Weten waar de hond gebonden ligt

In het Battersea Park te Londen staat het standbeeld The Old Brown Dog, een klein hondje op een sokkel. Het beeld is er in 1906 geplaatst ter nagedachtenis aan de honden die in het ziekenhuis van het nabij gelegen plaatsje Battersea stierven door medische experimenten. Het beeld werd niet door iedereen gewaardeerd. Vooral studenten medicijnen die de medische experimenten bijwoonden namen er aanstoot aan. Zij ondernamen een poging om The Old Brown Dog te verwijderen. Uiteraard waren de initiatiefnemers tot oprichting van het hondenbeeld niet blij met de reactie van de studenten. Zij vonden de plaatselijke bevolking aan hun zijde. Zo kon het gebeuren dat er rond het beeld hevige rellen uitbraken. Keurige dames uit de feministische beweging, socialisten en hun arbeidersaanhang en boeren hakten respectievelijk met paraplu's, vuisten en schoffels als razenden op de studenten in. Ze wonnen.

Hoe kon het gebeuren dat zo'n variëteit aan mensen elkaar vond in de bloedige verdediging van een beeld van een hondje in een plaatsje dat vandaag hooguit bekend is omdat het afgebeeld staat op de elpee Animals van Pink Floyd? De verklaring luidt als volgt. Battersea was altijd een kleine rurale gemeenschap geweest maar door de aanleg van de spoorwegen en de industrialisatie kwamen er steeds meer mensen wonen. De brallerige studenten die van buiten de gemeenschap kwamen, stonden symbool voor de negatieve kanten van die ontwikkeling. Hun poging om The Old Brown Dog te verwijderen werd gezien als een teken van arrogantie ten opzichte van de autochtone bevolking en hun tradities. De betrokkenheid van de agrariërs bij het gevecht tegen de studenten was een verzet tegen de modernisering en tegen de zonen van de elite die deze representeerde. Feministen en arbeiders vonden elkaar in de strijd omdat zij met elkaar gemeen hadden dat zij onderdrukte groepen waren. Even onderdrukt als The Old Brown Dog. Zij vreesden evenals de arbeiders dat hen hetzelfde lot zou wachten als het hondje van Battersea als de jonge elite een plaats in de samenleving had verworven. Een plaats waarvan zowel vrouwen als arbeiders vonden dat die niet alleen toekwam aan rijke jongemannen. Een klassenstrijd met een hondje als inzet en katalysator.

Onlangs was er wederom sprake van een klassenstrijd. Niet zo hevig als in Battersea maar toch opmerkelijk. Weer was de herdenking van een hondje de inzet. Het speelde zich af in Breda. Afgelopen zaterdag vond daar een stille tocht plaats voor het hondje Bronkx die door zijn baas werd doodgeslagen. Volgens het verslag van dit gebeuren in de Volkskrant van Martin Sommer werd de tocht vooral gelopen door Pim-people. In ieder geval liep LPF-Kamerlid Joost Eerdmans mee in het door Nanda Lina georganiseerde evenement. Het was de derde stille tocht die voor een hond werd gehouden.

Liefde voor een dier, afschuw over dierenmishandeling. Daarin vinden veel mensen elkaar. De Partij voor de Dieren (PvdD) verwierf de afgelopen verkiezingen bijna een zetel in de Tweede Kamer. De foto van de door dierenrechtenactivist Volkert van der G. vermoordde Fortuyn, afgebeeld in het gezelschap van zijn twee hondjes vindt nog altijd grif aftrek. Pim-people in de stille tocht voor de beklagenswaardige Bronkx. Sommigen zijn van mening dat die verontwaardiging voor het lot van de hond een goed teken is. Een teken van beschaving volgens Paul Cliteur die het negentiende-eeuwse vertoog over dit onderwerp kopiërend, stelt dat wij eens met verbazing zullen terugkijken op de hele barbaarse bio-industrie. Een emancipatiebeweging zoals die ooit ook is ontstaan voor vrouwen en slaven zo omschrijft Marianne Thieme van de PvdD het bestaansrecht voor haar partij op niet minder negentiende-eeuwse wijze.

Beiden hebben het bij het verkeerde eind. De meeste mensen die in de stille tocht liepen of op de PvdD stemden, deden dit echt niet vanuit de overtuiging dat de bio-industrie moet worden afgeschaft. Zeker, ze zijn boos, verontwaardigd en geschokt over het lot van de arme Bronkx en ze stemmen op de PvdD omdat ze van dieren houden. Maar het gaat ook om iets anders. Een gevoel dat via de verontwaardiging over de hond en dierenliefde tot uitdrukking wordt gebracht. Dat werd duidelijk uit de discussie die naar aanleiding van de stille tocht ontstond. De tocht werd namelijk gehouden op dezelfde dag als de watersnoodramp van 1953 werd herdacht. De voorzitter van de Stichting Herdenking Watersnood, Johan Nuijten, werd in de Provinciale Zeeuwse Courant als volgt geciteerd: ,,Bizar, ik hoorde dat van die stille tocht op de radio. Ik schrok. Ik werd er eng van [...]Ik kan best begrijpen dat mensen een stille tocht voor een hond houden, maar niet op die datum. Dan herdenk je 1835 slachtoffers, geen dode hond. Dat doe je toch ook niet op 4 mei.'' Organisatrice Lina denkt daar anders over. Die watersnood is zolang geleden, meent zij, dat een herdenking vooral iets is voor de oude garde en niet voor de jongeren. Als het nou over de ramp in Enschede zou gaan, was het anders. Bovendien is het herdenken van 1953 naar Lina's idee een elitair gebeuren. ,,Het is maar voor een beperkt clubje genodigden en hoge pieten.''

Daar openbaart zich de strijd. De strijd tussen oud en jong, de strijd tussen elite en de mensen die zich tot het gewone volk rekenen. Dat de elite zich bezig wil houden met oude koek, moeten zij weten. Het jonge volk kiest voor een actueel probleem dat iedereen bezighoudt, is de boodschap. De politiek houdt zich bezig met vage achterkamertjes politiek, daarom na Pim de PvdD want dan hebben de dieren er nog wat aan. Onder die vlag; liefde voor het gewone huisdier en daarmee voor de gewone man, afkeer van de elite en het verleden, vindt een verscheidenheid aan mensen elkaar zoals dat in het Battersea van 1906 het geval was. Een bredere visie op de problematiek rond de behandeling van dieren in de samenleving zal bij de meesten helaas niet ten grondslag liggen aan hun keuze voor die stille tocht of die partij.