Dreigende oorlog versnelt formatie

Nu een oorlog met onvoorspelbare consequenties zich aan de horizon steeds duidelijker aftekent, kan Nederland bij de kabinetsformatie geen tijd verdoen met hete Haagse hangijzers.

Misschien was het aan de tafel van de CDA-informateur vorige week, of wellicht ook net op de gang. Feit is in ieder geval dat PvdA-leider Bos heeft laten weten dat zijn partij geen overwegende bezwaren heeft tegen het zenden van Nederlandse Patriot-luchtafweersystemen naar Turkije - hoezeer zijn partij zich de afgelopen weken ook heeft verzet tegen de militaire planning rondom Irak, terwijl er nog geen nieuwe Veiligheidsresolutie ligt waarin militair optreden tegen Irak wordt gesanctioneerd.

Zo ontwikkelt de kabinetsformatie, die vanochtend met twee informateurs van CDA en PvdA een nieuwe fase inging, zich in toenemende mate tot een `formatie van twee snelheden'. Balkenende en Bos en de twee informateurs proberen wat betreft sociaal-economische vraagstukken, veiligheid, integratie en wat dies meer zij zoveel mogelijk de kaarten tegen de borst houden, en grote kalmte uit te stralen. Maar ten aanzien van de internationale toestand is haast geboden.

,,Het zal ongetwijfeld aan de orde komen'', zei CDA-onderhandelaar Balkenende vanochtend bij het betreden van het gebouw van de Eerste Kamer, waar de informateurs resideren. Hij repte ook van ,,versnelling'', als gevolg van de interventie van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Powell in de Veiligheidsraad.

Irak is, aldus politieke bronnen, de afgelopen weken trouwens al vrijwel iedere keer bij de informateur aan tafel aan de orde geweest. En met reden: juist nu een oorlog met onvoorspelbare consequenties zich aan de horizon steeds duidelijker aftekent, wordt Nederland geregeerd door een demissionair kabinet, vorig jaar gevormd door een bij verkiezingen op 22 januari sterk geslonken Kamermeerderheid.

Op zo'n moment, aldus een politieke bron, zou het ,,ridicuul'' zijn om bij de kabinetsformatie tijd te verdoen aan de voors en tegens van gasboringen in de Waddenzee, of soortgelijke hete Haagse hangijzers. Naar verluidt heeft ook de koningin in haar gesprekken met fractievoorzitters na de jongste verkiezingen in verband met het buitenlands beleid op een snelle formatie aangedrongen - al had zij daarbij dan vooral de zorg om Nederlands positie in Europa op het oog.

Formeel-staatsrechtelijk heeft het demissionaire kabinet geen reden om zich inzake Irak de handen gebonden te weten, menen deskundigen. De opdracht van de koningin bij de val van het kabinet in oktober luidde, zoals gebruikelijk, ,,alles te doen wat in het belang van het koninkrijk is''. En daaronder valt zeer zeker het nakomen van internationale verplichtingen, zoals een verzoek van de Verenigde Naties om hand- en spandiensten te verlenen bij militaire acties tegen Irak, of een verzoek in het kader van de Navo. Het is trouwens ook de plicht van een Nederlandse regering om, in den brede, de handhaving van de internationale rechtsorde te bevorderen.

De politieke werkelijkheid is gecompliceerder. Over de vraag of Veiligheidsraad-resolutie 1441 nu reeds voldoende grondslag is voor militair optreden zijn de meningen verdeeld - de PvdA bijvoorbeeld meende tot nu toe van niet. Het demissionair kabinet en het CDA daarentegen vinden dat resolutie 1441 als grondslag volstaat, al gaat de voorkeur uit naar een nieuwe resolutie die verhelderend zou kunnen werken. Ook is er de mogelijkheid dat de VS zonder een hernieuwd VN-verzoek met een `coalition of the willing' tegen Irak zouden optreden, en Nederland tot medewerking wordt uitgenodigd - een beker waarvan politiek Den Haag vooralsnog van harte hoopt dat die voorbij gaat.

Het is voor het demissionaire kabinet in alle gevallen zaak, zich van zo breed mogelijk parlementair draagvlak voor het Irak-beleid te verzekeren. En `breed' betekent in dit geval vooral: met steun van de PvdA, de tweede partij in omvang in de Kamer. Dat de PvdA nu net met het CDA in formatiebesprekingen is verwikkeld komt daarbij handig uit, maar doet aan de verplichting tot het zoeken van parlementair draagvlak niets toe of af. Het is ook niet per se noodzakelijk dat PvdA-steun voor het Irak-beleid in de Tweede kamer of elders in de politieke arena zou worden uitgesproken, menen deskundigen.

Maar het is in de Nederlandse verhoudingen moeilijk voorstelbaar dat het demissionaire kabinet Balkenende ten aanzien van Irak zo te werk zou gaan als vóór de verkiezingen ten aanzien van wegverbreding of veiligheidsplan: gewoon bij de Kamer indienen en hopen dat de meerderheid van CDA, VVD en LPF - die het kabinet ooit vormden - akkoord gaat. Balkenende c.s. zijn in de huidige omstandigheden gehouden, alles op alles te zetten om de PvdA binnenboord te houden.

Dat zou desnoods ook op vertrouwelijke basis kunnen. Bijvoorbeeld door in de Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten de Kamer inzicht te geven in meer Amerikaanse bewijzen voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, dan Powell gisteren in de Veiligheidsraad heeft gepresenteerd. Naarmate het demissionaire kabinet zijn eigen overtuiging beter onderbouwt, staat het sterker.