Dolend tussen torso's

In het museum Beelden aan Zee in Scheveningen brengt regisseur Gerardjan Rijnders een hommage aan actrice Sacha Bulthuis. Zij speelt de hoofdrol in Rijnders' tekst `Beroerd', waarin alle mannenbeelden uit het depot van het museum het decor vormen. Rijnders: ,,Gevallen beelden ontroeren me.''

Het is net of er een stormwind is gegaan door de grote zaal van het museum Beelden aan Zee aan de kust van Scheveningen. Her en der liggen beeldhouwwerken, die eigenlijk fier rechtop moeten staan, op de grond. De onderzijde van de sokkels toont zich in alle roestigheid, vaak voorzien van een etiket. Theaterregisseur en toneelschrijver Gerardjan Rijnders is door het museum Beelden aan Zee gevraagd als gastconservator op te treden. Aanleiding is de tekst Beroerd die hij schreef voor actrice Sacha Bulthuis, vast verbonden aan het Haagse gezelschap De Appel.

,,Ik heb grote bewondering voor haar,'' zegt Rijnders. ,,Ik ken haar al sinds de Toneelschool. Ze is, behalve een virtuoze actrice, iemand die een ongekend neurotisch realisme uitdraagt. Ik interviewde haar voor deze voorstelling. Telkens kwamen we uit op twee onderwerpen: de beroerte die haar enige tijd geleden trof en haar verhouding tot mannen. Die gelukkig kortstondige verlamming inspireerde mij tot het toneelstuk Beroerd. Aanvankelijk kon ze niets meer, helder denken noch handelen. De ironie wil dat ze nog wel theaterteksten kon onthouden. Van de dokters moest ze van de ene brancard naar de andere lopen om haar hersens weer te activeren, en daardoor te overleven. In mijn voorstelling heet zij Lot, naar Lotte in Groot en Klein van Botho Strauss, een rol waarmee zij de Theo d'Or verwierf. Lot heeft een complexe verhouding tot mannen. Zo zegt ze: `Mannen/ Ze hebben me wel/ Hoe zeg je dat?/ Beroerd.' en: `Ja ik had een man/ Maar wat is hebben?' Zowel haar kindje als haar man is ze kwijt.''

Lot dwaalt na sluitingstijd door het museum, ze is het liefst alleen. Uit de collectie van ruim 700 sculpturen koos Rijnders zo'n tachtig mannen: ,,Ja, dat moest, vond ik, uitsluitend mannenfiguren met wie de verdoolde vrouw 's nachts praat. Ik maak geen kunsthistorisch verantwoorde tentoonstelling, ik laat me inspireren door al die torso's, koppen en gedaanten in brons, metaal of hout.'' Het herkenbaar realisme is uitgangspunt voor de collectie Beelden aan Zee, door het echtpaar Theo en Lida Scholten verzameld sinds de jaren zestig. Portretkunst speelt een belangrijke rol, zoals gietsels van Anton van Duinkerken, Picasso, Adenauer, Beethoven, Willem Sandberg, Sibelius en een voorstudie van De dokwerker door Mari Andriessen. In samenspraak met ontwerper Marc Warning bedacht Rijnders de kanteling van 90 graden. Staande beelden zijn nu neergevleid, vaak op schuimrubber, piepschuim en zelfs autobanden.

Rijnders: ,,Ik zie er gevallen mannen in, niet zozeer symbolisch als wel ontroerend. Het is een sneu lot voor die sterke kerels van brons of steen die hier liggen. Ze zijn kwetsbaar, zelfs de vloer waarop ze liggen is kwetsbaar. Ik wil de voorstelling en tentoonstelling één op één hebben. Beroerte drijft iemand naar de duistere kant van het leven, daar waar alles minstens een kwartslag is gedraaid. Door de beelden neer te leggen ontstaat een ander gezichtspunt, zoals de fier springende man die opeens verandert in een neertuimelende gestalte. Een sculptuur van Marcel Warmenhoven stelt een man met vis voor; het is opgetrokken uit gebogen meubelhout. Staat de visser, dan toont hij viriele macht. Liggend lijkt hij bijna verstikt te worden door zijn eigen vangst. Die transformatie geldt ook voor De barmhartige Samaritaan van Piet Esser. De Samaritaan draagt een slachtoffer op zijn rug. Nu ligt het beeld op de grond en is het of ze sleetje rijden.''

Nu ook De dokwerker gevloerd lijkt, kan dat `ontheiligend' werken, want een verzetsmonument ontdoe je niet zomaar van zijn aureool. Volgens Rijnders ,,moeten we naar de mannen kijken als door de ogen van Sacha Bulthuis. Het zijn nadrukkelijk geen fantasiebeelden van mij. Ik heb dan ook geen esthetische ervaring bij de mannengestalten. Voor Lot vertegenwoordigen de mannen schimmen uit haar leven en haar verleden. Zo maakte Cornelis Zitman een prachtig bronzen beeld van een naakt jongetje. Zij knielt bij hem neer, hij ligt als slapend op een zacht bed van schuimrubber, en ze zegt tegen hem: `Ik zag mijn kindje/ Mijn dode kindje/ Een mensje/ Dat dat niet mocht worden'. Of het reusachtige, bijna drie meter tellende beeld Alkyoneus-toren van Lentink. Nu het voorover ligt zie je opeens de basis: stukjes hout met elkaar verbonden door constructielijm. Dan besef je als toeschouwer dat een beeld onderaan begint, bij de sokkel, het voetstuk. Net zoals de ogenschijnlijk onverzettelijke Lot een knauw heeft gekregen door haar beroerte, zo hebben ook de beelden een klap te verduren gehad. Als je de museumzaal binnenkomt, is de eerste verrassing: `Wat is het hier leeg'. Een gevallen beeld neemt geen hoogte in beslag, wel de ruimte van de grond. Dat geeft de onverwachte ervaring van leegheid.''

Beroerd door De Appel en De Mannen van Gerardjan Rijnders in museum Beelden aan Zee, Scheveningen. Première: 7,8/2. Aanvang: 20.15u. Het museum is overdag geopend. T/m 29/3. Inl.: 070-350 22 00; www.toneelgroepdeappel.nl en www.beeldenaanzee.nl.

    • Kester Freriks