Waanzin en geweld in de favela's van Rio

Twee jaar geleden presenteerde de voormalige regisseur van commercials Fernando Meirelles in de Tigercompetitie van het International Film Festival Rotterdam zijn speelfilmdebuut Domésticas. Vijf dienstmeisjes vertellen, deels documentair, deels in fictiescènes, hoe zij hun leven ervaren. Ook Meirelles' tweede film, de wereldhit Cidade de Deus, geeft een stem aan verworpenen der aarde.

Vrij naar een autobiografische roman van Paulo Lins laat Cidade de Deus zien hoe in een modelwijk van Rio de Janeiro uit de jaren zestig, nu een favela waar geen blanke meer een stap durft te zetten, jeugdige gangsterbendes de dienst uitmaken. De film volgt de ontwikkeling van het einde van de jaren zestig, tot het begin van de jaren tachtig, wanneer drugsoorlogen met uzi's worden uitgevochten en een mensenleven geen enkele waarde meer heeft. De verteller is een tot geen van de rivaliserende bendes behorende jeugdvriend van de krijgsheren, die met het maken van foto's van de veldslagen zijn brood verdient.

Het geheim van het succes van Cidade de Deus (tweede in de publieksenquête van het afgelopen Rotterdamse festival, genomineerd door de jongerenjury, nu al een hit in Engeland) is niet alleen dat de wederwaardigheden van de door niet-professionele acteurs gespeelde boefjes zo authentiek overkomen. De overeenkomsten met het twintig jaar oudere Pixote (Hector Babenco, 1981) en met sommige neo-realistische films zijn evident. Het grote verschil met al die eerdere films over echte straatkinderen is de vorm van Meirelles' film.

Vanaf de in een staccatoritme gemonteerde openingsscène (een mes wordt geslepen, er wordt op trommels geroffeld, een kip maakt zich uit de voeten) is Cidade de Deus geraffineerde, moderne cinema, die veel ontleent aan het idioom van commercial en videoclip, maar slechts bij hoge uitzondering hol of glad aandoet. De meest logische referentie is die aan het Mexicaanse Amores perros, ook al een kruising van de genadeloze hardheid van de onderwereld in een ontwikkelingsland met de snelle, meeslepende toon van een Amerikaanse gangsterfilm à la Tarantino of Scorsese.

Wie zijn beeld van de Derde Wereld liever bevestigd ziet door plechtige, gedragen en zielige filmbeelden van slachtoffertjes met honger en tranen in de ogen, zal woedend worden van Cidade de Deus. De `bazen' in de film die soms al op hun vijftiende met wapenterreur een wijk regeren, zijn geen slachtoffers, ook al worden ze meestal niet oud. Meirelles toont glimpen van de waanzin en de gevoelloosheid die juiste deze kruimeldealers geschikt maken voor de absolute macht. Met het tonen van expliciet geweld wacht hij vrij lang, maar uiteindelijk is het onontkoombaar, de gruwelijkheid en de machtswellust.

De structuur van de film, die drie ontwikkelingsfasen in de drugshandel, en ook in gebruik van kleur en muziek onderscheidt, doet zeer geraffineerd aan, Cidade de Deus is een knappe, indrukwekkende film, zoals we er in de toekomst nog veel meer kunnen verwachten uit de zogeheten ontwikkelingslanden. Het fotogenieke drama ligt er op straat, wanneer je een regisseur een fatsoenlijk budget geeft om het te verbeelden.

Cidade de Deus (City of God). Regie: Fernando Meirelles, i.s.m. Katia Lund. Met: Alexandre Rodrigues, Matheus Nachtergaele, Seu Jorge, Leandro Firmino da Hora. In 12 bioscopen.