Stil maar spectaculair

Het vertrek van Jan Debbaut, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven, past geheel in de stijl van zijn directoraat: stil maar spectaculair. Het lag ten slotte niet voor de hand dat Debbaut, na bijna een decennium van bouwleed, meteen na de opening van zijn museum zijn ontslag zou nemen. Maar zijn nieuwe baan maakt veel goed: directeur collecties van de verzamelde Tate Galleries, een van de rijkste museumketens ter wereld, is binnen de internationale kunstwereld een zeer prestigieuze post.

Het past goed bij zijn werkwijze. Jan Debbaut werd in 1949 geboren in het Belgische Temse, studeerde kunstgeschiedenis in Gent en werd in 1977 jongste conservator van het Van Abbe. Na een kort directoraat van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel keerde Debbaut in 1988 terug in Eindhoven, nu als directeur.

Aanvankelijk toonde hij daar vooral werk van generatiegenoten als Tony Cragg en Juan Muñoz. Maar daar hield hij niet star aan vast; Debbaut was een van de eersten om een jonge, talentvolle kunstenaar als Rachel Whiteread en Douglas Gordon een solo te geven. Tegelijk viel hij op door een, voor Nederlandse begrippen, opmerkelijk low profile. Waar collega's als Rudi Fuchs en Chris Dercon vaak in het nieuws waren en alles in hun museum zelf leken te willen bepalen, gaf Debbaut de ruimte aan zijn conservatoren. Vooral de laatste jaren voor de sluiting, toen het museum tijdelijk was gehuisvest in een oude Philips-kantine, maakten die onder andere alom geprezen exposities als ID, Cinéma Cinéma en een solo van Aernout Mik. Ondertussen had Debbaut in stilte meer in te brengen in de internationale kunstwereld dan menig collega. Hij nam zitting in de Board of Trustees van de Londense Whitechapel Art Gallery, en was in 2000 jurylid voor de beroemde Turner Prize, onder voorzitterschap van zijn nieuwe baas Nicholas Serota. Die prijs ging overigens maar net voorbij aan de Nederlandse schilder Michael Raedecker.

Ondanks de relatieve rust waarin zijn museum de laatste jaren verkeerde, hoorde je in de kunstwereld steeds vaker dat het Van Abbe `eigenlijk' het beste moderne-kunstmuseum in Nederland was. Nu het nieuwe, bejubelde gebouw van Abel Cahen is geopend, kan dat `eigenlijk' er wel af. Met zijn vertrek toont Jan Debbaut opnieuw dat je in stilte veel kunt bereiken.

Cultureel Supplement vrijdag 7 februari: interview met Jan Debbaut

    • Hans den Hartog Jager