Aznar: genoeg bewijs tegen Irak

De Spaanse regering-Aznar ligt opnieuw onder vuur. Was de aanleiding eerst de falende aanpak van de ramp met de olietanker Prestige, nu geldt de kritiek het eigengereide optreden in de kwestie-Irak.

Twee internationale staatslieden geven vandaag een nadere toelichting op de redenen voor een mogelijke preventieve aanval op Irak. Vanavond Colin Powell in de Veiligheidsraad. Maar eerst, vanmiddag in het Spaanse parlement, zal premier José María Aznar de kwestie verdedigen. Zo presenteerden vanochtend de Spaanse staatsmedia de laatste ontwikkelingen rondom `Irak'.

Sinds hij zich samen met zijn Britse ambtgenoot Tony Blair heeft ontwikkeld tot de trouwste aanhanger van de regering-Bush, laat de Spaanse premier niet na zijn actieve rol op het wereldtoneel onder de aandacht te brengen. Vanochtend publiceerde het conservatieve dagblad Abc reeds een paginalang artikel van de premier, waarin deze alvast een voorproefje gaf van mogelijke ,,bewijzen'' tegen het regime in Bagdad die later op dag ontvouwd zullen worden. Volgens Aznar bezit Saddam Hussein een dodelijk arsenaal van tonnen chemische en biologische wapens. Daaronder bevinden zich mosterdgas, sarin en VX. Ook zou de dictator beschikken over ,,8.500 liter'' miltvuurbacteriën. Volgens de premier is het slechts een kwestie van tijd dat deze middelen door terroristen van het type Bin Laden gebruikt zullen worden.

De opstelling van de Spaanse premier kan de laatste week op groeiende kritiek rekenen. Bijna driekwart van de Spanjaarden ziet geen enkel heil in een oorlog met Irak, net als de volledige oppositie. Los daarvan wordt Aznar ervan beschuldigd op een uiterst autoritaire, welhaast antidemocratische manier te handelen. Zo veegde de premier eerder deze week de socialistische leider Zapatero de mantel uit op een wijze die de vraag deed rijzen of de regering nog langer een oppositie wenst te accepteren.

Nadat de oppositieleider had geweigerd zijn steun aan het regeringsstandpunt te betuigen, verweet Aznar hem ,,ranzig isolationisme'', opportunisme, gebrek aan staatsmanschap en onverantwoordelijkheid. Soortgelijke verwijten had de oppositie al eerder te horen gekregen toen zij het waagde kritiek te uiten op de rampzalig verlopen aanpak van de in november gezonken olietanker Prestige, waarvan de vervuiling nog onverminderd aanspoelt op de stranden.

Net als tijdens de olieramp besteden de staatszenders buitensporig veel aandacht aan het regeringsstandpunt, terwijl de oppositie slechts sporadisch aan het woord komt. Uitzondering vormde de gala-uitreiking van de Goya's, de Spaanse filmprijzen, die afgelopen zaterdag werd uitgezonden op het eerste televisiekanaal. Alle filmpersoonlijkheden droegen hier een bordje dat meldde dat zij tegen een oorlog waren. Een woedende regering heeft inmiddels het ontslag geëist van de actrice Marisa Paredes als voorzitter van de Spaanse Filmacademie die de Goya-uitreiking voorzit.

Ook de wijze waarop de regering vanmiddag in het parlement optreedt wordt door de oppositie bekritiseerd. De premier krijgt onbeperkt de tijd zijn standpunt uiteen te zetten. Vervolgens mogen de oppositiepartijen elk een kwartier vragen stellen, die Aznar beantwoordt. Er is geen debat. De regering-Aznar stelt zich op het standpunt dat al dan niet gewapende steun aan een mogelijke aanval op Irak geen parlementaire goedkeuring behoeft.

Aznar nam eerder het initiatief voor de brief waarin acht Europese regeringen vorige week hun solidariteit met de Amerikanen uitspraken. De tekst daarvan deed reeds de ronde, terwijl de landen van de Europese Unie nog druk vergaderden over een gemeenschappelijk standpunt. Volgens critici heeft de brief voor verdere verdeeldheid binnen de EU gezorgd. Met name de Franse president Chirac liet doorschemeren zeer geïrriteerd te zijn over het Spaanse initiatief. Dat laatste lijkt eveneens van invloed op de Europese ambities van de Spaanse premier. Hoewel Aznar zich hierover persoonlijk niet heeft uitgelaten, zou de premier vanaf volgend jaar beschikbaar zijn voor een toppositie binnen de EU, zoals Commissievoorzitter of EU-president, als deze functie wordt ingesteld.