Swissair duwde Sabena afgrond in

De Belgische Kamer behandelde gisteren het rapport van een parlementaire enquête naar het faillissement van Sabena. `List en bedrog' leidden naar de afgrond.

Een reddende engel. Dat was voor de Belgische overheid de Zwitserse maatschappij Swissair, die in 1995 binnen werd gehaald ten behoeve van het noodlijdende Belgische staatsbedrijf Sabena. De Zwitsers kregen om hun veronderstelde expertise en betrouwbaarheid carte blanche, hoewel ze met 49,5 procent minderheidsaandeelhouder waren.

Een lid van de parlementaire enquêtecommissie die de ondergang van Sabena onderzocht, noemde Swissair gisteren in de Kamer ,,een onbetrouwbare feeks'' in een schijnhuwelijk. Het inmiddels ook failliete Swissair wilde de alliantie om via luchthaven Zaventem toegang tot de Europese Unie te krijgen.

De affaire past in de recente reeks bedrijfsschandalen. Een Brusselse onderzoeksrechter houdt zich er ook mee bezig. In een spectaculaire actie liet hij in 2001 bij het Sabena-kantoor een auto onderscheppen, waarin heimelijk bedrijfsdocumenten werden geladen. Mogelijk was er sprake van smeergeld.

De aankoop van 34 Airbussen door Sabena op 17 november 1997 speelt een sleutelrol in het rapport van de commissie, omdat de transactie Sabena's ondergang versnelde. Volgens de commissie wordt ook de ,,kwade trouw'' van Swissair hierdoor aangetoond. Velen hadden na Sabena's faillissement in 2001 al vragen gesteld over de miljardenaanschaf.

De commissie kwam er achter dat Swissair heimelijk negentien opties op Airbussen naar Sabena doorschoof. De informatie komt uit het verhoor van een Airbus-medewerker door justitie. Hiermee lijkt de verklaring gevonden waarom Sabena veel meer vliegtuigen bestelde dan het eerst van plan was. De Zwitserse Sabena-topman Paul Reutlinger tekende op 17 november 1997 het memorandum of understanding met Airbus Industries voor de aankoop van 34 toestellen. Hierin werd de overdracht van de 19 opties naar Sabena vermeld. Niettemin ontkende Reutlinger voor de enquêtecommissie glashard dat hij ervan wist. Volgens de commissie loog de topman. ,,Het is onmogelijk dat CEO Paul Reutlinger niet op de hoogte was van de overdracht van deze opties.'' Reutlinger schond ook op ,,flagrante wijze'' zijn neutraliteit tegenover beide Sabena-aandeelhouders door Swissair heimelijk te instrueren hoe de Belgen in de tang te nemen.

Dat Swissair weigerde aan een toegezegde financieringsconstructie voor de Airbussen mee te werken, werd de bestuursraad van Sabena nooit gemeld. De overdracht van de opties werd ook niet genotuleerd op een vergadering van het managementcomité van Sabena, dat kennelijk onwetend moest worden gehouden. Ook Sabena's bestuursraad, waarin de Belgische staat zitting had, werd over de overdracht van de opties ,,nooit iets gemeld''.

De rol hierin van de Belgische secretaris-generaal van Sabena, Patrick du Bois, is zeer verdacht. Hij bracht noch management-comité noch bestuursraad op de hoogte van de opties, ofschoon hij er gedetailleerd kennis van droeg. Volgens de enquêtecommissie maakte Du Bois bij bestuurders ook ,,valselijk'' gewag van unanimiteit in het management-comite over de Airbus-aankoop.

Waarom Swissair van de Airbus-opties afwilde? Swissair-topman Philippe Bruggisser gaf of 8 december 1997 zelf het antwoord in een bestuursvergadering van SAir-Group. Volgens hem was ,,het einde van de boom in de luchtvaart in zicht''. Toch had Bruggisser enkele weken eerder bij Sabena op de aankoop van 34 Airbussen aangedrongen via Zwitserse leden van de bstuursraad. Sabena betaalde voor de 19 opties 5,7 miljoen euro aan Swissair, dat toen al in financiële problemen zat. De commissie hekelt de rol van consultant McKinsey, die een veel te dure groeistrategie uitzette die beide carriers fataal werd.

De commissie maakt ook melding van besluiten van Sabena-topman Reutlinger die alleen voordelig waren voor Swissair: dure catering-, lease- en informatica-contracten met Swissair-dochters en Sabena-toestellen die op ongunstiger tijden moesten vliegen dan die van Swissair. Ook verkocht Reutlinger waardevolle vertrektijden van Sabena op Londen-Heathrow zonder het bestuur te informeren. De opbrengst werd ten onrechte als lopende inkomst geboekt. En hij sloot zonder mandaat nadelige route-contracten af.

Waarom bleven de Belgen in de bestuursraad zo passief? De enquêtecommissie vat het antwoord in één zin samen: ,,De Belgische Staat had de leden van de raad van bestuur op het hart gedrukt dat de samenwerking met Swissair moest slagen.'' Het chronisch verlieslijdende Sabena had immers geen alternatief meer, omdat de Europese Commissie sinds de luchtvaartliberalisering in de EU staatssteun aan banden had gelegd. De enquêtecommissie wijst wegens de politieke gevoeligheden geen schuldigen aan onder Belgische toppolitici. Overheidsbedrijven waren in België politieke speeltjes van opeenvolgende kabinetten.

Pas toen Swissair in 2001 zijn belofte niet nakwam een meerderheidsaandeel in Sabena te nemen en ook andere contractuele verplichtingen negeerde, kwam minister Rik Daems (Overheidsbedrijven) met schadeclaims en stelde hij Zwitserse bestuurders aansprakelijk. Een recent rapport van Ernst & Young over het faillissement van Swissair, waarin staat dat Swissair boekhoudbedrog pleegde en zijn schuld verborgen hield, geeft de Belgische staat nog meer munitie. De curator van het Sabena-faillissement overweegt claims in te dienen.