Vergrijzing als vals voorwendsel

Balkenende en Bos hebben stuivertje gewisseld in hun ideeën over lastenverzwaring en bezuinigingen. Dat suggereert dat in de formatie hierover een akkoord mogelijk is, vindt Bert de Vries.

De vergrijzing komt op ons af. Dat gaat veel publiek geld kosten, met name in de sfeer van de AOW en zorg. Het beslag van de collectieve uitgaven op het nationale inkomen dreigt daardoor fors te groeien.

Wie gaat dat betalen? Is het realistisch te verwachten, dat toekomstige generaties bereid zullen zijn om de alsmaar stijgende collectieve lastendruk op te brengen, die daarmee gemoeid is? En is dat wel fair?

Gerrit Zalm komt de eer toe onder Paars I een list op deze lastige vraag te hebben verzonnen. Als we nu eens de staatsschuld in één generatie zouden aflossen. Dan verlossen we onszelf van de daaraan verbonden rentelasten, die in 1994 – bij het begin van Paars I – nog 5,9 procent van ons bruto binnenlands product (bbp) bedroegen. Als we dat percentage weten vrij te spelen, verschaffen we onszelf een fors stuk ruimte voor het opvangen van de vergrijzingskosten zonder dat de collectieve lasten omhoog moeten. De timing was perfect.

Terugbrengen van de staatsschuld begint met het niet verder laten oplopen er van. Daarvoor was het nodig om eerst het financieringstekort, in 1994 nog ruim 4 procent, terug te brengen naar nul. Om te voorkomen dat de lastendruk daarvoor omhoog moest, moesten de collectieve uitgaven als percentage van het bbp dus met 4 procent omlaag. Dankzij het verrassende herstel van economische groei en werkgelegenheid bleek dat niet erg moeilijk, al was het alleen maar doordat binnen het bestek van enkele jaren het beslag van de uitgaven voor de sociale zekerheid met ca. 3 procent omlaag ging. De strategie van Zalm is tot dusver een doorslaggevend succes geweest. Weliswaar is er nog geen euro op de staatsschuld afgelost, maar als percentage van het bbp is de staatsschuld tussen 1994 en 2003 gedaald van 78 naar 49,5 procent. Als gevolg van de dalende rentevoet, die gelijktijdig optrad, is het beslag van de rente zelfs teruggelopen van 5,9 naar 3,1 procent.

Kassa voor de vergrijzing zou je dus zeggen. Er is immers 2,8 procent ruimte vrijgespeeld om meer te kunnen uitgeven voor de vergrijzing, zonder dat de collectieve lastendruk omhoog moet. Of als dat geld nu nog niet nodig is er is 2,8 procent ruimte gekomen om versneld de staatsschuld af te lossen, zodat er voor de toekomst nog meer ruimte wordt vrijgespeeld.

Helaas zo is het niet gegaan. De vrijgespeelde ruimte is noch voor het één noch voor het ander gebruikt, maar volledig verjubeld voor een verlaging van de collectieve lastendruk. Niet de toekomstige generatie ouderen profiteert hier dus van, maar de huidige generatie belasting- en premiebetalers is gewend geraakt aan het dragen van lichtere lasten. Dat gebeurde dan bovendien nog in een periode waarin de lastenverlichting procyclisch en daardoor economisch averechts uitpakte. Ik vind het daarom ook achteraf terecht, dat het CDA zich destijds bij monde van Balkenende tegen deze lastenverlichting verzette, ook al leverde dat toen weinig populariteit op. Net zo goed als ik het verbazend blijf vinden dat PvdA staatssecretarissen van Financiën destijds het voortouw namen bij deze verjubelingsoperatie. Afgaand op de Economische Verkenning 2003-2006 van het CPB lijkt het hierboven beschreven proces zich ondanks de economische neergang onverdroten voort te zetten. Weliswaar loopt de staatsschuld in euro's bij ongewijzigd beleid weer op, maar als percentage van het bbp daalt de schuld verder tot ongeveer 35 procent van het bbp in 2006. De rentelasten lopen terug van 3 naar 2 procent. Dat vertaalt zich echter opnieuw in een verdere daling van de collectieve lastendruk, in plaats van in extra ruimte voor het opvangen van de kosten van vergrijzing. Tegen deze achtergrond is het interessant om te zien welke beleidskeuzen tijdens de huidige formatiebesprekingen zullen worden gemaakt. Is het doel vooral veiligstellen van de gerealiseerde en geprognotiseerde daling van de collectieve lastendruk? Of komt het accent vooral te liggen op prioriteiten in de uitgavensfeer, en dan met name op het opvangen van de kosten van de vergrijzing?

In het eerste geval zou het netjes zijn om de kiezers te melden, dat tweederde deel van de ruimte die vrijgespeeld kon worden door het aflossen van de staatsschuld intussen voor een ander doel is gebruikt dan beloofd was. En dat als gevolg daarvan extra moet worden bezuinigd op prioriteiten die nog in de campagne hoog op de agenda stonden, waaronder het opvangen van de kosten van de vergrijzing. In het tweede geval zal de in de afgelopen jaren ten onrechte toegekende lastenverlichting voor een belangrijk deel moeten worden teruggedraaid. Dat zal dan wel geleidelijk en zorgvuldig moeten gebeuren, omdat elke vorm van lastenverzwaring in een periode van laagconjunctuur remmend werkt op het economisch herstel.

Sommige vormen zijn echter schadelijker dan andere vormen, en overigens geldt dat ook bezuinigingsmaatregelen remmend werken op economisch herstel. Zoals lastenverzwaringen kunnen worden afgewenteld in hogere looneisen (ook al zegt de vakbeweging dat dat niet zo is), zo kunnen bezuinigingsmaatregelen het klimaat voor loonmatiging verzieken (ook al zeggen de werkgevers dat dat wel mee zal vallen).

De werkelijkheid zal wel zijn, dat partijen op een mix van lastenverzwaring en bezuinigingen uitkomen. Zo'n uitkomst is redelijk, omdat een deel van de uitgavenmeevallers in de afgelopen jaren niet structureel, maar conjunctureel van aard was. Daarbij is de paradox van deze formatie, dat Balkenende de onderhandelingen waarschijnlijk ingaat met de standpunten die Bos zou moeten innemen als hij trouw aan zichzelf was, en dat Bos de onderhandelingen ingaat met de standpunten die Balkenende zou moeten innemen als hij trouw aan zichzelf was. Met nog een beetje extra lenigheid van geest moet daar echter uit te komen zijn.

Bert de Vries is oud-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

    • Bert de Vries