Straatgevechten enige troef Irak

In een stedelijke omgeving kan westers militair overwicht teniet worden gedaan. Irak zou mikken op de Amerikaanse vrees voor straatgevechten.

Militaire analisten zijn het erover eens dat de Iraakse strijdkrachten een Amerikaans-Brits grondoffensief vanuit Koeweit nauwelijks een strobreed in de weg kunnen leggen. Daarvoor ontbreekt het de Irakezen aan geoefende manschappen en modern materieel. Om het aanzienlijke Amerikaanse militaire overwicht op te heffen, willen de Irakezen hun tegenstanders verleiden tot straatgevechten in de stedelijke omgeving van Bagdad. ,,Als ze het politieke systeem in Irak willen veranderen'', vertelde het Iraakse parlementslid Mohammed Saleh Amerikaanse journalisten, ,,dan zullen ze naar Bagdad moeten komen. We zullen hen daar opwachten.''

Straatgevechten, aldus de Amerikaanse landmachtgeneraal Edwin Smith in het Amerikaanse Army Magazine, gelden in internationale militaire kringen als ,,de grote gelijkmaker''. MOUT-operaties – Military Operations in Urbanized Terrain – zoals ze in jargon heten, slokken volgens Smith grote aantallen militairen op, die over gebouwen en over verdiepingen moeten worden verdeeld. De tegenstander vecht bovendien op eigen terrein en kan zich, slechts uitgerust met automatische wapens en RPG-raketgranaten en grote voorraden, lange tijd verschansen.

Vliegtuigen en andere methodes om precisiegeleide projectielen af te schieten, meent Smith, kunnen de tegenstanders in het ,,urbane landschap'' hooguit isoleren. Maar verslaan kun je ze er niet mee.

Er zijn in de militaire geschiedenis veel voorbeelden te vinden van dergelijke `gelijkmakers'. Het bekendste daarvan is zonder twijfel `Stalingrad' in de winter van 1942 op 1943. De Duitsers konden toen met geen mogelijkheid de Sovjet-troepen uit de puinhopen van de stad verdrijven. Een modern voorbeeld is de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny waar het Russische leger in 1995 zware verliezen leed: moderne T-80-tanks waren geen partij voor Tsjetsjeense strijders die er vanaf korte afstand met RPG's gaten in schoten.

Maar ook de Amerikaanse strijdkrachten hebben niet zelden met straatgevechten hun neus gestoten, het meest recent in 1993 in de Somalische hoofdstad Mogadishu. Bij een mislukte actie om een Somalische krijgsheer te arresteren, kwamen achttien Amerikaanse soldaten om. Dat grote aantal slachtoffers bracht de Amerikaanse regering ertoe om zich uit het land terug te trekken.

De Irakezen weten dat de Amerikaanse strijdkrachten huiverig zijn voor MOUT-missies. In plaats van zich in te graven in de woestijn, wat tijdens de Golfoorlog in 1991 rampzalig uitpakte, oefenen Iraakse troepen behalve in Bagdad ook in de zuidelijke stad Basra in het voeren van straatgevechten. Wapen- en voedselvoorraden zouden zijn aangelegd en mobiele telefoontjes uitgedeeld.

Met name sinds `Mogadishu' oefenen Amerikaanse en andere westerse strijdkrachten dit type gevecht. Ook Nederlandse eenheden, van de landmacht en het Korps Mariniers trainen OVG, operaties in verstedelijkt gebied, zoals straatgevechten hier heten.

In de VS waren het vooral mariniers die met jaarlijkse `Urban Warrior'-oefeningen werden getraind. Aanvankelijk meenden de Amerikaanse plannenmakers dat hoogwaardige technologie een antwoord bood op de problemen van vechten in verstedelijkt gebied. Zo werd een radar ontworpen die door muren heen kon kijken. Een van de problemen met dat foefje was dat geen onderscheid viel te maken tussen burgers en gewapende tegenstanders.

Sindsdien ligt de nadruk op hard trainen, maar dat garandeert weinig. Zo kwamen begin 2002 dertien Israëlische soldaten om bij straatgevechten in Jenin op de Westelijke Jordaanoever, onder wie manschappen van een elite-eenheid van de Israëlische marine. Amerikaanse mariniers hadden bij recente MOUT-oefeningen meestal een virtueel verlies van tien procent.

De vrees voor straatgevechten wordt binnen het Pentagon gedeeld. De Amerikaanse generaal b.d. John Hoar, veteraan van de Golfoorlog, noemde het tijdens een hoorzitting voor de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten een ,,nachtmerriescenario'', indien een ,,half dozijn divisies van de Republikeinse garde'' zich in Bagdad verschanst, versterkt met een paar duizend stuks luchtdoelgeschut.

De Amerikaanse strijdkrachten zouden uiteindelijk wel winnen, vertelde Hoar de senatoren, ,,maar tegen welke prijs?'' Hij doelde daarbij niet alleen op de militaire slachtoffers. De publicitaire schade die de VS zouden oplopen ,,wanneer de wereld toekijkt hoe wij bombarderen en granaten laten exploderen in dichtbevolkte Iraakse woonwijken'' zou zeer ernstig zijn.