Betalen! (en snel een beetje)

Vergeet even het schrappen van arbeidsplaatsen, het sluiten van vestigingen en het samenvoegen van bedrijfsonderdelen. Dit soort ingrepen is in het bedrijfsleven van groot belang om de winstgevendheid te behouden nu de spoeling dun geworden is. Maar margeverbetering is al lang niet het enige doel meer, en is in sommige gevallen zelfs een vorm van luxe. Acuter is op dit moment de vraag of er voldoende geld in huis is, en hoe daar zo effectief mogelijk mee om te gaan. Bezuinigen is een antwoord. Maar minder geld uitgeven kan ook door later geld uit te geven. Noem het cash flow management.

Later betalen is een buitengewoon effectief middel. Eén maand later de rekeningen betalen, scheelt procenten in het benodigde werkkapitaal. Dat is snel verdiend. En te mooi om waar te zijn. Want als iedereen elkaar later betaalt, dan is het voordeel snel verdwenen.

Telkens komt er tijdens een conjuncturele dip een keten op gang van late betalers. Ook ditmaal is dat het geval, zij het dat het effect kleiner zal zijn dan voorheen. De innovatiegolf die de laatste jaren door het ondernemingsbestuur is gerold, en de bijbehorende revolutie van management-informatiesystemen en financieel beheer, hebben tot gevolg gehad dat het betalingsgedrag al in hoge mate was `geoptimaliseerd', voordat de neergang toesloeg. Nog vorig jaar zag de Europese Commissie er reden in om het verslechterende betalingsgedrag in Europa aan de kaak te stellen. Brussel wil komen met een initiatief om betalingsprocedures te stroomlijnen en een standaard te maken voor het snel afhandelen van claims.

Het kan nog jaren duren voordat daar enige vorm van wetgeving over komt. In de tussentijd zullen ondernemers zich moeten redden in de betalingsjungle. En daar heerst, zoals in de echte jungle, het recht van de sterkste. Dat zijn vooral de grotere bedrijven; de spinnen in het web van onderaannemers en toeleveranciers. Wie zitten het laagst in de voedselketen? Dat zijn vooral de zelfstandigen, de vrouwen en mannen die voor zichzelf begonnen zijn en de stoottroepen vormen van de netwerkeconomie. Dat is die flexibele, wendbare en efficiënte arbeidsdeling waar de grote bedrijven in theorie zo voor zijn.

In een laagconjunctuur gaan altijd veel van zulke kleine bedrijfjes over de kop. Onervarenheid speelt een rol, of een veel te rooskleurig plan. Maar er zijn er ook veel die onnodig sneven omdat ze te laat worden betaald. Dat probleem begint in de top van de voedselketen. Misschien dat de grote bedrijven, de koningen van de jungle, zich dat iets meer moeten realiseren.