Analyse

Moet je ingrijpen als zich op straat onaanvaardbare taferelen afspelen waar anderen of jijzelf de dupe van worden? Een oude vraag die jong blijft.

Op de televisie hoorde ik de criminoloog Hans Boutellier zeggen dat je er in zo'n situatie goed aandoet eerst `een risicoanalyse te maken'. Niet zomaar er bovenop springen, maar een kalme afweging maken. Hij adviseerde dit nadat een Rotterdamse vrouw had verteld hoe haar man in elkaar was geschopt door sneeuwbalgooiers die hij vermanend had toegesproken.

Ik zag mezelf al in de weer met papieren die in de wind dreigen weg te waaien. Voor je ogen wordt in een portiek een meisje aangerand door een dronken man, maar eerst moet je de voor- en nadelen onder het kopje `interventie: ja of nee?' aanstrepen. Waar is verdomme je balpen?

Er is vooral één factor die Boutellier over het hoofd lijkt te zien: woede. Laat ik het met een recent praktijkvoorbeeld aanschouwelijk maken.

Ik liep met mijn vrouw over een Amsterdamse gracht toen ik haar met afgrijzen naar haar hoofd zag grijpen. Daar was iets geland, iets wat hoogstwaarschijnlijk uit een duif afkomstig was. Een tel later zag ik ook op mijn bruine jas iets witgeligs omlaag glijden. Een zekere berusting maakte zich al van me meester, totdat ik zag dat het geen duifdiarree was, maar een verse klodder mensenspeeksel die traag naar beneden uitwaaierde.

We keken omhoog.

Uit een raam op de derde verdieping keken twee jongenshoofden jaar of zeventien grijnzend op ons neer. Raak! Ze staken hun voldoening niet onder stoelen of banken. Nog voordat we aan onze risicoanalyse waren begonnen, riepen we al enige krachttermen naar hen. De hoofden trokken zich terug, kwamen nog even tevoorschijn, maar verdwenen voorgoed toen wij op enkele meters afstand van het gebouw bleven staan.

We hadden geen idee wat er in het gebouw gaande was. Een of ander feest? Achter het slecht doorzichtige vensterglas op de onderste verdiepingen zagen we gewriemel van allerlei lichamen.

,,Kom eens naar beneden'', riepen we intussen naar de derde verdieping.

Was dat verstandig? Volgens de leer van Boutellier niet. Als de jongens nu eens met enkele sterke vrienden ons verzoek zouden inwilligen wat dan?

Je zou deze overweging het begin van een risicoanalyse achteraf kunnen noemen.

Op het moment zélf doe je alleen maar wat je kwaadheid je ingeeft. Je wilt genoegdoening en gerechtigheid. Je néémt het niet. Wat denken ze wel? Op je goeie kleren! Het is misschien kortzichtig, maar zo zit de mens in elkaar.

Wij bleven dus staan en roepen dat we iemand in het gebouw wilden spreken. Vijf minuten later ging de afgesloten deur open. Het bleek de achterdeur van een school te zijn. Een zmokschool, zei de vriendelijke leraar die ons voorging naar een keukentje. Hij maakte mijn jas schoon, luisterde naar ons en zei dat hij wel wist welke van zijn zeer moeilijk opvoedbare jongens de daders waren. Hij zou ze tot de orde roepen.

Hoe? Dat wilden we al niet meer weten. Met boosheid is het net als met speeksel: het zakt waar je bij staat.

    • Frits Abrahams