Groei bevolking vlakt verder af

De groei van de bevolking in Nederland vlakt verder af. In 2002 is het inwoneraantal met 88.000 toegenomen. In 2001 bedroeg de bevolkingsgroei nog 118.000.

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In december schatte het CBS nog dat de bevolking met 97.000 inwoners zou toenemen in 2002.

De daling van het groeicijfer komt vooral door de teruglopende immigratie en oplopende emigratie. Het CBS verwacht dat de bevolkingsgroei de komende jaren verder zal afnemen. Het duurt nog tot 2015 voor het aantal van 17 miljoen inwoners wordt bereikt.

Er zijn vier oorzaken van het lagere groeicijfer. De immigratie nam af, terwijl de emigratie toenam. Verder steeg het aantal overledenen en had een administratieve opschoning van het bevolkingsregister plaats. Alleen de overigens lichte groei van het aantal levendgeborenen heeft in 2002 een positieve bijdrage geleverd aan de bevolkingsgroei.

Het aantal immigranten is gedaald van 133.000 in 2001 naar 124.000 in 2002. De sterkste daling deed zich voor bij Antillianen en Arubanen, van 8.000 naar 6.000. Verder daalde het aantal asielmigranten. Vooral het aantal immigranten uit Afghanistan, Irak en Iran daalde flink. Ook liep het aantal immigranten uit de EU-landen terug. Overigens daalde de immigratie niet over de hele linie. Zo bleef het aantal immigranten uit de `traditionele' immigratielanden Marokko, Turkije en Suriname vrijwel stabiel.

De emigratie nam toe van 63.000 in 2001 naar 67.000 in 2002. De stijging deed zich vooral voor bij in Nederland geboren personen. België en Duitsland zijn de favoriete emigratielanden van Nederlanders. Verder emigreren relatief veel Nederlanders naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Spanje en Amerika. Bij de niet in Nederland geboren personen nam vooral de emigratie van Antillianen en Arubanen toe.

Het aantal overledenen nam toe van 140.000 in 2001 naar 143.000 in 2002. Deze stijging is aan de vergrijzing toe te schrijven.