Het visioen van de sjeik

Voor de kust van Dubai worden twee enorme kunstmatige eilanden aangelegd. Kosten: anderhalf miljard euro per stuk. Nederlandse baggeraar Van Oord ACZ is dolblij met het visioen van kroonprins sjeik Al Makthoum. Of het project winstgevend wordt, maakt de sjeik niets uit.

Het was een nacht, een jaar of vijf geleden. De sterren straalden vanuit een onbewolkte hemel neer op het paleis van kroonprins Sjeik Mohammad bin Rashid Al-Makthoum. Een diepe slaap had zich meester gemaakt van de aanstaande leider van het kleine, maar welvarende Emiraat Dubai. Buiten blies een lichte zeebries speels door de bladeren van de honderden palmbomen in de paleistuin, binnen rook het naar muskusolie en rozenwater. Met zijn hoofd diep in zijn gouden kussen had de sjeik een visioen. Hij zag een groots eiland voor de kust, niet ver van zijn paleis. Het had de vorm van een palmboom; mensen woonden er in villa's met zwembad, privé-strand en parkeerplaats voor meerdere autos. Hun woningen waren aangesloten op snelle internetverbindingen. De bewoners vermaakten zich in winkelcentra en een dolfinarium. Toeristen verbleven er in veertig hotels van ongekende luxe. Elektronische toegangshekken zorgden ervoor dat Kwade Krachten buiten de deur bleven. Het was er mooi en fijn: een paradijs op aarde. De volgende ochtend besloot de sjeik dat het eiland er moest komen.

De koninklijke ingenieurs gingen direct aan de slag. Maandenlang werkten ze dag en nacht aan het plan. Maar telkens weer stuurde de sjeik hun voorstellen terug. Het moet groter, beval hij dan. De sjeik eiste dusdanige afmetingen dat het bouwsel vanaf de maan met het blote oog zichtbaar zou moeten zijn. `Palm-eiland zal het achtste wereldwonder worden, het grootste kunstmatige eiland ooit door mensen gemaakt', wenste kroonprins Al-Makthoum. `Weten jullie wat: maak er maar twee, dan doen we het meteen goed.' En zo geschiedde.

Dus staan er nu twee gebouwen op het strand voor de plaats waar het eerste eiland in zee moet verrijzen. Eén prachtige ontvangsthal, gemaakt van glas, tentdoek en marmer, en één pre-fab container met een aluminium deurtje. Daar zitten de Nederlandse baggeraars die de droom van de sjeik tot werkelijkheid maken. De weg naar de ontvangsthal is afgebakend met kabbelende stroompjes, maar de mannen van Van Oord ACZ moeten hun Toyota's over een hobbelige zandweg sturen.

Het baggerbedrijf is erg in zijn nopjes met het visioen van de kroonprins. ,,Dit is een héle grote klus'', zegt projectleider Jan Rijkers tevreden. Het bedrijf ontvangt het grootste deel van de 275 miljoen euro die is uitgetrokken voor de bouw van het eiland. De klus is in oktober 2001 begonnen en moet oktober dit jaar af zijn. Vanuit zijn raam ziet de projectleider de acht schepen van Van Oord ACZ terugkomen van de open zee. Iedere week spuiten ze totaal één miljoen kubieke meter zand op het eiland. De eerste `bladeren' en een deel van de stam van de palm zijn al af. Rijkers, grote handen, opgerolde mouwen, pakt nog wat tabak uit zijn blikje Drum. ,,Laten we maar eens een kijkje van dichtbij gaan nemen.''

Speedboot `Wilma' snijdt door de diepblauwe wateren van de Perzische Golf. Als de kustlijn van Dubai in de verte verdwijnt wordt duidelijk wat de omvang van het eiland wordt. De ring die als een rif het eiland moet beschermen tegen de zee, wordt 200 meter breed en elf kilometer lang. De palm zelf steekt vijf kilometer de zee in, en wordt met het vasteland verbonden per boot, via 300 meter lange bruggen en ook nog met een monorail over de `stam'.

