Europese bede

Is Europa er alleen voor mensen die in God geloven? Het lijkt een wonderlijke vraag voor een duchtig geseculariseerd continent dat de scheiding van kerk en staat probeert hoog te houden, met name tegenover radicale moslimtendensen. Toch is de Conventie die een Europese grondwet moet opstellen serieus bezig met de vraag of dit document het opperwezen moet aanroepen. Conventievoorzitter Giscard d'Estaing levert een mooi voorbeeld van het dilemma. Nog onlangs verzette hij zich tegen een Turks lidmaatschap van de Europese Unie met het argument dat de cultuurverschillen te groot zijn. Een onmiskenbare buiging naar het christelijke erfgoed van Europa dat de christen-democraten onder de Duitse kanselier Kohl al in stelling brachten. Maar Giscard is ook voormalig president van een land dat het beginsel van `laïcité' (wereldlijkheid) tot grondslag van de republiek verhief.

Nu is de scheiding van kerk en staat een beginsel met manoeuvreerruimte, zoals het eens mooi werd getypeerd. Een interessant voorbeeld zijn de Verenigde Staten, die van oudsher een groot punt maken van de scheiding van kerk en staat. Maar het Amerikaanse Congres heeft wél een (telkens wisselende) aalmoezenier die bij het openen van de zitting voorgaat in gebed en op de Amerikaanse munten staat In God We Trust. Dat laatste geldt trouwens ook voor de twee-euromunt van ons land. Nederland zag overigens het afgelopen jaar de bede in de troonrede terugkeren, een stap terug van de neutralere formule van de vorige regeerperiode.

In elk geval behoort Nederland tot de sceptici in de Conventie als het gaat om het opnemen van een bede in de Europese Grondwet. Al was het alleen vanwege het voorgestelde compromis: ,,De waarden van de Unie omvatten de waarden van hen die in God geloven als de bron van waarheid, gerechtigheid, goedheid en schoonheid, zowel als die van hen die niet dit geloof delen maar deze universele waarden respecteren vanuit andere bron.'' Daarmee wordt een tweedeling van Europese burgers geïntroduceerd die een bron van tweedracht is. Zij is ook overbodig. Waar het om gaat zijn de waarden die worden benoemd, zoals gerechtigheid. Waarom trouwens niet de algemene welvaart? Dat doet de Amerikaanse grondwet in zijn preambule zonder er het opperwezen bij te halen, ondanks die aalmoezenier en het opschrift op de munt. Het ontbreken van God in de preambule van de federale grondwet is ook geen belemmering voor het overgrote deel van de Amerikaanse deelstaten om in hun eigen constitutie te refereren aan een Almachtige. Zo is het ook in Europa. De Duitse grondwet rept van de verantwoordelijkheid van het volk ,,tegenover God en de mensen'', maar het randschrift van de euromunt houdt het bij ,,eenheid en recht''. De Nederlandse euromunt vermeldt God, de Grondwet doet dat niet. Het is niet wijs deze verscheidenheid te belasten met een Europese hypotheek.