`Kabinet past grotere terughoudendheid'

Nu de Tweede Kamer in nieuwe samenstelling is aangetreden, voelt het demissionaire kabinet ,,grotere terughoudendheid'' bij het indienen van voorstellen in de Kamer, dan daarvoor.

Dat heeft demissionair premier Balkenende gisteren in de Kamer gezegd op vragen van Tweede-Kamerlid M. Vos (GroenLinks).

De vragen hadden betrekking op een recente uitlating van secretaris-generaal Kuijken, de hoogste ambtenaar op Balkenendes ministerie van Algemene Zaken.

Deze had gezegd dat er met het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer vorige week ,,bijna niets meer mogelijk was''. Vóór de verkiezingen van 22 januari had de demissionair premier zich steeds op het standpunt gesteld dat het kabinet in aanzienlijke mate kon doorregeren, hoewel het in oktober in de Kamer was gevallen.

Na enig aandringen van Vos bleek Balkenende bereid toe te geven dat de nieuwe samenstelling van de Kamer op dit gebied verschil maakte: ,,de nieuwe samenstelling van de Kamer noopt tot grotere terughoudendheid''.

Balkenende preciseerde de beperkingen die het kabinet zichzelf sedert 22 januari oplegt niet verder, maar zei wel dat in sommige gevallen kabinetsvoorstellen meer het karakter van ,,verkennende notities'' zouden aannemen.

Het was de afgelopen weken al regelmatig voorgekomen dat het kabinet had besloten zaken niet naar de Kamer door te sturen wegens zijn demissionaire status, aldus Balkenende.

De demissionair premier ontkende ten stelligste dat er ,,enig licht'' zou bestaan of hebben bestaan tussen zijn eigen inzichten en die van secretaris-generaal Kuijken in deze materie.