Regionaal én historisch

Nederland heeft ervaring met regeringscoalities die niet werden gesloten omdat de samenwerkende partijen het zo goed met elkaar konden vinden, maar omdat zij geen realistisch alternatief zagen. Realisme, namelijk: het ontbreken van een stabiel alternatief, en niet groot enthousiasme is nu bepalend voor het werk aan een centrumlinkse coalitie. Een coalitie waarover de grootste partij, het CDA, de kiezers drie weken geleden uitdrukkelijk zei dat zij haar niet wenste. Dat is raar, maar zoiets kan zich voordoen zolang het Nederlandse kiesstelsel, dat aardig past bij een verdeelde bevolking, gehandhaafd blijft en pogingen de kiezersmarkt op te delen in twee blokken tussen dranghekken niet zijn gelukt. Al was het maar doordat het (confessionele) centrum de afgelopen decennia niet wilde meewerken aan zijn eigen liquidatie.

In Duitsland kan het nog veel ingewikkelder. Het land heeft een uitgekiend kiesstelsel, met een mengvorm van districtensysteem en landelijke kandidaten en een eerste en tweede stem voor de kiezer, die zijn landelijke én zijn eventueel anders gekleurde regionale voorkeur kan aangeven. Zeg, regionaal de SPD-kandidaat kiest en landelijk de Groenen. Of regionaal de kandidaat van de CDU en landelijk de liberale FDP. Met een kiesdrempel van vijf procent als ondergrens tegen electorale versnippering (of als aanmoediging aan partijen om grotere groepen te vormen en standpunten met werkelijkheidswaarde te kiezen).

Maar dat is nog niet de hele electorale mix in het federatieve Duitsland. In alle dertien deelstaten en de stadstaten Berlin, Bremen en Hamburg krijgt de burger op andere ogenblikken de kans om zijn regionale landdag te kiezen en daarbij een andere politieke voorkeur uit te spreken. De kiezer kan dan via zijn landdag, en de daaruit gevormde regionale regering, zijn nationale keuze nuanceren.

Door dit na de Tweede Wereldoorlog voor West-Duitsland bedachte systeem van checks and balances kan de Bondsdagmeerderheid, en het daarop gebaseerde kabinet, gaandeweg komen te staan tegenover een andere meerderheid in de Bondsraad, die naar de politieke krachtsverhoudingen in de deelstaten wordt samengesteld. Kortom: als de kiezer ook gebruik maakt van deze mix, en dat doet hij vaak, krijgt de nationale coalitie na verloop van tijd te maken met de matigende invloed van een politiek steeds vijandiger rakende Bondsraad. Zo gebeurde dat in de jaren dat de SPD in Bonn regeerde (1969-1982). Door haar successen in de deelstaten ging de CDU in die jaren domineren in de Bondsraad.

Het omgekeerde geschiedde in de jaren van CDU-kanselier Kohl (1982-1998), toen de SPD almaar verder oprukte in de deelstaten en zo een meerderheid kreeg in de Bondsraad. Aangezien de deelstaten grote eigen bevoegdheden hebben (onderwijs, cultuur, vreemdelingenbeleid, eigen aandeel in de belastingen bijvoorbeeld) en in de Bondsraad meebeslissen over 60 tot 70 procent van de nationale wetgeving, is hun matigende invloed dus groot. Het stabiliserende effect dat oorspronkelijk, in de West-Duitse Bondsrepubliek met haar elf deelstaten, met deze opzet was bedoeld, is inmiddels wel wat verminderd. Want sinds de Duitse eenwording (1990) het aantal deelstaten op zestien bracht, zijn er altijd net ergens regionale verkiezingen geweest of ze zijn op korte termijn alweer te verwachten, wat ook landelijk een soort permanente politieke nervositeit bevordert. En wat er ook toe heeft geleid dat de electorale prognostiek, de Meinungsforschung, in Duitsland een nog veel grotere vlucht heeft genomen dan in Nederland. Maurice de Hond, het NIPO en Interview/NSS etc. elk 24 keer per jaar met hun prognoses (hun Politbarometer) op de buis. Zoiets, als het ware.

Sinds zondag, sinds de grote klappen die de SPD kreeg in de verkiezingen in Hessen en Nedersaksen, en de grote winst van de CDU daar, staat de rood-groene regeringscoalitie van kanselier Schröder er in de Bondsraad beroerd voor. Zó beroerd dat hij, goed vier maanden nadat hij in de landelijke verkiezingen als kanselier werd bevestigd, een belangrijk deel van zijn werk niet meer kan doen zonder instemming van de CDU. Want, zoals onze correspondent Michel Kerres het gisteren in een nieuwsanalyse al schetste, in de Bondsraad heeft rood-groen nog maar 28 van de 69 zetels. Wat betekent dat de rood-groene meerderheid in de Bondsdag nu niet meer doorslaggevend is in de Vermittlungsausschuss, de speciale commissie die een oplossing moet vinden als een wetsvoorstel in de Bondsdag is aanvaard maar in de Bondsraad wordt verworpen.

Schröder heeft gisteren aangekondigd dat hij daarom bij de voorbereiding van wetsvoorstellen voortaan vooraf contact zal opnemen met de CDU-fractie in de Bondsdag. In feite krijgt Duitsland daarmee een informele superbrede coalitie die reikt van de Groenen, Schröders coalitiepartner, tot en met de CDU/CSU. Of, anders gezegd, alle partijen worden elkaars gevangenen, allemaal partner in compromissen die wel niet allemaal in volledige openbaarheid tot stand zullen komen. Dat belooft weinig goeds voor het aanzien van de politiek in ons grootste buurland. En weinig goeds voor de daadkracht en helderheid die nodig zijn om Duitsland echt te laten beginnen met de toch al te lang uitgestelde sanering en modernisering op sociaal-economisch en financieel gebied.

Daarnaast moet Schröder een dreigend verder Duits isolement in Europa en Atlantis (Irak!) zien te voorkomen. Van de op dit stuk onzekere CDU/CSU, die hem vier maanden geleden zijn kanselierschap zag redden door zijn kordate aanpak van de overstromingsramp in Oost-Duitsland en zijn `nooit oorlog tegen Irak'-houding, heeft hij dan weinig te verwachten. En van zijn vriend Chirac in Parijs als het eropaan komt vermoedelijk evenmin. Ooit waren de Europese Gemeenschap en de NAVO mede bedoeld om vooral de economische Duitse krachtpatser in het goede spoor te houden. Krachtpatser? Het goede spoor?

Die regionale verkiezingen in Hessen en Nedersaksen mogen met recht historisch heten. Voor Duitsland, maar daarvoor niet alleen. Het kabinet-Balkenende-II wordt, als het komt, misschien vergelijkenderwijs een monument van daadkracht met een vergelijkenderwijs vederlichte taak. Dat zou mooi zijn, want wij zijn soms bijna net zo onzeker en ongelukkig als de Duitsers. Maar wij zitten wél in een andere gewichtsklasse.