`Stop kakofonie over buitenlandse politiek'

De Europese Conventie gaat een beslissende fase in. De komende maanden moet blijken of het lukt de Europese Unie slagvaardiger te maken en meer smoel te geven op het wereldtoneel.

De onenigheid in Europa over het Irak-beleid, culminerend in een brief van acht regeringen aan de Amerikaanse president Bush, maakte vorige week pijnlijk duidelijk dat er nog veel schort aan de Europese samenwerking.

Ook Gijs de Vries, sinds september vertegenwoordiger van de Nederlandse regering in de Europese Conventie, was er niet blij mee. ,,Wat gebeurd is, is slecht voor de Europese Unie'', zegt hij in zijn kamer in het ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar als een verrassing kwam het niet. ,,Je zag al langer dat verschillende Europese landen de voorkeur gaven aan een eigen koers inzake Irak'', aldus de VVD'er De Vries, die tussen 1984 en 1998 in het Europees Parlement zat en in het tweede paarse kabinet staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was.

Meer coherentie in de Europese buitenlandse politiek is een belangrijk thema in de Europese Conventie. ,,Telkens blijkt de primaire vraag: in hoeverre is men bereid tot gemeenschappelijk beleid? Je kunt in een verdrag mogelijkheden aandragen, maar je kunt in een verdrag geen eensgezindheid afdwingen, dat is een illusie. Daarbij moeten we wel aantekenen dat de aanleiding voor de huidige onenigheid de koers is die de Duitse regering in verkiezingstijd is ingeslagen.''

De Vries wijst erop dat in de Europese Unie maar liefst vijf verschillende instanties over de buitenlandse politiek het woord doen: de roulerende voorzitter (thans Griekenland), de voorzitter van de Europese Commissie (de Italiaan Romano Prodi), de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (de Spanjaard Javier Solana), de Europees Commissaris voor Buitenlandse Beleid (de Brit Chris Patten) en de trojka (van de landen die het vorige, het huidige en het volgende voorzitterschap vervullen). De Vries: ,,Er zou al veel gewonnen zijn als er een eind aan die kakofonie komt.'' Daarom zouden Nederland en andere landen graag zien dat de Europese Conventie het eens wordt over een samenvoeging van de functies van Solana en Patten. Die nieuwe functionaris zou dan kunnen uitgroeien tot een heuse minister van Buitenlandse Zaken van de EU.

De Europese Conventie heeft, mede door het voortvarende optreden van het presidium onder aanvoering van de Franse ex-president Giscard d'Estaing, een ,,eigen dynamiek en een eigen momentum'' gekregen, zegt De Vries. ,,Er wordt door alle lidstaten en parlementen veel politiek kapitaal in de Conventie geïnvesteerd. Het resultaat zal minder vrijblijvend zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Het zal straks voor de regeringen in de Intergouvernementele Conferentie heel moeilijk worden om onderdelen waarover de Conventie overeenstemming heeft bereikt, open te breken.''

Is het geen nadeel dat u geen minister bent? Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland hebben een minister afgevaardigd.

,,Ik denk van niet. Typerend was twee weken geleden het optreden van de Duitse en de Franse ministers van Buitenlandse Zaken, Fischer en De Villepin. Die spraken kort, keken om zich heen en waren weer vertrokken. Dat zet kwaad bloed, vooral bij de parlementariërs.''

Heeft u al resultaten geboekt?

,,Ik heb me, samen met anderen, sterk gemaakt voor besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid over het asiel- en migratiebeleid. Daarover is op de Conventie inmiddels overeenstemming bereikt. Nu is unanimiteit vereist, waardoor enkele lidstaten een Europese aanpak kunnen verhinderen. Voor Nederland is dat echt een zwaartepunt. Ander voorbeeld: we willen nationale parlementen het recht geven te toetsen of bepaalde regelgeving wel bij `Brussel' thuishoort. Ook daarover tekent zich consensus af. Een majeur politiek feit, want het zou betekenen dat nationale parlementen voor het eerst een formele positie in de Unie krijgen.''

