Na 85 jaar bestaat Joegoslavië niet meer

Joegoslavië is opgehouden te bestaan. De unie `Servië en Montenegro' is Europa's nieuwste land. Maar niemand staat bij de geboorte te juichen.

Joegoslavië bestaat niet meer. Bijna 85 jaar nadat het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen werd gesticht op de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog, het Habsburgse en het Ottomaanse Rijk, en bijna 74 jaar nadat dat koninkrijk de naam Joegoslavië (Zuid-Slavië) kreeg, verdwijnt het van de landkaart. Het trotse land van de koningen Peter I en Alexander I en van Joegoslavië's grootste `monarch', de communistische leider Josip Broz Tito, was in 1991 en 1992 door het weglopen van Slovenië en Kroatië, Bosnië en Macedonië al gereduceerd tot een rompstaat. Die maakt nu plaats voor de losse `staatsunie Servië en Montenegro', een aan vele kanten rammelend bedenksel van buiten – Brussel – dat naar verwachting over maximaal drie jaar in zijn twee componenten uiteen zal vallen.

De unie is een idee van de Europese Unie, die het Montenegrijnse streven naar onafhankelijkheid de pas wilde afsnijden. Geen wonder dat niemand in Belgrado of Podgorica gisteren stond te juichen bij de uitroeping van de nieuwe unie. De Servische minister van Justitie noemde de unie gisteravond al ,,doodgeboren'' en een Montenegrijnse leider vond dat zijn land in de unie wordt ,,bedonderd''. President Koštunica van Joegoslavië en de Montenegrijnse leiding waren gisteravond niet eens aanwezig bij de uitroeping van de nieuwe unie.

De grondwet van de unie en de wet die de toepassing van de grondwet regelt zijn de afgelopen weken goedgekeurd door de parlementen van Servië en Montenegro. De laatste stemming, die van het federale parlement, gisteren, was de kus des doods voor de oude federatie: die hield formeel op te bestaan. Joegoslavië ging uiteindelijk uit als een nachtkaars.

Met de stemmingen is een tijdschema geactiveerd: binnen tien dagen moeten de wetten zijn aangenomen die de indirecte verkiezing van het unieparlement regelen; die verkiezing moet vervolgens binnen vijf dagen worden uitgeschreven. Over dertig dagen moeten de instituten van de nieuwe staat bestaan. Zes federale instituten – waaronder de Nationale Bank van Joegoslavië – worden automatisch Servische instituten, van vijftien andere (waaronder de federale luchtverkeersleiding en de archieven) moet de status nog worden bepaald, nog eens dertig andere houden op te bestaan. De federale overheid houdt op te bestaan zodra de nieuwe instituten er zijn. De ambtenaren gaan over naar de nieuwe Servische instanties of worden werkloos (en nog een jaar doorbetaald). President Koštunica verliest over een paar weken zijn baan.

De nieuwe unie is een unicum: een staat zonder hoofdstad (Belgrado wordt administratief centrum, maar sommige unie-instituten gaan naar Podgorica), twee economische systemen, twee valuta (de nu Servische dinar en de euro) en een gemeenschappelijke regering van een president met maar vijf ministers. [Vervolg JOEGOSLAVIE: pagina 4]

JOEGOSLAVIE

[Vervolg van pagina 1] De regering wordt geleid door de uniepresident (de Montenegrijn Svetozar Marovic) en telt vijf ministers: die van Buitenlandse Zaken, Defensie, Buitenlandse Handel, Binnenlandse Handel en Mensen- en Minderhedenrechten. Die van Buitenlandse Zaken en Defensie mogen niet uit dezelfde lidstaat komen. Overigens hebben Belgrado en Montenegro al laten weten die regel ,,niet blind'' te zullen naleven.

De 126 leden van het unieparlement (91 Serviërs en 35 Montenegrijnen) worden door de parlementen van Joegoslavië, Servië en Montenegro gekozen; pas over twee jaar wordt er een unieparlement door de bevolking gekozen. Dat is dan meteen het laatste parlement van de unie, want na drie jaar gaan de lidstaten vrijwel zeker uit elkaar. Elk parlementsbesluit moet worden gesteund door een meerderheid van het parlement èn van de Servische en de Montenegrijnse parlementariërs. Opperbevelhebber van het leger is de Opperste Defensieraad, bestaande uit de presidenten van de unie, Servië en Montenegro. Elk besluit behoeft consensus.

