`Kunstrapport mist inhoudelijke visie'

De Rotterdamse kunstwereld is geschrokken van het kritische rapport over de plaatselijke cultuursector dat vorige week werd gepresenteerd. Voor de plannen is begrip, maar de toon wordt als `krenkend' ervaren.

Elitair. Naar binnen gekeerd. Een gesloten bastion. De Rotterdamse culturele sector krijgt harde kritiek in het rapport Van droom naar werkelijkheid van organisatie-adviseurs GITP, dat cultuurwethouder S. Hulman (VVD) vrijdag presenteerde.

Op basis van het rapport, waarvoor 22 cultuurprominenten werden geïnterviewd, wil Hulman de sector grondig reorganiseren. In plaats van de handvol subsidie-instellingen van nu moet er één Dienst Kunst en Cultuur komen, met daarnaast een onafhankelijke Raad voor Cultuur en een `intendant'. Theaters en musea die nu nog gemeentelijke diensten zijn, moeten verzelfstandigen. Dit alles om ,,effectiever en efficiënter'' cultuur te kunnen produceren voor een breder publiek.

Een peiling onder de betrokkenen leert dat de stemming somber is, en bezorgd. Met de plannen is niemand het faliekant oneens – maar wel met de toon van het rapport. Rob Wiegman, directeur van de Luxor Theaters: ,,Elke politicus heeft het recht een situatie te ondervragen en waar nodig te herzien. Maar hier is geen enkel respect voor wat er in Rotterdam aan kunst en cultuur is opgebouwd. Dat vind ik krenkend.'' Robert de Haas, directeur van de Rotterdamse Kunst Stichting: ,,De toon is er een van: u sluit uw ogen voor wat er in de wereld gebeurt. Daar herken ik me niet in. De RKS staat per definitie middenin de maatschappij.'' De RKS is de grootste verstrekker van incidentele kunstsubsidies van Rotterdam, die in 2001 voor ruim 2,2 miljoen euro aan aanvragen honoreerde.

De in het rapport bekritiseerde, nauwe samenwerking tussen de instellingen is juist ,,de sterkste troef van Rotterdam'', zegt Johan Moerman van Stichting Rotterdam Festivals. Ook directeur Gabriël Oostvogel van De Doelen, een ,,redelijke nieuwkomer'' in de stad, zegt zich te hebben ,,verbaasd en verheugd'' over de goede samenwerking. ,,In andere steden is de houding vaak veel defensiever. Er wordt hier oprecht geprobeerd om samen een divers publiek te bedienen.'' Moerman: ,,Onze festivals trekken nu tweemaal zoveel mensen als tien jaar geleden. Wij laten de rest van het land zien hoe het moet.''

Terwijl de nieuwe Dienst Kunst en Cultuur wordt gepresenteerd als een manier voor de sector om zich ,,los te maken van het stadhuis'', wordt het door de betrokkenen gezien als een versteviging van de gemeentelijke greep. De Haas (RKS): ,,Ik ben nu wel ambtenaar, maar sta ver genoeg van het stadhuis af om over kunst zeggen wat ik wil. De nieuwe dienst is een ambtelijke dienst. Ik zie dat als een principiële verschuiving.'' Moerman spreekt ook van ,,verambtelijking'': ,,Rotterdam Festivals is in 1990 juist opgericht als aparte dienst, omdat de gemeente zich te veel met manifestaties bemoeide.''

De verzelfstandiging van theaters en bijvoorbeeld het Centrum Beeldende Kunst stuit de betrokkenen niet per se tegen de borst. Jan Zoet, directeur van de Rotterdamse Schouwburg: ,,Als het maar budgettair neutraal gebeurt.'' G. Oostvogel van de Doelen: ,,Ik maak me zorgen over de financiële onderbouwing. Het is een wijdverbreid misverstand dat verzelfstandigen altijd goedkoper is.''

Maar het grootste kritiekpunt op het rapport is dat er geen inhoudelijke visie op de kunst instaat. Jan Zoet: ,,Als de wethouder eerst een visie op de kunst formuleert, kan de vorm daaraan worden aangepast. Nu moet de verbetering uit een vormverandering komen, niet uit de inhoud. Zo werkt het niet.'' De Haas: ,,Als met het verbreden van het aanbod bedoeld wordt dat de kunst de wijken in moet, ben ik het daarmee eens. Dit jaar hebben we het Scapino Ballet en het Rotterdams Philharmonisch Orkest laten optreden in buurtcentra. Maar die dingen kosten geld, en onder dit college zal er echt niet meer geld naar cultuur gaan. Er is nog niet bezuinigd, maar men is nou niet echt aardig voor ons geweest.''