Superkraak dankzij slingerende sleutels

Monteurs van Brinks plunderden automaten van Rabobank. Brinks was slordig met sleutels, de bank deed pas maanden later aangifte. Wat vindt de rechter ervan? Eerste deel van een serie over juridische geschillen in het bedrijfsleven.

Verdachte Chanderdath C. rilt even. Hij heeft alleen een dunne blauwe trui aan, hij heeft het koud. Of zijn jas aan mag? Op het zwarte nepleren jack is een tekst geborduurd: Straight One staat er.

Maar of C. inderdaad zo onschuldig is als de tekst op zijn kleding wil suggereren, valt nog te bezien. De rechter maakt in ieder geval al tijdens de zitting duidelijk maar weinig fiducie te hebben in C.'s onschuld. Met een dwingend ,,zeg het dan'', moedigt de rechter de verdachte aan te bekennen waar hij zijn deel van de 919.720 euro, ontvreemd uit Rabobank-vestigingen in Den Haag en Leiden, heeft gelaten. ,,U weet het wel, maar u wilt het niet zeggen, hè.'' Maar de 21-jarige C. laat zich niet uit de tent lokken en antwoordt alleen in ingestudeerd klinkende volzinnen: ,,Ik heb het dossier bestudeerd, maar blijf bij mijn eerdere verklaring: ik ben onschuldig.''

C. en medeverdachte Soerinderpersad K. kennen elkaar al van kinds af uit de Hindoestaanse gemeenschap in Paramaribo. Jaren later werden ze beiden storingsmonteur bij geldtransporteur Brinks. Maar nu zijn ze gebrouilleerd. K., door zijn eigen advocaat omschreven als ,,eenzaam, zonder vrienden en toe aan een assertiviteitscursus'', heeft zich naar eigen zeggen namelijk laten pakken na de tiende diefstal, en beschuldigt C. ervan de zaak aan het rollen gebracht te hebben.

Volgens K. kwam het plan voor het eerst ter sprake na een voetbaltraining. De verdachten beseften aan het einde van een dienst dat het eenvoudig moest zijn een van de veertig sleutels die Brinks op kantoor bewaart mee te nemen. De collega met een ochtenddienst kon de sleutel weer terugleggen. ,,Bij Brinks worden de sleutels nauwelijks gecontroleerd'', stelt de officier van justitie vast.

Terwijl met de sleutel toegang verschaft werd tot de ruimte waar de geldautomaat stond, moesten door middel van een groot aantal handelingen (oplopend tot 136) diverse alarmen uitgeschakeld worden om met de hand een graai in de geldlade te kunnen doen. Deze procedure duurt bij de Rabobank zo'n twintig minuten. Al die tijd hadden C. (meestal binnen) en K. (op de uitkijk) telefonisch contact. Dat was uit de mobieletelefoongegevens gebleken. De rechter wilde dit nogmaals controleren. ,,Meneer C., u wist dus dat u een hoop geld ging stelen van de Rabobank. Waarom belde u juist op dat moment meneer K.?''

C.: ,,We zijn weleens met elkaar gaan poolbiljarten. Misschien heb ik daarvoor gebeld.''

De rechter: ,,Maar u begint hem om 21 uur 40 te bellen, precies toen het alarm werd uitgeschakeld. U heeft veertien minuten gebeld, exact de periode van de uitschakeling. Dat is wel erg toevallig.''

C.: ,,Ik leende mijn toestel ook weleens uit, dat kan het ook geweest zijn.''

Pas na maanden van diefstallen van grote bedragen besloot de Rabobank in oktober aangifte te doen, waarna Brinks onderzoek instelde en justitie uiteindelijk C. en K. arresteerde. In K.'s schuurtje werd 290.000 euro gevonden. Maar de rol van de Rabobank was opvallend, vond zowel de officier van justitie als C.'s advocaat. Advocaat R. Dhalganjansing van C. vermoedt zelfs een complot tegen zijn cliënt, met daarin een onbestemde rol voor de bank. ,,Want de bank handelt helemaal niet logisch. Ik heb de indruk dat het de bank niets kan schelen, en stel dan ook de vraag: `is er wel wat weg?'''

In de zaal zitten alleen drie besnorde werknemers van Brinks, de bank heeft geen afvaardiging gestuurd om opheldering te geven. Maar ook de waardevervoerder krijgt ervan langs. Tijdens de zaak blijkt niet alleen dat de verdachten met het grootste gemak maandenlang sleutels hebben kunnen ontvreemden, ook wordt duidelijk dat de geldtransporteurs zelf met grote regelmaat valsheid in geschrifte plegen door elkaars handtekening te vervalsen. ,,Dat is normaal bij Brinks'', stelt K. Zo hoeft maar één van de transporteurs het papierwerk in te vullen.

De rechter veroordeelt K. uiteindelijk tot 30 maanden celstraf, zes maanden meer dan was geëist. C. moet 36 maanden zitten. Het gestolen geld moet worden terugbetaald aan de banken. Volgens de rechter hebben beide verdachten ,,op bijna listige wijze ernstig misbruik gemaakt van de kennis en middelen'' van Brinks. Daarmee is volgens de rechtbank ,,in ernstige mate'' het vertrouwen geschonden dat bedrijven in hun werknemers moeten kunnen hebben.

Reacties: hetgeschil@nrc.nl

    • Freek Staps