krankzinnigenwet) of het te gemakkelijk gebruik van anonieme getuigen in strafzaken.