Een molenterriër, altijd vechtend voor ruimte en wind

Vrijwillig molenaar Rien van Schaijck strijdt al twaalf jaar voor ruimte voor de elf windwatermolens bij Grouw. Onlangs kreeg hij de Evert Smit-biotoopprijs van het Gilde van Vrijwillige Molenaars.

De Haensmolen staat op een klein schiereilandje in het Prinses Margrietkanaal bij Grouw staat. De 150 jaar oude spinnenkopmolen maalde het overtollige water tot de jaren dertig van de vorige eeuw uit de polder. Nu draaien zijn wieken alleen nog op hoogtijdagen.

Vrijwillig molenaar Rien van Schaijck (56) onderhoudt de twaalfenhalf meter hoge boerenmolen. In het voorjaar verwijdert hij de aanslag van de groene alg, schildert kap en wieken met lijnolie of smeert het mechaniek met reuzel. ,,Dit is het paradepaardje onder de molens'', verzekert hij. Hoe fraai de molen er ook uitziet, met de omgeving is het slecht gesteld: vlakbij staan bosjes en vakantiewoningen die de wind voor een groot deel wegvangen. ,,Als levend werktuig moet een molen kunnen draaien'', stelt Van Schaijck. ,,Op deze plek komt de Haensmolen in feite niet tot zijn recht. Een voorbeeld dus van hoe het niet moet.'' Het is hem een gruwel dat windmolens, soms onzichtbaar door bomen en gebouwen, in feite nutteloos in het landschap staan. ,,Het zijn rijksmonumenten zonder functie, die staan weg te rotten.''

Van Schaijck, oud-kok, verhuisde bijna dertien jaar geleden van Leiden naar Friesland. Hij had toen al een passie voor oude windmolens. Eind jaren tachtig woonde hij drie jaar in een achtkantige poldermolen in Zoeterwoude-Dorp. Eenmaal in Friesland zette hij zich in voor het behoud van de molens in het Lage Midden, aan de oostkant van Grouw. Daarvoor richtte hij acht jaar geleden een speciale stichting op.

Van Schaijck zegt op te komen voor een ,,stukje unieke molengeschiedenis''. ,,De molens waren beeldbepalend en bezorgden ons door hun bemaling droge voeten.'' In de jaren twintig van de vorige eeuw telde het Friese Veenweidegebied nog ongeveer 250 spinnekopmolens. Daarvan zijn er in de hele provincie nog 24 over, waarvan negen in het Lage Midden. ,,Klein Kinderdijk'', noemt Van Schaijck deze streek. Hij is het liefst bezig met het onderhoud en de restauratie van molens, maar in de praktijk is hij veel tijd kwijt aan zijn juridische strijd tegen een herinrichtingsplan van de provinciale overheid. ,,In de molenwereld noemen ze me de terriër. Ik bijt me vast in procedures.''

De Evert Smitbiotoopprijs een oorkonde en 500 euro, genoemd naar wijlen molenaar Evert Smit die zich sterk maakte voor de molenbiotoop in Noord-Holland beschouwt hij als een morele steun in de rug in zijn juridische strijd tegen de provincie. De molenbiotoop wordt bepaald door de ligging in het landschap ten opzichte van de wind. Een molen met een goede biotoop draait meer en beter dan een met een slechte. Vooral voor lage molens – grondzeilers in jargon – is een goede biotoop van belang.

De provincie Frysland wil het bestaande cultuurgrasland op een deel van het eiland De Burd bij Grouw inrichten als moerasgebied met vennen, plassen, rietland en bosjes. Volgens de provincie is dit nodig, omdat het aangrenzende ,,wetland'' Alde Feanen anders dreigt te verdrogen en verzuren.

Maar voor de grondzeilers, de molens die met hun wieken net boven de grond reiken, zou de uitvoering van dit plan volgens Van Schaijck desastreus zijn. ,,Om wind te kunnen vangen mogen er geen obstakels in de buurt zijn.'' Hij pakt een grote foto van de Alde Feanen, waartussen hoog opgeschoten struikgewas een windmolen verscholen staat. Een schrikbeeld voor Van Schaijck.

Moeras en verbossing zullen niet alleen het open karakter van De Burd, maar ook de biotopen van molens aantasten, vreest hij. Op de Burd is één boerderij inmiddels gesloopt, met een andere zijn de slopers nog bezig. ,,De provincie wil de stenen laten liggen en die met grond bedekken'', vertelt Van Schaijck. ,,Zo ontstaan er onnatuurlijke bulten van enkele meters hoog.'' Een slechte zaak voor de Borgmolen die nabij de restanten van de gesloopte boerderij staat, meent de molenaar. ,,Die zal geen wind meer vangen.''

Maar volgens een provinciewoordvoerster blijft De Burd een open gebied. ,,De windvang van de molens wordt niet geschaad. Maar het blijft een belangenafweging.''

Verplaatsing van de Borgmolen enkele honderden meters naar het westen, zoals de provincie voorstelt, vindt Van Schaijck een slechte oplossing. ,,Daar staan allemaal bomen en is de biotoop slecht.''

Van Schaijck is voorstander van verplaatsing van molens, mits ze een praktische functie kunnen krijgen. Zo wordt de Polsslootmolen bij Akkrum gerestaureerd en verplaatst naar De Deel om als hulpgemaal dienst te doen. ,,Ook de andere molens willen we weer een functie geven'', zegt Van Schaijck. ,,Ik kom op voor negen levende monumenten in het landschap. Ik ben verliefd op molens en word emotioneel als er een wegrot.''

De beste bescherming voor molens biedt een wettelijke beschermingszone, stelt de molenaar. ,,Dan mogen er binnen een straal van 400 meter van een molen geen gebouwen komen of hoge struiken geplant worden. De provincie Zuid-Holland hanteert deze bepaling bij bestemmingsplannen.''

Nederland telt ongeveer duizend windmolens en tweeduizend vrijwillige molenaars. Sinds 1923, toen de Vereniging de Hollandsche Molen werd opgericht, is het verboden molens te slopen. Sinds 1975 bestaat het landelijk Gilde van Vrijwillige Molenaars.

In Zuid-Holland staan de meeste molens van ons land: 250. Eigenaren van molens die een goede biotoop hebben krijgen in deze provincie meer restauratiesubsidie.

    • Karin de Mik