De unie geldt volgens internationaal recht als één subject en krijgt maar een zetel in de VN en internationale (financiële) organisaties. Maar de lidstaten kunnen op eigen houtje wel internationale verdragen afsluiten. Een speciale commissie moet nog beslissen over verdeling van de federale boedel. Een unierechtbank, waarin Servië en Montenegro even veel rechters hebben, regelt eventuele conflicten tussen de lidstaten van de unie. Een gemeenschappelijk Hooggerechtshof komt er niet.

Er staan dezer dagen noch in Belgrado, noch in Podgorica mensen te juichen bij de geboorte van Europa's jongste staat: de unie is een moetje, de Serviërs en Montenegrijnen met het mes op de keel afgedwongen door de Europese Unie in de persoon van veiligheids- en buitenlandcoördinator Javier Solana – reden waarom spotters de unie Solanië noemen. De EU wilde tot elke prijs de onafhankelijkheid van Montenegro voorkomen, in de redenering dat Europa niet zat te wachten op wéér een economisch zwak staatje op de Balkan. Dreigend met hindernissen bij de Europese integratie dwong Solana in maart vorig jaar de Montenegrijnen in het gareel van de unie. In de onderhandelingen met de Serviërs hebben ze vervolgens wel alles gedaan om de unie zo veel mogelijk te saboteren, want hoe zwakker het gemeenschappelijke, hoe sterker het eigene.

Het gemeenschappelijke is nu zo zwak dat het de vraag is of Solana's oplossing niet veel schadelijker is, voor de 7,5 miljoen Serviërs èn voor de 650.000 Montenegrijnen, dan de onafhankelijkheid van de twee lidstaten. De twee lidstaten verplichten zich pas na drie jaar te bezien of ze na een referendum uit de unie willen stappen. De Montenegrijnen kiezen dan hoogstwaarschijnlijk voor onafhankelijkheid. Inmiddels neemt ook in Servië de weerzin tegen de Montenegrijnen gestaag toe. Steeds openlijker wordt gepleit voor de Servische onafhankelijkheid. De kans dat de unie zelfs die minimumtermijn van drie jaar niet haalt is verre van uitgesloten.

De internationaal zeer gewaardeerde gouverneur van de Nationale Bank van Joegoslavië, Mladjan Dinkic, uitte vorige week zijn scepsis in een vraaggesprek met de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ,,De EU en Solana wilden tot elke prijs een diplomatiek succes. Tegenover de inhoud [van de unie] stonden ze eigenlijk onverschillig'', aldus Dinkic. Solana had beloofd te helpen bij de harmonisering van economische systemen. Die belofte heeft hij volgens Dinkic gebroken. Sterker, ,,hij heeft juist toegekeken hoe Montenegro die harmonisering voortdurend torpedeerde''.

De gevolgen zijn verreikend, want bij gebrek aan die harmonisering is er nog geen begin gemaakt met overleg over een associatieverdrag met de EU: harmonisering is voorwaarde voor zo'n verdrag. Bovendien is een extra blokkade opgeworpen voor het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie en staan de Wereldbank en het IMF niet te trappelen om de nieuwe staat toe te laten. De Wereldbank heeft een donorconferentie uitgesteld en het IMF stelt de betaling van de volgende tranche van zijn krediet uit. Dinkic: ,,Montenegro wil tot elke prijs de onafhankelijkheid. Waarom moet Servië daarvoor betalen?''

Geen wonder dat scepsis domineert. Over drie jaar is het sowieso afgelopen. Dan worden Servië en Montenegro weer wat ze voor 1918 waren: onafhankelijk. Het is de wrede ironie van de geschiedenis: de desintegratie van Joegoslavië begon met Slobodan Miloševic' streven naar een grotere rol voor Servië; ze eindigt over drie jaar als Servië bijna weer is wat het honderd jaar geleden was: een ministaat. Alleen de Vojvodina is erbij gekomen. En Kosovo en de Sandzak natuurlijk, maar Kosovo alleen nog op papier en de Sandzak maar voor de helft, want de andere helft ligt in Montenegro.