Zwellend Maaswater en een stijgende zeespiegel

Als klimaatverandering schade aanricht, dan zeker aan de monding van de Maas, waar een stijgende zeespiegel samenkomt met steeds meer rivierwater.

Eindigt de Maas in Rotterdam? Dat valt te betwijfelen. In Hoek van Holland wonen aan het uiterste puntje van de Nieuwe Waterweg mensen die vertellen dat als het hoogwater in Borgharen is, enkele dagen later het rivierwater voor hun deur geel ziet van het zand. Het bewijs is niet sterk, vinden anderen. De kapiteins van de veerboten tussen Maassluis en Rozenburg op het Scheur, een deel van de Nieuwe Waterweg, sluiten niet uit dat er het nodige Maaswater tegen hun ponten slaat. Maar werkelijk geloven dat de Maas hier eindigt, dat doen zij eigenlijk niet.

Ze hebben gelijk. Volgens waterloopkundigen stroomt er meer Rijnwater dan Maaswater langs Rotterdam. Eeuwen geleden stroomde de Maas min of meer rechtstreeks via de Biesbosch richting Rotterdam. Veel steden en waterwegen nabij Rotterdam zijn ook naar de Maas genoemd: Oude Maas, Nieuwe Maas, Maassluis, Maasland, Maasdijk. Schepen die de haven van Rotterdam aandoen, treffen voor de kust de Maasmond. Maar anno 2003 eindigt de Maas bij Lage Zwaluwe, een dorp in Noord-Brabant, op het meest westelijke puntje van de Biesbosch waar de Amer, het verlengde van de Bergsche Maas, samenvloeit met het water van de Nieuwe Merwede en onder de Moerdijkbruggen door naar zee stroomt, door Hollandsch Diep en Haringvliet.

Er is weinig opwinding te bespeuren bij de inwoners van Lage Zwaluwe over dit waterloopkundige feit, althans niet bij drie mannen die hun hond uitlaten op een uitgestrekt gazon langs het water. Daar aan de overkant bij de Jacomien, wijzen ze in de verte, daar bij de Jacominapolder in de Biesbosch, bij dat bord dat waterskiën verbiedt, stroomt de Nieuwe Merwede binnen en maakt een einde aan de Maas. De mannen staan in het park van een villawijk die in de uiterwaarden is gebouwd. Het water sloeg vroeger zo'n twee keer per jaar over de dijk en zette deze grond onder water. Dat was toen de grond hier nog niet was opgehoogd, en toen er nog geen Haringvlietdam was die vanaf 1970 bij vloed de zee is gaan tegenhouden.

Hier, bij de monding van de Maas, zou je als eerste iets moeten merken van de zeespiegelstijging, een effect van de verwachte klimaatverandering. Fransen en Belgen hebben meestal weinig medelijden met Nederlanders die klagen over de overlast van de Maas omdat Nederlanders naar hun smaak te dicht zijn gaan wonen langs de rivier. Dat er over een eeuw veel meer regenwater door de Maas stroomt en wellicht tot meer overlast in Limburg en Brabant zal leiden, maakt weinig indruk. Ze krijgen daar zelf ook last van. Maar dat wij Nederlanders vervolgens al dat Maaswater niet meer weg kunnen krijgen richting zee, omdat de zeespiegel stijgt, dat is wel een reden voor medelijden.

Het KNMI voorspelt in het meest waarschijnlijke scenario voor over honderd jaar dat de zeespiegel voor Nederland met 60 centimeter zal zijn gestegen, dat de temperatuur in Nederland met 2 graden Celsius stijgt en dat er tijdens een tiendaagse winterperiode van hevige regenval 20 procent meer neerslag valt. De zeespiegelstijging bemoeilijkt het afvoeren van overtollig rivierwater. Er lopen al verkennende studies van Rijkswaterstaat om naast een dijkverhogingsprogramma het water uit Maas en Rijn af te voeren via het Volkerak naar de Zeeuwse wateren. Dit wanneer de Haringvlietsluizen én de keringen in de Nieuwe Waterweg en het Hartelkanaal gesloten zijn bij storm op zee en er geen rivierwater kan worden gespuid.

Als de klimaatvoorspellingen uitkomen, dan zijn drastische maatregelen nodig. Internationaal. Nederlandse watermanagers zouden niets liever willen dan meer samenwerken met België en Frankrijk om tot een gemeenschappelijk plan van aanpak te komen tegen het hoogwater.

Er is al het nodige gebeurd. Er is na het hoogwater in 1995 in totaal 230 miljoen euro geïnvesteerd om het schaderisico van de Maas te beperken. Maar de Nederlandse secretaris-generaal van de Internationale Maascommissie, Roel Zijlmans, klaagt dat er anders dan bij de vervuiling van de Maas geen spijkerharde afspraken zijn te maken over naleving van beloofde maatregelen, laat staan sancties op het uitblijven van uitvoering door bijvoorbeeld geldgebrek, en dat er geen internationale wetgeving bestaat die landen verplicht maatregelen te nemen die stroomafwaarts risico's op hoogwater verkleinen.

En de Europese Unie doet weinig, stelt hij. Ook Marcel de Wit van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA), een denktank van Rijkswaterstaat, die meewerkte aan een internationale voortgangsrapportage over het Actieplan Hoogwater Maas, stelt dat er weliswaar bereidheid is om samen te werken, maar dat er geen eenduidige visie op de Maas is. Er worden verschillende veiligheidseisen gehanteerd. Bovendien is het effect van maatregelen afhankelijk van de duur en spreiding van de neerslag. Derhalve verschillen de meningen over wat de beste maatregelen zijn, vertelt Marcel de Wit.

Van een klimaatverandering, van die gevaarlijke combinatie van een hogere zee en een hoogwatergolf uit de rivier, is op dit moment bij Lage Zwaluwe nog weinig te merken. Waterschappen langs dit laatste stuk Maas melden dat ze minder last hebben van de zee en rivier dan van neerslag op het land, plassen die ze maar moeilijk weg krijgen. Toch blijft het oppassen, zeggen de kapiteins van de veerboten op de Nieuwe Waterweg, tussen Rozenburg en Maassluis. Vorig jaar oktober moest tijdens de zware storm bijna de nieuwe Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg worden gesloten. De stroming op dit water is toch al sterk, en dat is ook de reden waarom hun schepen zo zwaar zijn, veel dieper liggend dan gebruikelijke ponten. Maar als je tijdens zo'n harde storm als oktober vorig jaar ook nog eens een hoogwatergolf uit de rivieren zou krijgen, vertellen de kapiteins, dan sta je toch raar te kijken.

Dit is de vijfde en laatste deel van een serie over de Maas. Eerdere artikelen verschenen in de krant van 18, 20, 22 en 30 januari.