Perverse sluiers

In de bundel Luisteraars! (een verzameling radiocolumns) beschrijft Karel van het Reve hoe hij eens op een mooie zomerdag per ongeluk op het naaktstrand terechtkwam. Toen hij om zich heen alleen maar bloot zag, overwoog hij op zijn schreden terug te keren naar het geklede strand, maar het was warm, hij wilde de zee in en dacht: ach, wat kan mij het schelen, en begaf zich naakt te water. Vervolgens werd hij overvallen door een enorm gevoel van bevrijding. Als rechtgeaard burger, gehecht aan decorum, had hij nooit wat gezien in de naaktrecreatie, maar deze ervaring deed hem van mening veranderen: zonder kleren zwemmen was beslist vrijer dan mét.

Een mooi voorbeeld van een open geest, deze anekdote, en een illustratie van hoe simpel vrijheid kan zijn. Soms betekent vrijheid alleen maar `zonder'. Zonder textiel, zonder banden, zonder druk, zonder verplichtingen. Wie vrijheid nastreeft, schudt de beklemmingen van zich af. Daarom is het zo onverteerbaar, wanneer sluier- of niqaabdraagsters hun kledingkeuze rechtvaardigen met een beroep op de vrijheid. De aanblik van in zwarte lappen gehulde gedaantes die door een spleetje naar buiten loeren geeft een schokeffect. Misschien een voorbeeld van puberale tegendraadsheid, zoals tieners wel vaker hun omgeving op stang jagen, hetzij met hanenkammen en piercings, hetzij met burqa's? Ik kan me niet voorstellen dat het dragen van een niqaab iets met tienerverzet te maken heeft, want pubers in de contramine willen juist minder regels, niet meer. Hun tegendraadsheid uit zich in plichtverzuim, experimenteren met seks, drugs en alcohol; kleren en kapsels dragen die de autoriteiten verafschuwen, maar die de vriendenclub prachtig vindt. Puberverzet heeft, hoe schamper je er ook over kunt doen in deze gedogende tijden, toch met werkelijke vrijheid te maken – een niqaab (die trouwens in Nederland ook door niet-puber-vrouwen wordt gedragen) kan ik alleen maar zien als een uiting van religieus fanatisme.

De antiwesterse agressiviteit van deze dracht is mooi meegenomen voor degene die zich erin hult, maar waar het om gaat is puurheid, heiligheid, jezelf gevrijwaard weten van verkeerde blikken en, ultieme kick: jongens en mannen tegen zichzelf in bescherming nemen door ze niet op verkeerde, seksuele gedachten te brengen. Is er een hoogmoediger opstelling mogelijk?

Van deze religieuze hysterie heeft ook de katholieke kerk in het verleden heel wat staaltjes voortgebracht. Tal van anorectische hongermartelaressen die zichzelf kastijdden en zich uit liefde voor Jezus laafden aan het wondvocht uit hun eigen etterende wonden, gingen de Allah-minnende niqaabdraagsters voor. Het is niets anders dan een wedstrijd in masochistische heiligheid. Hysterie is besmettelijk, zeker onder jonge meisjes. Zoals af en toe op een middelbare school of een vakantiekamp tientallen meisjes om onverklaarbare redenen flauwvallen, zo zie je dat een niqaabdraagster volgelingen krijgt. Eerst één, dan drie. Maar met vrijheid heeft dit niets te maken. Het is een pervertering van het begrip vrijheid om het dragen van de niqaab in het kader van de mensenrechten te trekken, omdat alles in deze outfit onvrijheid ademt. Alsof leden van de Ku Klux Klan het recht zouden kunnen claimen om zich met hun witgepuntmutste maskers in het openbaar te begeven.

Mensen kunnen niet met een gasmasker op de klas in, mochten ze het waandenkbeeld koesteren dat de lucht vergiftigd is. De niqaab berust op een hysterisch waandenkbeeld. Valt buiten de kledingcode, zou je denken. Maar de Amsterdamse ROC-directrice, die het gesluierde meisje eerst ferm naar huis stuurde, toonde zich vervolgens van haar vloermat-zijde door voor diezelfde leerlinge een advocaat te willen betalen. Zo besmettelijk is heiligheid.