Aanklager eist tien maanden voorwaardelijk tegen Trichet

Tegen Jean-Claude Trichet, gedoodverfd opvolger van Wim Duisenberg als president van de Europese Centrale Bank, is gisteren `ten minste' tien maanden voorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

Met zijn eis sloot de officier van justitie het begin januari begonnen proces af tegen in totaal negen gedaagden die door het openbaar ministerie verantwoordelijk worden gehouden voor het vervalsen van de jaarcijfers van de voormalige staatsbank Crédit Lyonnais aan het begin van de jaren negentig. Veroordeling van Trichet betekent vrijwel zeker dat hij Duisenberg niet zal kunnen opvolgen.

Aan het eind van een viereneenhalf uur durend requisitoir vol financieel-technische details stelde officier Jean-Pierre Bernard zijn eis: minimaal tien maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij stelde dat de jaarcijfers in kwestie (1991, 1992, 1993) niet `eerlijk' waren geweest en dat het toedekken van de vervalsing niet `zonder opzet' kan zijn geweest. Volgens hem hadden de toezichthouders er actief aan meegewerkt. Na het horen van de eis trok Trichet bleek weg. Tegen de andere verdachten eiste de officier voorwaardelijke gevangenisstraffen van ten minste tien tot achttien maanden.

Jean-Claude Trichet (60), nu gouverneur van de Banque de France, was van 1987 tot 1993 thesaurier-generaal van het ministerie van Financiën en in die hoedanigheid belast met het toezicht op Crédit Lyonnais. Hij heeft steeds gezegd zich aan de wet te hebben gehouden en met de kennis van destijds niet anders te hebben kunnen handelen dan hij gedaan heeft. Het OM gaat echter uit van een door de politiek gecoördineerde actie, waaraan Trichet en zijn medeverdachten willens en wetens hebben meegewerkt. De Franse overheid wilde van Crédit Lyonnais één van de grootste banken ter wereld maken, een ambitie die de belastingbetaler uiteindelijk zeker vijftien miljard euro heeft gekost om een faillissement van de in 1999 geprivatiseerde bank af te wenden.

Trichet heeft steeds gehoopt dat zijn juridische problemen op tijd achter de rug zouden zijn om Duisenberg te kunnen opvolgen. Deze heeft aangekondigd op 9 juli af te zullen treden, maar is bereid langer aan te blijven `indien een soepele overgang' dat vereist. Trichets advocaat concentreerde zich in zijn verdediging op het gebrek aan bewijs voor opzettelijk toedekken van de malversaties. Overigens is volgens Franse rechtsgeleerden een eventuele veroordeling van Trichet in juridische zin geen beletsel voor de ECB-baan.