Terroristische relatie van `ambitie en haat'

Volgens de VS heeft Irak wel degelijk banden met Al-Qaeda. Daarin staat de Jordaniër Abu Musab al-Zarqawi centraal.

De Amerikaanse zaak tegen Irak als het gaat om zijn banden met Al-Qaeda rust grotendeels op Abu Musab al-Zarqawi. Hij is een in 1968 geboren Jordaniër van Palestijnse afkomst met specialiteit gif die na de oorlog in Afghanistan hoog zou zijn gestegen in Osama bin Ladens terreurnetwerk. Zarqawi heeft een volle agenda: hij wordt – niet alleen door Amerika – in verband gebracht met diverse terreurdaden in Jordanië, waaronder de moord op de Amerikaanse diplomaat Laurence Foley op 28 oktober, en met intensieve terroristische activiteit in Europa. Hij en zijn netwerk zouden onder andere in Frankrijk, Groot-Brittannië (waaronder de in januari opgerolde Londense `ricinegif-cel') en Rusland terroristische acties hebben beraamd. In zijn toespraak in de Veiligheidsraad zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell gisteren dat sinds vorig jaar 116 van zijn medewerkers zijn opgepakt. Dat was volgens Powell mogelijk geworden doordat een ,,gedetineerde'' informatie had verschaft over Zarqawi's doelen en de namen van leden van zijn netwerk had gegeven. Die gedetineerde zou de adjunct van Zarqawi kunnen zijn die volgens The New York Times vorig jaar kon worden opgepakt nadat hij rijdend door Noord-Irak zijn satelliettelefoon had gebruikt om de moordenaars van Foley te feliciteren.

Zarqawi is geen onbekende voor de Amerikaanse autoriteiten. Vorig jaar april werd zijn naam genoemd toen minister van Defensie Rumsfeld Iran ervan beschuldigde Al-Qaeda een toevluchtsoord te bieden. Vervolgens verklaarde president Bush begin oktober in een toespraak dat verscheidene Al-Qaeda-leiders hun toevlucht hadden gezocht in Irak, ,,onder wie een zeer hoge Al-Qaeda-leider die dit jaar in Bagdad een medische behandeling ontving''. Amerikaanse functionarissen identificeerden deze hoge leider toen als Zarqawi. Zij voegden eraan toe dat er geen hard bewijs was dat de Iraakse regering wist dat Zarqawi in Bagdad was, maar achtten het ,,moeilijk te geloven'' dat een prominent lid van Al-Qaeda in Irak kon zijn zonder dat de overal aanwezige inlichtingendiensten dat oppikten.

Powell verklaarde gisteren dat toen Zarqawi herstelde van zijn medische behandeling in Bagdad, in mei 2002, bijna 20 van zijn medewerkers naar de Iraakse hoofdstad waren gekomen en daar een basis hadden gevestigd. Dezen opereren daar sindsdien vrijelijk, aldus Powell, die hiervan overigens geen bewijzen gaf. Irak ontkent elk contact met Al-Qaeda, maar ,,die ontkenningen zijn eenvoudig niet geloofwaardig''. Ambitie en haat vormen volgens Powell de basis voor de samenwerking tussen deze ideologische tegenpolen. Zarqawi's netwerk zou voorts een opleidingskamp voor terroristen hebben ingericht in het gebied van de extremistische Ansar al-Islam in Noord-Irak, dat sinds 1991 buiten de greep van Saddam Hussein is. Maar volgens Powell heeft het Iraakse regime een agent in de top van de Ansar. Zelf houdt de Ansar vol niets met Bagdad of Al-Qaeda te maken te hebben. Ansar-leider Mullah Krekar, die vorige maand door Nederland naar Noorwegen werd uitgezet en daar op vrije voeten is, daagde de VS vorige week in een vraaggesprek uit met bewijzen te komen.

www.nrc.nl