Kaapverdiërs rouwen om Sedar

Veel Kaapverdiërs liepen mee met de tocht ter herdenking van de zaterdag doodgeschoten Sedar Soares. De `stille migranten' krijgen het moeilijker.

De burgemeester was erbij, de pastoor, de trainer van de voetbalclub. En verder vooral veel Kaapverdiërs. Gisteren werden er twee stille tochten gehouden voor Sedar Soares, de jongen die afgelopen weekend werd doodgeschoten bij het Rotterdamse metrostation Slinge. Het Kamerlid Joao Varela (LPF) liep mee, van Kaapverdische afkomst, het gemeenteraadslid Agostinho dos Santos (PvdA), ook Kaapverdiër, en vertegenwoordigers van Kaapverdische stichtingen en verenigingen in de stad.

Sedar Soares was een vriendelijke, rustige jongen, gek op voetbal. Dat zeggen zijn vrienden, familie en ook de conciërge van de school waarop hij zat, Fred Finke. ,,Ik ken alle leerlingen. Ik houd het verzuim bij, en als er iets is, ga ik bellen.'' Sedar Soares was zaterdagavond met vrienden sneeuwballen aan het gooien. De bestuurder van een auto die door sneeuwballen werd geraakt, zou op de kinderen hebben geschoten en Sedar in het hoofd hebben geraakt.

Volgens de verhalen was Sedar zoals de meeste Kaapverdiërs in de stad. Ze worden de `stille migranten' genoemd. Het zijn er in Rotterdam zo'n zeventienduizend. Ze houden van carnaval en voetbal. ,,Misschien hebben we te veel naar Brazilië gekeken'', zegt raadslid Dos Santos. ,,Brazilië is een grote broer waar we tegenop kijken. Omdat dat land zich als kolonie op een heel andere manier heeft losgemaakt van Portugal dan wij.'' De eerste Kaapverdiërs kwamen eind jaren vijftig met een Portugees paspoort naar Rotterdam. Ze werkten op schepen of in de haven. Na de onafhankelijkheid in 1975 kwamen ook hun vrouwen over.

De Kaapverdiërs kwamen zelf, ze werden niet gehaald, zoals Turkse en Marokkaanse gastarbeiders. Dos Santos denkt dat dat hun mentaliteit ook nu nog bepaalt. ,,Ze lossen hun eigen problemen op. Ze helpen elkaar.'' Nilza Pinto, directeur van de stichting Avanço, zegt: ,,Alleen als ze echt niet anders kunnen, doen ze een beroep op instanties.'' Dat komt ook, denkt ze, doordat Kaapverdiërs lange tijd niet wisten waar ze moesten zijn. ,,Vooral die eerste generatie kwam om te werken. De taal leerden ze niet.'' Volgens gemeenteraadslid Dos Santos zijn de Kaapverdiërs daardoor ook nu nog erg gericht op zichzelf en op elkaar. ,,Ik vind dat het met de integratie niet zo goed gaat. Zo'n zestig procent van de Kaapverdiërs woont bij elkaar in deelgemeente Delfshaven.''

Hij zegt dat uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de Kaapverdiërs het wat betreft integratie, opleidingsniveau en welvaart niet beter doen dan de Turken, Marokkanen of Antillianen. Tot zo'n vijf jaar geleden waren ze volgens hem wel minder vaak betrokken bij criminaliteit. ,,Maar nu maak ik me grote zorgen. Kleine jongens komen steeds vaker in contact met grote criminelen. Ze kunnen in een weekend een paar duizend euro verdienen als ze een pakje wegbrengen naar bijvoorbeeld Frankrijk.'' Nilza Pinto zegt dat uit criminaliteitsonderzoek een paar jaar geleden bleek het niet goed gaat met de Kaapverdische jongeren. ,,Vechtpartijen, drugs.'' Maar haar stichting gelooft die uitkomsten niet zomaar. Avanço, de jongerenvereniging Cabo en de GGD hebben eigen onderzoek gedaan, de resultaten worden later deze maand gepresenteerd. ,,Ik mag nog niet zeggen wat die zijn, maar het valt erg mee.'' Toch is haar stichting begonnen met `preventie-projecten' om jongeren op het rechte pad te houden.

Dos Santos denkt dat de stijgende criminaliteit vooral te maken heeft met het grote aantal `sleutelkinderen'. Zo'n vijfenzestig procent van de Kaapverdische huishoudens in Rotterdam bestaat uit alleenstaande moeders met kinderen, en die moeders werken vaak hard, vooral als schoonmaakster. Dat er zoveel alleenstaande moeders zijn, heeft volgens Dos Santos te maken met de macho-cultuur van de Kaapverdiërs. ,,Mannen vinden het normaal om meer dan één vrouw te hebben.'' Hij zegt dat hij dat ook nog ziet bij jongens die in Nederland geboren zijn.

Ook Sedar Soares groeide op in een gezin met alleen een moeder. Zijn vader woont op de Kaapverdische eilanden. Pastoor Peter Stevens van de Rotterdamse migrantenparochie Onze Lieve Vrouwe van de Vrede, waar vooral Kaapverdiërs bij horen, noemt het ,,een groot probleem''. Maar hij wil er niet over oordelen. ,,Het heeft te maken met hun cultuur en historie. Mannen hebben zich nooit zo gebonden gevoeld aan hun vrouwen. In de tijd van de slavernij werden ze van hen gescheiden, later waren het zeevaarders.'' De pastoor heeft zondagmiddag in het Sophia-kinderziekenhuis de laatste gebeden gedaan voor de jongen. ,,Ik heb hem opgedragen aan God. Toen moesten de apparaten worden uitgezet. Dat was een vreselijk emotioneel moment. Het is alsof je hem dan láát sterven.'' Er waren zo'n vijftig mensen bij, vooral familie.

,,We haddden hier ook gestaan als deze jongen Marokkaan, Antilliaan of Nederlander was geweest'', zegt een Kaapverdische man die met een roos in zijn hand naar de stille tocht staat te kijken. Bij het metrostation leggen leerlingen van de Maarten Lutherschool bloemen neer, er zijn toespraken. Een klasgenoot zegt: ,,Sedar, jij toonde respect voor iedereen. Dat zal ik nooit vergeten.''