Oorlog komt dichterbij met requisitoir Powell

Colin Powell presenteerde gisteren bewijzen tegen Irak. Hij vergrootte het draagvlak voor een hardere aanpak van Saddam.

Colin Powell kan tevreden zijn. Met zijn methodische en dwingende presentatie gisteren in de VN-Veiligheidsraad zal hij veel sceptici en twijfelaars in de wereld ervan hebben overtuigd dat Irak nog steeds massavernietigingswapens verbergt, de wapeninspecteurs fopt en een acuut probleem vormt voor de Verenigde Naties. Het kritische Amerikaanse thuispubliek reageerde gisteren positief. Dat alleen al is winst voor de regering-Bush, die zich primair laat leiden door de eigen bevolking en het Amerikaanse Congres.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken won met zijn anderhalf uur durende rede in een speciale zitting van de Veiligheidsraad de internationale opinie nog niet voor een oorlog met Irak, maar dat kan hij ook niet hebben verwacht. Of Powell de wereld ervan overtuigd heeft dat oorlog het enige antwoord is, zal pas de komende dagen en weken blijken, als regeringen en publieke opinie zijn requisitoir hebben laten bezinken.

Op het eerste gezicht leek het directe diplomatieke effect gisteren gering: Frankrijk, Rusland en China, drie permanente leden van de Veiligheidsraad met vetorecht, riepen meteen om meer en intensievere inspecties, waarmee zij ogenschijnlijk tegenover Amerika en Groot-Brittannië bleven staan. Maar dit waren al eerder voorbereide reacties. En bovendien onderschreven zij onbedoeld al een van Powells belangrijkste conclusies: het huidige inspectieregime in Irak werkt niet. En ook dat is winst voor de VS.

Op basis van onder meer afgeluisterde telefoongesprekken en satellietfoto's holde Powell gisteren de geloofwaardigheid van Irak, die al in twijfel wordt getrokken door de chef-wapeninspecteurs, aanzienlijk verder uit. Daarmee vergrootte hij het draagvlak voor een hardere aanpak van Irak. En daarmee is een oorlog, bij gebrek aan alternatieven, de facto dichterbij gekomen.

Powell zette een reuzenstap naar een ontknoping van de Irak-crisis. Zonder te dreigen met oorlog maakte hij de onvermijdelijkheid van oorlog duidelijk, door de wereld onuitgesproken deze vraag voor te houden: hoe wilt u, gegeven de aard van dit Iraakse regime, dit probleem nog anderszins serieus en effectief oplossen? Zijn antwoord was duidelijk: wij, de VS, gáán dit probleem hoe dan ook oplossen en niet nog maanden wachten, doe mee of zink weg in betekenisloosheid. Net als Bush de afgelopen maanden waarschuwde Powell voor de ,,irrelevantie'' van de VN-Veiligheidsraad, maar uit de mond van een `duif' en evenwichtig multilateralist klonkt dat een stuk dreigender. [Vervolg POWELL: pagina 5]

POWELL

Nog maanden doorgaan met wapeninspecties is uitgesloten

[Vervolg van pagina 1] Zijn toespraak getuigde van geen enkel vertrouwen in het huidige Iraakse regime. Daarmee zei Powell in feite dat een vreedzame oplossing een gepasseerd station is, als dat met deze Iraakse leider al ooit tot de mogelijkheden heeft behoord. Hij presenteerde zoals aangekondigd geen `smoking gun'. En in die zin ontbrak de overdonderende dramatiek van het `Stevenson-moment': de presentatie van glashard fotografisch bewijs van Sovjet-raketten op Cuba door Amerika's VN-ambassadeur in de Veiligheidsraad in 1962.

Maar het `Powell-moment' was solide genoeg voor het doel van zijn optreden: regeringen en burgers aan het denken zetten dat voortmodderen in Irak met wapeninspecties ongeloofwaardig is. Powell wilde gisteren Irak verder in de verdrukking brengen en de mondiale publieke opinie in beweging brengen. De combinatie van enkele kleinere `heterdaadjes' in telefoontaps en op foto's, beschuldigingen, twijfels, onbeantwoorde vragen en analyse gaf een totaalbeeld, dat de VN zeker tot actie zullen dwingen. Het zal ook gevolgen hebben voor het huidige inspectieregime, als dat nog wordt voortgezet. Powell toonde gisteren aan dat de verificatiemethoden van de inspecteurs volstrekt tekort schieten. Daarvoor waren enkele afgeluisterde en gisteren gepresenteerde frasen van Iraakse militairen als ,,Verwijder'' of ,,We hebben alles verwijderd'' genoeg.

De kans dat de VS de overige permanente leden van de Veiligheidsraad zullen meekrijgen voor een eventuele tweede VN-resolutie, die militair ingrijpen steunt, is na gisteren groter geworden. En ook dat is winst voor de Amerikaanse regering. De VS zeggen weliswaar publiekelijk dat zij zo'n resolutie niet nodig hebben. Maar het leidt geen twijfel dat zij bereid zijn te onderhandelen over zo'n resolutie als dat leidt tot een grotere militaire coalitie tegen Irak, gesteund door de Veiligheidsraad. De Amerikaanse regering realiseert zich ten volle dat zij de VN nodig hebben voor het tijdperk na de oorlog en de wederopbouw.

Op dit moment lijkt zo'n oorlogsresolutie op het eerste gezicht kansloos, maar dat kan snel veranderen als de andere landen zich beginnen te realiseren dat de VS niet meer wachten en desnoods buiten de VN om ten aanval trekken. Dat inzicht komt mogelijk al de komende dagen als zij de speech van Powell verder bestuderen en ook tot de conclusie komen dat Irak nu de duimschroeven moeten worden aangedraaid.

Nu nog maanden doorgaan met inspecties is wat de VS betreft uitgesloten, maakte Powell duidelijk. En de kans lijkt klein dat de VS akkoord zullen gaan met de suggestie van de Franse minister De Villepin om het aantal inspecteurs desnoods te ,,verdrievoudigen''. Powell heeft gisteren het tijdschema voor een oplossing van de Irak-crisis aanzienlijk bekort.

De chef-inspecteurs reizen komend weekeinde weer naar Bagdad en zullen daar opnieuw hun ontevredenheid over Iraks medewerking uiten. Zij rapporteren volgende week vrijdag weer aan de VN-Veiligheidsraad. Als dan een radicale verandering in Iraks houding nog steeds is uitgebleven, nadert deze crisis zijn ontknoping en het uur van de pijnlijke keuzes: hoeveel bewijzen van niet-medewerking door Irak wil de wereld nog hebben? En wie springt nog aan boord bij de VS, alle leden van de Veiligheidsraad of slechts een paar?

Die krachtsverhoudingen van voor- en tegenstanders van oorlog in de Veiligheidsraad zijn nog niet zeker en blijven fluïde. Publiekelijk steunen Mexico, Kameroen, Guinee, Pakistan, Syrië de roep van Frankrijk, Rusland, China en Duitsland om meer inspecties en een vreedzame uitkomst. Frankrijk speelt daarbij een sleutelrol, als bedenker van het plan voor twee resoluties vorig najaar.

Veel hangt af van het laatste restje geduld dat de VS nu nog hebben, en of zij nog willen samenwerken met de inspecteurs, door intelligence uit te wisselen. Daarin schuilt nog een Amerikaans belang: als de aantijgingen van Powell gisteren door de onafhankelijke inspecteurs worden bevestigd, staat de regering-Bush sterker.

    • Robert van de Roer