Ramp met Columbia niet door schuim

Het ruimteveer Columbia is waarschijnlijk niet verongelukt als gevolg van schade die een stuk isolatieschuim kort na de start aan het hittewerende schild heeft toegebracht. Dit zei Ron Dittemore, hoofd van het Space Shuttle-programma van NASA gisteren in Houston. Daarmee ligt de vraag naar de oorzaak van het uiteenvallen van de Columbia, afgelopen zaterdag kort na terugkeer in de dampkring, weer helemaal open.

Tachtig seconden na de lancering van de Columbia, 16 januari vanaf Cape Canaveral, werd het ruimteveer getroffen door een stuk isolatiemateriaal. Dat was losgeraakt van de externe brandstoftank en ketste tegen de onderkant van de linkervleugel. Op basis van videobeelden van de lancering schatten NASA-ingenieurs de omvang van het stuk keiharde schuim op 50 bij 40 bij 15 centimeter, en het gewicht op 1,2 kilo. De klap tegen het hittewerende schild, met een snelheid van 800 kilometer per uur, zou een of meer tegeltjes kunnen hebben beschadigd.

Eerder deze week wees Dittemore het stuk schuim nog aan als de voornaamste kandidaat voor de oorzaak van de ramp. Maar gisteren keerde hij terug naar het standpunt dat NASA-ingenieurs, die het incident hadden onderzocht, nog tijdens de vlucht hadden ingenomen. De conclusie was toen dat het schuim weliswaar tegeltjes kan hebben beschadigd, maar dat dit verder geen consequenties kon hebben. Na de botsing nog eens helemaal te hebben doorgerekend, waarbij de klap erger is voorgesteld dan hij waarschijnlijk was, bleven de ingenieurs bij hun standpunt.

De gedachte dat er ijs op het schuim zat omdat de Columbia langer dan gewoon op het lanceerplatform heeft gestaan en aan zware regenbuien is blootgesteld wees Dittemore van de hand. Het schuim zou waterdicht zijn. Ook zei Dittemore dat iedere Shuttlevlucht kampt met kapotte hittewerende tegeltjes. ,,We geloven niet in dat stuk schuim. Het moet iets anders zijn geweest, iets waar we nog geen zicht op hebben.''