Hobbes in Bagdad

,,Laten we niet meer doen alsof Europeanen en Amerikanen hun visie op de wereld delen, of zelfs, in dezelfde wereld leven.'' Zo begint Robert Kagan zijn veelbesproken essay waarin hij uitlegt dat Amerika en Europa onherroepelijk verder uitelkaar zullen drijven. The Power Divide, meer dan een half jaar geleden verschenen. Een krachtig uitgangspunt dat hij op een niet splinternieuwe manier schraagt, van de Amerikaanse interventie in de Eerste Wereldoorlog tot het einde van de Koude Oorlog en daarna, het voor Europa onoplosbare Joegoslavische probleem waarvoor ook Amerikaans ingrijpen nodig was om het tot een eind te brengen. Tot zover is het goed te volgen.

Dan geeft hij zijn verhaal een filosofische grondslag. Amerika handelt in de traditie van Thomas Hobbes, volgens wiens visie in de woorden van Kagan de regels van het internationaal recht altijd onbetrouwbaar zullen zijn, zodat nationale zekerheid en een liberale orde gegrondvest moeten blijven op nationale macht. Om het mythologisch te zeggen: de visie van Mars. De Europeanen zijn eerder geneigd Kant te volgen, op zoek naar een wereld waar de rede de verhoudingen bepaalt. Bij Kagan dient Venus als personificatie van de tegenstelling.

Alle respect, maar het lijkt me een filosofie van de koude grond, gebaseerd op een historische interpretatie die voor tegenspraak vatbaar is. Twaalf jaar geleden, nadat Koeweit door Saddam was veroverd, beriep de vader van deze president zich op het internationaal recht om de schender van een nationale soevereiniteit te keren en riep de Nieuwe Wereldorde uit, in de traditie van Woodrow Wilson. Dit denkbeeld is toen, niet in het minst in Europa, honend weggelachen. Kagan is een exegeet van de Amerikaanse macht, niet als zodanig, maar van de manier waarop die door Bush wordt uitgeoefend.

In zijn kritiek op Europa heeft hij in veel opzichten gelijk. Het is voor dit werelddeel een historische schande dat het binnen zijn grenzen een burgeroorlog heeft toegelaten in de loop waarvan 200.000 mensen zijn vermoord. Dat deze burgeroorlog acht jaar lang avond aan avond op de televisie is vertoond, maakt het nog weerzinwekkender. Europa heeft het geweten. Had Bush jr. toen ingegrepen? Die vraag wordt niet door Kagan gesteld, zal trouwens nooit worden beantwoord, maar er valt over na te denken.

In één opzicht vergist Kagan zich duidelijk. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Europese landen niet van machtsuitoefening afkerig geweest, maar dan ging het altijd om kwesties die, bij vergissing, van nationaal belang werden gezien. Nederland heeft de grootste oorlog uit zijn geschiedenis gevoerd, tussen 1945 en 1949, aan de andere kant van de aardbol met een troepenmacht van tegen de 100.000 man. De Fransen hebben wat zij als hun nationaal belang zagen, verdedigd in Algerije en Indo China, tot en met Dien Bien Phoe. De Britten kunnen ervan meepraten, in India en Kenia. De Belgen hebben hun ervaringen in Kongo. Al deze landen hebben toen oorlog gevoerd om, wat een grote meerderheid zag als de verdediging van een nationaal belang, eventueel gepaard aan de export van democratie. Een typisch Hobbesiaanse politiek, zou Kagan misschien zeggen.

De Amerikanen van Bush stellen zich nu voor dat Saddam snel wordt `verwijderd', de zegevierende soldaten in Bagdad als bevrijders worden begroet, net als in Kabul, waarna onder een bezetting de wederopbouw van Irak kan beginnen. Zo'n opvoeding tot democratie kan dan een paar jaar in beslag nemen. Denk aan Duitsland en Japan, zei mevrouw Rice onlangs weer. (Hobbes was trouwens geen vriend van wat in zijn tijd democratie was). Als we de vergelijking van mevrouw Rice volgen, dan vallen een paar verschillen op.

Het overwonnen Duitsland was omringd door buurlanden die vijf jaar onder de nazi's hadden geleden. De Duitse cultuur hoorde, ondanks alles waardoor ze door Hitler was gecompromitteerd, tot de westerse. Een lange staatkundige traditie bleek de Duitsers weer snel ontvankelijk te maken voor de democratie. De buurlanden van Irak, behalve Turkije, wantrouwen het westen, zeker als dit weer met een reusachtige militaire macht verschijnt en laat weten dat het van plan is, weer een paar jaar in de regio te blijven. Tussen de westerse en de Arabische cultuur van de islam bestaan grote verschillen, die na elf september er niet kleiner op geworden zijn. De organisatie van staat en politiek in deze landen lijkt ook niet veel op wat we in het westen gewend zijn. Dit alles maakt het al minder waarschijnlijk dat de Amerikanen op de lange termijn die ze zich voorstellen, nog als bevrijders en zegenrijke opvoeders zullen worden beschouwd. Daarbij komt de invloed van het Israëlisch-Palestijns conflict, deze permanente zweer in de regio. In het grand design van Washington is dit probleem voorlopig naar een onzichtbare plaats verhuisd.

Door dit alles wordt de aanstaande oorlog niet alleen in Europa, ook in de beste Amerikaanse kringen als een hachelijke zaak gezien. Er is een groeiende angst dat Amerika, opnieuw met overweldigende macht, in een situatie terecht zal komen die niet nu, maar op den duur aan een Vietnam doet denken. Met slimme bommen binnen een paar weken van 10.000 meter hoogte een leger verslaan is iets anders dan, omgeven door een vijandig volk, een guerrilla van jaren vechten. ,,Heeft de president aan een exit strategy gedacht'', vroeg de New York Times zich vorige week af. Oudere lezers zullen zich de exit uit Danang en Saigon herinneren.

Niet tegen Amerikaanse machtsontplooiing op zichzelf verzetten zich de Amerikaanse en Europese critici van Bush. Evenmin hoeven ze ervan te worden overtuigd dat Saddam beter vandaag dan morgen kan vertrekken. Het gaat om de manier waarop en de omstandigheden waaronder Washington dit doel nu, in geforceerd tempo, wil bereiken: met deze instant oplossing die een zo groot risico van een debacle in zich draagt. En dan moeten we toegeven dat Europa weinig of niets heeft in te brengen, omdat het zelf de hele regio permanent heeft verwaarloosd. Dat heeft niets met Hobbes of Kant te maken, maar met een gebrek aan voorstellingsvermogen, waardoor we hier gods water over gods akker laten lopen.