Dure ruzie Cambodja en Thailand

De Cambodjaans-Thaise rellen van vorige week trekken hun sporen in de economie. Geen Thais vlees betekent hond op het menu in Cambodja.

Waar de buurlanden Thailand en Cambodja hun diplomatieke betrekkingen snel proberen te verbeteren nadat vorige week de Thaise ambassade in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh werd aangevallen, is de economische schade van die aanval nog nauwelijks te overzien.

Alle economische sectoren in Cambodja hebben last van de anti-Thai rellen. Die volgden op de verspreiding van het onjuiste gerucht dat een populaire Thaise soapac- trice had gezegd dat het tempelcomplex en wereldwonder Angkor Wat niet Cambodja maar Thailand toebehoorde. Daarop koelden jonge Cambodjanen niet alleen hun woede op de ambassade, maar ook op Thaise bedrijven.

Meteen sloot Thailand zijn grenzen met het armlastige Cambodja, dat economische zeer afhankelijk is van het veel rijkere en grotere buurland. Wederzijdse handel en investeringen – grotendeels van Thailand naar Cambodja – bedragen zo'n miljard euro per jaar. Thaise bedrijven hebben meer dan de helft in handen van de Cambodjaanse agrarische sector, het bank- en verzekeringswezen en telecommunicatie.

De grenzen blijven voor onbepaalde tijd dicht. Nu ontstaan voedseltekorten en sterke prijsstijgingen van elementaire goederen zoals eieren en vlees. Om toch aan vlees te komen, worden nu in Cambodja op grote schaal honden geslacht. Het sluiten van de Thais-Cambodjaanse grens blijkt overigens een impuls voor Birmese casino's en illegale Thaise gokhuizen. Deze vormen het alternatief nu Thaise gokkers de speelhuizen aan Cambodjaanse kant niet kunnen bereiken.

De Cambodjaanse toeristenindustrie ondervindt ook schade. Kort na het begin van de rellen op 29 januari stopte de Thaise nationale luchtvaartmaatschappij met vliegen op Cambodja. Waarschijnlijk tot vrijdag zal Thai Airways niet landen op de luchthavens van Phnom Penh en Siem Reap. Deze stad is de poort naar Angkor, veruit Cambodja's belangrijkste toeristische en economische trekpleister.

De bezoekersdaling die Angkor zal treffen, heeft ook gevolgen voor de economie van Thailand. Cambodja heeft de voorzieningen nog niet ontwikkeld om veel aan het Angkor-toerisme te verdienen. Thaise bedrijven hebben die rol overgenomen en leveren hotels, wegen, eten, souvenirs. De schatting is dat van elke honderd euro die toeristen in Cambodja besteden er al met al slechts vijf euro in het land blijven.

Deze afhankelijkheid wordt door vele waarnemers als de achterliggende verklaring gezien voor het plotselinge anti-Thai-sentiment dat met de rellen de kop opstak. Vijftien Thaise bedrijven zeggen door brandstichting en plundering schade te hebben opgelopen. Vooral hotels en telecombedrijven zijn getroffen, waaronder Cambodia Shinawatra, het telefoonbedrijf van de steenrijke Thaise premier Thaksin Shinawatra.

Thailand heeft uitgerekend dat de schade 1,8 miljard Thaise baht (40 miljoen euro) bedraagt, het dubbele van de schatting kort na de plunderingen. Wordt de gevolgschade in aanmerking genomen die zo'n zeventig kleine Thaise bedrijven lijden, dan blijken de kosten van de negatieve Cambodjaanse gevoelens jegens Thailand in totaal drie miljard baht (70 miljoen euro) te belopen.

Toch besluiten Thaise ondernemingen vooralsnog niet hun merkenbeleid aan te passen. Typisch Thaise topmerken, zoals Mama instant-noodles, Tipparos vissaus, Pum Pui sardientjes en Pao wasmiddel zouden het slachtoffer kunnen worden van de anti-Thaise gevoelens. Niettemin gaat Thai President Food, de producent van de Mama noodles, een nieuw merk introduceren met een Cambodjaanse naam. Niet wegens de negatieve associatie met Thailand, maar uit angst voor de goedkopere concurrent. Die komt uit Vietnam, het meest gehate buurland in Cambodja.