Voorzitter Giscard oogst ook kritiek. Hij zou te eigengereid zijn.

,,Het is een indrukwekkende man met een napoleontisch gevoel voor eigenwaarde. Dat vergemakkelijkt niet altijd de dingen, maar hij zorgt wel voor dynamiek en hij vervult een stuwende rol. Maar hij kan niet in zijn eentje de Conventie beheersen. Uiteindelijk moet er een compromis komen dat aanvaardbaar is voor regeringen en parlementen.''

Waarom is Nederland tegen het voorstel van Frankrijk en Duitsland om een voltijdpresident van de Europese Raad van regeringsleiders te benoemen?

,,Dat schaadt het evenwicht tussen de instellingen. Door de uitbreiding van de Unie neemt de diversiteit toe. Dan heb je juist een sterke Europese Commissie nodig, die als initiator, uitvoerder en controleur van het beleid optreedt. Die spilfunctie is essentieel voor de sterke Unie die Nederland voorstaat. Zet je daar een fulltime president van de Europese Raad van regeringsleiders naast, dan is het gevaar levensgroot dat hij de positie van de Europese Commissie gaat uithollen. Wat moet zo'n functionaris de hele dag doen? Alleen bellen met Bush? Kom nou, die gaat op zoek naar taken die de Commissie al verricht en zal dus het werk van de Commissie ondermijnen. Bovendien is zo'n nieuwe president niet democratisch. Het wordt de machtigste functionaris in Europa, maar hij is aan geen enkel nationaal parlement of het Europees Parlement verantwoording schuldig. Dat is een ongezonde machtsconcentratie.''

Moet de EU het roulerend voorzitterschap niet afschaffen?

,,Daar moet wel naar gekeken worden, maar het huidige systeem heeft voordelen. Het onderstreept de gelijkwaardigheid tussen de lidstaten. Elk land dat voorzit wordt bovendien gedwongen het voorzitterschap in zijn ambtelijke en politieke elite te laten indalen. Dat komt de zichtbaarheid van de Unie ten goede. Wel is er de legitieme vraag of de continuïteit niet in het geding komt, wanneer je het voorzitterschap onder 25 lidstaten laat rouleren. In elk geval zullen wij, net als onze Benelux-partners, nooit een voorzitterschap aanvaarden dat buiten de Europese Raad wordt benoemd. Omdat de voorzitter van de Europese Commissie daar ook deel van uitmaakt zou hij wat ons betreft ook de Europese Raden van regeringsleiders kunnen voorzitten.''

Wat doet Nederland om de uitkomst van de Conventie te beïnvloeden?

,,Het is belangrijk dat wij niet voor één anker gaan liggen. We moeten bondgenoten zoeken waar we ze kunnen vinden. Het wisselt vaak per onderwerp. Er zijn geen exclusieve bondgenootschappen, al hebben we met sommige landen natuurlijke belangenovereenkomsten. Het is logisch dat we eerst naar Duitsland kijken, maar we vinden niet altijd een echo in Berlijn.

Kunnen we niet meer op Duitsland bouwen?

,,De Duitse buitenlandse politiek is minder voorspelbaar geworden dan zij lang is geweest. Soms loopt de kortste weg naar Berlijn via Parijs. Het is belangrijk om intensief contact met Parijs te houden. Maar ook de Benelux kan nuttig zijn, omdat zij ons gewicht in de EU vergroot. Ik spreek zelf ook veel met landen als Finland en Portugal en met de aanstaande leden Tsjechië, Slovenië en Hongarije. Met Spanje werken we aan een voorstel om de rol van het Europese Hof van Justitie te versterken. Het belang van bilaterale diplomatie in een grotere Unie neemt niet af, maar juist toe, omdat de besluitvorming nog ingewikkelder wordt.''