Een voorbeeldig model

In de Blauwe Zaal van het ministerie van Algemene Zaken hangt sinds gisteren een portret van Wim Kok. Zeven keer poseerde de oud-premier voor de Zweedse schilder Urban Larsson. `Kok heeft iets heel vriendelijks, maar ook iets intens.'

De eerste keer kwam hij op de fiets en dat alleen al typeerde hem. Het was oktober – fris, met zo nu en dan een bui. Hij reed van zijn huis in Amsterdam-Osdorp naar de voormalige volksbuurt de Pijp aan het andere eind van de stad. In een zijstraat van de Amsteldijk beklom hij een smalle trap die naar een schildersatelier leidde. Hij belandde er in een verstilde wereld. Een ronkend gaskacheltje, noorderlicht, de geur van olieverf, ingelijste tekeningen aan houten wanden, een versleten Perzisch tapijt op de grond. Geen nieuwsgierige dagjesmensen, opdringerige fotografen of journalisten om hem heen, zoals hij was gewend. Nee, hier zat hij in het decor van Jacob Israël de Haans roman Pijpelijntjes uit 1904.

Hij moest nu op een stoel zitten, op een klein mobiel podium, tweeënhalf uur lang, totdat de schilder de juiste verhouding tussen licht en schaduw had gevonden. Het ging om het wezen van zijn persoon, zoveel verstand had hij ook nog wel van schilderkunst. In zijn geval bestond dat wezen uit fatsoen, bescheidenheid, degelijkheid en betrouwbaarheid. Vier oer-Hollandse eigenschappen. Saai, zeiden sommigen. Maar hij schaamde zich er niet voor.

Na die eerste poseersessie volgden er nog zes. En lang niet altijd hoefde hij een pak aan en een das om. Een spijkerbroek met gebreide trui mocht ook. Dat zat wat lekkerder. Hij was tenslotte ambteloos burger.

Vier maanden later was het portret klaar. En gisteren werd het `officieel' onthuld in Den Haag. Slechts een kleine groep intimi mocht erbij zijn.

In de Blauwe Zaal van het ministerie van Algemene Zaken hangt het nu in al zijn glorie: 37 bij 47 centimeter, een bescheiden formaat. Het vriendelijke, eindelijk ontspannen gezicht met het grijze haar, de verstandige, ietwat zuinige blik. Het is Wim Kok op zijn best. Aan de muur in de Blauwe Zaal vertoeft hij te midden van alle andere naoorlogse oud-premiers van Nederland. Het is een bevestiging van zijn rol in de politiek, al zou je het ook een definitief bewijs van zijn afscheid kunnen noemen. Vandaar misschien dat kleine groepje intimi, omdat afscheid nemen gepaard gaat met emoties die niet iedereen hoeft te zien.

Het portret is gemaakt door Urban Larsson (1966), een Zweed die al tien jaar in Nederland woont en een reputatie geniet van een klassieke schilder van portretten, stillevens en landschappen. Kok wist van zijn bestaan via een kennis, wier dochter Larsson een paar jaar eerder had geschilderd. Hij beschikte over documentatie over hem en een paar andere schilders en mocht zelf bepalen wie hem zou portretteren. ,,Ik was in New York voor een expositie van mijn werk, toen ik werd gebeld met het nieuws dat Kok voor mij had gekozen'', zegt Larsson trots. ,,Daarna kwam er iemand van Algemene Zaken op mijn atelier met het portret van Ruud Lubbers als voorbeeld. Ik vertelde hem dat ik niet van foto's schilderde, maar aan de hand van een model. Gelukkig was dat ook de bedoeling.''

De samenwerking tussen de schilder en zijn topmodel verliep heel prettig, aldus Larsson. Ze hadden het vooral over Zweden en de politiek in dat land, maar ook over dingen die er echt toedoen. Grote vraag was echter hoe Larsson Kok moest schilderen: als mens of als staatsman. Hij koos aanvankelijk voor het laatste, omdat dat toch het uitgangspunt van de hele onderneming was. ,,Maar tijdens het schilderproces leer je iemand kennen en dan komt zijn karakter tot uitdrukking'', vertelt hij. ,,Kok heeft iets heel vriendelijks, maar ook iets intens. En juist dat heb ik geprobeerd te combineren. Hij is een Nederlandse man, met veel internationale contacten. Iemand die veel nadenkt en analyseert. Dat kun je in het portret terugzien.''

Natuurlijk wil je graag weten of Kok zich tijdens die poseersessies een beetje heeft vermaakt. Kok als model is tenslotte het laatste wat je je kunt voorstellen. ,,Hij had veel plezier in het poseren en vond het allemaal heel erg interessant'', zegt Larsson gemeend. ,,Af en toe kon hij in de spiegel zelfs zien hoe zijn portret vorderde.''

Kok was dus een voorbeeldig model. Prettig om te schilderen, interessant om mee te praten, perfect passend in het rijtje premiers van Schermerhorn tot Lubbers. En mocht een schilder zich nu al opmaken voor het vervaardigen van het portret van Jan Peter Balkenende, dan heeft Larsson een hoopgevend advies: ieder mens heeft wel iets interessants om te schilderen, iedereen heeft wel iets specifieks. Voor menig aspirant-premierschilder moet het een hele geruststelling zijn.