De verboden stad

Een eeuw lang was een enorm terrein midden in Eindhoven het exclusieve bezit van Philips. Nu gaat de gemeente het gebied in de stad opnemen. Norbert van Onna fotografeerde de geheimen van Strijp.

Stoer én romantisch: zo ziet fotograaf Norbert van Onna de gebouwen van Philips. Eind negentiende eeuw richtten Gerard Philips en zijn broer Anton een bedrijfje op dat in de loop van de twintigste eeuw niet alleen het beeld van Eindhoven zou gaan bepalen, maar ook internationaal dat van Nederland. Nu, aan het begin van alweer een nieuwe eeuw, zal het terrein voor het eerst in de stad worden opgenomen. Om dit keerpunt te markeren, tussen het vertrek van de industrie en de intrek van de stad, heeft Van Onna dit industriële landschap vastgelegd in het fotoboek Complex Strijp S/T/R.

De letters S, T en R slaan op de drie delen van het zeventig hectare grote terrein, dat grotendeels tussen 1920 en 1960 is gebouwd. Naarmate Eindhoven groeide, kwam Strijp er als een enclave midden in te liggen. Voor een groot deel van de stedelingen was Strijp bijna de hele afgelopen eeuw een verboden stad: alleen werknemers mochten er komen, verder kende niemand het.

Dat geheimzinnige is er nog steeds. De bedrijfsfuncties van Philips worden al enige tijd verplaatst naar delen van de stad, met name de nieuwe High Tech Campus in Waalre en kantorencluster Vredenoord. De gebouwen – ze zijn nu nog bijna allemaal in gebruik, wel werken er duizenden minder mensen dan vroeger – hebben geen namen, maar raadselachtige codes als WKC, SDM en TQ. Straten lopen onder een vier meter hoog traliewerk van buizen door; de zon valt er gefilterd doorheen, als het gefilterde licht van een bladerdak. De gebouwen steken scherp af tegen de avondschemering of een harde, heldere lucht. Hij laat ze niet geïsoleerd zien, maar stevig in hun omgeving geworteld – alleen is er op straat bijna geen mens te zien. ,,Dat is geen esthetische keuze'', zegt de fotograaf terwijl we van de `persmassafabriek' langs het `Klokgebouw' toeren, over de viaduct `het Strijpse bultje' naar de hoge, smalle warmtekrachtcentrale. ,,Er lóópt gewoon niemand hier, kijk maar. Ze komen met de auto en verdwijnen naar binnen.'' De stilte op straat is haast een metafoor voor het isolement van Strijp – maar dat zal niet lang meer duren.

Philips was van plan het terrein te verkopen aan projectontwikkelaar Koninklijke Volker Wessels Stevin toen de gemeente zich anderhalf jaar geleden realiseerde dat ze toch wel een grote vinger in de pap moest houden. De ontwikkeling van het gebied is van groot belang voor de stad, die binnen de eigen grenzen geen andere ruimte heeft om uit te breiden. Eindhoven kocht het van Philips voor 140 miljoen euro en sloot een publiek-private samenwerking met KVWS voor de ontwikkeling ervan. De herontwikkeling moet in 2004 beginnen en in 2017 klaar zijn, tegen een geschatte investeringsvolume van 680 miljoen euro. Het masterplan, een ontwerp van prof. Riek Bakker van het bureau BVR, is vorig jaar om deze tijd met slechts één stem tegen aangenomen. Ondanks een volledige wisseling van de politieke gezindte van het college vorig jaar, toen VVD en PvdA werden ingeruild voor een regenboogcoalitie van CDA, GroenLinks, D66 en Leefbaar Eindhoven, wordt het plan nog breed gesteund.

Als eerste van de drie zal Strijp S worden ontwikkeld, dat met zijn 27 hectare even groot is als de huidige binnenstad, zegt Sandra Janssen. Als studente aan de TU Eindhoven is zij op Strijp afgestudeerd, nu is ze als stedenbouwkundige bij de gemeente verantwoordelijk voor de uitwerking van de plannen. ,,Er komen ongeveer 115.000 m² kantoren, 275.000 m² woningen, 30.000 m² voorzieningen op het gebied van vrije tijd en cultuur'', zegt ze. ,,De woningen zijn zestig procent van de bebouwing. Toch moet het geen woonwijk worden, maar een uitbreiding van het centrum, een echt stedelijk gebied.'' De gemeente is nu op zoek naar een `trekker' op sociaal-cultureel gebied; in haar masterplan opperde Reik Bakker de thema's design (bijvoorbeeld een nationaal museum voor vormgeving en technologie), food en entertainment (markt, kookwinkel,groothandel, horeca, een film- en theatercentrum), en sport en wellness (fitness, zwembad, sport-medische dienstverlening, sportkleding, voorzieningen voor ouderen).

Ze vergelijkt Strijp S met het Sphinx Céramique-terrein in Maastricht, dat ook tegen de binnenstad aan ligt en een levendige nieuwe wijk is geworden. Met één groot verschil: van die duizenden vierkante meters bestaat één derde uit rijksmonumenten die een nieuwe bestemming zullen krijgen. Dat zijn gebouwen met tot de verbeelding sprekende namen als de Hoge Rug, het Veemgebouw, het Klokgebouw en het befaamde NatLab, waar volgens de overlevering radio is uitgevonden en waar ooit Einstein op bezoek is geweest. Ook het netwerk van wegen en spoorwegen blijft gehandhaafd zoals het Philips-bouwbureau dat bij het eerste ontwerp van Strijp S in 1916 volgens de principes van de Nieuwe Zakelijkheid heeft bedacht. Het was immers de spoorwegen, die goederen en grondstoffen tussen de gebouwen vervoerden, die de stedenbouwkundige structuur hebben bepaald.

Van Onna heeft het boek in eigen beheer uitgegeven en volledig zelf gefinancierd, een investering van ,,een paar ton'' naar hij zegt en een project van zes jaar. Als je het resultaat ziet, een uiterst verzorgde liefdesverklaring aan de gespierde gratie van Philips' industriële erfenis met fraaie teksten van publiciste Meghan Ferrill en historicus Ad Otten, valt het niet te begrijpen dat de gemeente er geen subsidie voor over had – hoewel ze wel graag wil dat de Eindhovenaren Strijp leren kennen en waarderen. Zelf zou Van Onna het liefst zien dat er niets meer werd gesloopt, maar alleen werd toegevoegd en verbeterd. ,,De identiteit van deze stad is al bijna niet te vinden.''

Complex Strijp S/T/R, fotografie Norbert van Onna, tekst Meghan Ferrill en Ad Otten, uitg. Archehov, €90, ISBN 90-803541-2-0.

    • Tracy Metz