Van Oord maakt alleen de boom; een Grieks bedrijf, Archirodon, legt de rif aan. Zestien bladeren van honderd meter breed en tussen de vijfhonderd meter en de 2 kilometer lang, aan een vijf kilomter lange stam, bieden de de baggeraars van Van Oord ACZ nog werk genoeg. Meer dan 250 man werken rond de klok aan de palm. Ieder schip maakt een ronde van vier uur. Eén uur varen, één uur zand opzuigen, één uur terugvaren en één uur storten, legt Rijkers uit. De 80 miljoen kubieke meter zand wordt opgedregd uit de vaargeul die naar de haven leidt, die daarmee 17 meter diep wordt.

Voor het tweede eiland is een Chinees bedrijf ingeschakeld. Die denken goedkoper te kunnen werken, zegt Rijkers bedenkelijk. Terwijl de Nederlanders strak op schema liggen, is bij het tweede eiland 15 kilometer verderop, flink wat achterstand.

De bebaarde Pakistaanse kapitein, één van de miljoenen gastarbeiders in het Emiraat, zet koers naar een van de `Nederlandse' bladeren. Wit zand en een blauwe zee raken elkaar bij de top van het eiland. Een provisorische aanlegsteiger met een groene mat leidt de bezoekers naar het nieuwe land. Een enorme vlag met daarop het woord `The Palm' wappert in de wind. De enige bebouwing op het eiland is een soort bedoeïenentent. Rijkers: ,,Soms vaart de sjeik hier even naartoe en dan loopt die wat door de branding. Het wordt mooi, zegt-ie dan tevreden.''

Op de Volvox Delta, een van de baggerschepen die het eiland bouwen, hangt kapitein Frank Wuis boven een tekening van de Palm met daaroverheen een raster van vakjes. ,,We halen het zand en spuiten het in de vakjes: we zijn vakkenvullers.'' Hoewel de bemanningsleden van de schepen iedere dag de witte stranden en hotels van Dubai in het vizier hebben, mogen ze niet naar het vasteland. Met kerst en oud en nieuw wordt een uitzondering gemaakt. Rijkers: ,,Dan leggen we het werk 12 uur stil en kan de helft van de bemanning de wal op. Met nieuwjaar mag de andere helft.''

In de luxe ontvangstruimte van de palm zijn de gedachten al bij 2005, want dan hoopt Sjeik Mohammad bin Rashid Al Makthoum het eerste eiland groots te openen. Vooralsnog zijn alleen de steriele verkoopruimte en de zandbanken die straks de palm moeten gaan vormen tastbaar bewijs van het megaproject. De 2500 luxe villa's, variërend in prijs van 720.000 euro voor een huis met een oppervlakte van 650 vierkante meter, tot 1.280.000 miljoen euro voor een optrekje van 1350 vierkante meter, waren binnen drie weken uitverkocht. Over een paar maanden gaan de 2400 appartementen in de verkoop. Die zullen ook heel snel gaan, weet verkoper Saeed Al-Jaflah. Dit is namelijk de enige locatie waar buitenlanders in Dubai een huis kunnen kopen. De metershoge glazen wand in zijn kantoor biedt een uitzicht op de baggerschepen die het zand in bogen van tachtig meter ver op het eiland spuiten.

Plotseling komt er een groot gezelschap binnen in de ontvangstruimte. Oh... daar is die!, fluistert Al-Jaflah opgewonden. De bedenker, grootfinancier en opperopzichter schrijdt binnen. Gekleed een gouden mantel begeeft kroonprins sjeik Mohammad bin Rashid Al Makthoum zich naar de maquettes van zijn eilanden. ,,We zijn de Nederlanders erg dankbaar. Het palmeneiland is het zoveelste bewijs dat wij in Dubai alles aandurven'', vertelt de man die tot een van de rijkste families ter wereld behoort.

In Dubai komen dromen uit, al is deze met anderhalf miljard euro per eiland nogal duur. De koninklijke familie, ook wel de overheid van Dubai geheten, betaalt het grootste gedeelte van het project. Voor de volledige bebouwing op de eilanden moet nog een begroting worden gemaakt. Grote hotelketens hebben al interesse getoond, Kempinski heeft al getekend. Toch lijken de palmen vooral een prestigeproject dat geen winst zal maken. ,,Dat maakt niet uit: het gaat ons erom dat Dubai een van de meest prominente toeristenbestemmingen ter wereld wordt'', zegt een lachende sjeik Al Makthoum. ,,Dát is onze winst.''