Een solide betoog

Colin Powells presentatie gisteren voor de Veiligheidsraad en voor een televisiepubliek van miljoenen was sterk en indrukwekkend. Maar het allesovertuigende, harde bewijs van de aanwezigheid in Irak van massavernietigingswapens leverde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken niet. Hij had zichzelf al de wind uit de zeilen genomen door eerder te verklaren dat de smoking gun zou ontbreken. Zijn betoog van anderhalf uur had niettemin de kracht van de opsomming die schokt door haar hoeveelheid, presentatie en details. Niet alles van wat Powell over Iraks vermeende nucleaire, biologische en chemische wapens naar voren bracht was nieuw. Maar de banden met afgeluisterde conversaties waren dat wel. Hierin meldden Iraakse officieren dat ze `aangepaste voertuigen' in verband met de wapeninspecties hebben weggehaald, en dat de uitdrukking `zenuwgassen' niet meer mag worden gebruikt.

Het was dit aspect dat het meest overtuigde. Mede op basis hiervan zegt het gezond verstand dat het bewind van Saddam Hussein tot in een zeer laat stadium is doorgegaan met het bedotten van de wapeninspecteurs – en dat misschien nog wel doet. Dat is er reden van dat de in een ander tijdperk en onder andere omstandigheden gevolgde strategie van containment – inkapseling – voor Irak waarschijnlijk onbruikbaar is. Saddam is een meester in het ontduiken van de hem opgelegde regels en in het stiekem blijven werken aan zijn wapenarsenalen. Alleen onder de hoogste druk zal hij inbinden. Dat moment is nog niet bereikt. De chef-wapeninspecteurs Blix en ElBaradei gaan dit weekeinde terug naar Bagdad om te overleggen over hetgeen Powell heeft onthuld. Op 14 februari zal Blix weer aan de VN-Veiligheidsraad rapporteren en in de tussentijd kan nog van alles gebeuren. De druk zal in ieder geval verder worden opgevoerd.

Powell heeft met zijn solide verhaal misschien niet alle twijfelaars in de wereld over de streep gekregen. Maar Irak is wel de hoek ingedreven. Op Saddam rust nu het redelijke vermoeden van schuld. Hij moet aantonen hoe schoon zijn handen zijn. Hij moet de bewijzen leveren dat hij ontwapent of ontwapend heeft. De publieke opinie, zowel in de VS als elders in de wereld, slaat na Powells presentatie uit in het voordeel van Amerika. In die zin is de missie van de minister geslaagd. Hij heeft bovendien de weg geëffend voor een tweede VN-resolutie, die het gebruik van geweld tegen Irak autoriseert.

Interessant is wat de VN-wapeninspecteurs gaan doen met Powells informatie. Er zal zeker tijd nodig zijn om zijn verhaal te velde te verifiëren. Maar lang mag dit niet duren. Tijd speelt Saddam in de kaart. Tegelijk mag de degelijkheid van het VN-onderzoek door de tijdsdruk niet in gevaar komen. Het wordt lastig laveren tussen die twee klippen. Net zo'n opgave zal het de komende dagen zijn om een zekere mate van eensgezindheid in de Veiligheidsraad te bewerkstelligen. Amerika dreigt met een bijzonder soort oorlog, een preventieve, en hoezeer Powell op punten ook overtuigde – het blijft lastig aantonen dat Amerika zichzelf tegen een vermeende Iraakse bedreiging op voorhand door een aanval moet verdedigen. Daarom is het te betreuren dat uitgerekend het onderdeel van Powells verhaal waar het op 11 september 2001 allemaal mee begon – het terrorisme – er gisteren als het zwakst beargumenteerde uitsprong.

Hoe dan ook, Powell heeft als gematigde kracht binnen de regering van president Bush de zaak van Amerika sterker gemaakt. Oorlog is het nog niet en hoeft het niet te worden. Maar de trein dendert wel voort en is nog maar heel moeilijk te stoppen.