Bush moet zeggen wat hij wil met Irak

Is een oorlog met Irak bedoeld om Saddam te ontdoen van de massavernietiginswapens, om hem uit de macht te ontzetten of om het land democratie te brengen? Het Amerikaanse volk en zijn bondgenoten hebben recht op een helder antwoord, vindt E.J. Dionne.

De vraag is niet of president Bush de noodzaak van een oorlog in Irak heeft aangetoond, de vraag is welke oorlog de president met Irak wil voeren. Ook na de State of the Union, de regeringsverklaring die hij deze week uitsprak, weten we dat nog niet.

Op één front heeft Bush wel vooruitgang geboekt. Tot nu toe leidden zijn geliefde nonchalante opmerkingen die druipen van de zelfvoldane branie – ,,Dit lijkt wel een herhaling van een slechte film'' – alleen maar tot een versterking van het cowboy-beeld dat de Amerikaanse geloofwaardigheid aantast. Dinsdag liet hij de John Wayne-act varen – hopelijk voorgoed.

,,Ons land vecht met tegenzin'', verklaarde de president in het deel van zijn toespraak dat het meest aansprak, ,,omdat we weten wat de prijs is en we bevreesd zijn voor de tijd van rouw die altijd komt.''

Maar Bush heeft nog altijd een probleem dat verder gaat dan stijl: we weten niet of deze oorlog in de eerste plaats bedoeld is om (1) de massavernietigingswapens uit handen van Saddam Hussein te krijgen, of (2) om Saddam uit de macht te ontzetten, of (3) om democratie in Irak te brengen en een politieke revolutie in het Midden-Oosten te veroorzaken.

Volgens de voorstanders van een oorlog zijn alledrie die doelstellingen verenigbaar. In beginsel zijn ze dat ook. Maar omdat de regering telkens weer iets anders heeft gezegd over het onderling gewicht en de samenhang van deze doelstellingen, was haar beleid gemakkelijk te kritiseren.

Als deze oorlog bijvoorbeeld alleen maar gaat om massavernietigingswapens, dan kunnen de twijfelaars met recht betogen dat zolang de inspecteurs ter plaatse zijn, met als stok achter de deur de dreiging met geweld, Saddam `geen kant op kan' en niemand kan bedreigen. Waarom dan een oorlog niet zo lang mogelijk uitgesteld, vooral omdat een oorlog Saddam weleens zou kunnen aanzetten tot het gebruik wapens waarvan we hem nu juist willen weerhouden?

Als de oorlog bedoeld is om van Saddam af te komen, dan zijn alle argumenten over wapens en inspecteurs irrelevant. Vergis u niet: Bush heeft gelijk over de onmenselijkheid – ja, het kwaad – van Saddams bewind. De beste reden voor deze oorlog is misschien wel de humanitaire reden, de noodzaak de wereld te verlossen van een tiran wiens bewind, zoals Bush heeft betoogd, kinderen martelt en hun ouders dwingt om toe te kijken.

Het probleem is natuurlijk dat Saddam niet de enige tiran is waar de wereld wel van af zou willen en dat de Verenigde Staten niet bereid zijn om overal ter wereld met elke dictator een gewapende strijd aan te binden. En waarom zouden we niet tevreden zijn met een staatsgreep waarbij Saddam wordt afgezet door een andere dictator, zolang die maar bereid is ons te gehoorzamen op het gebied van de wapens?

De voorstanders van een brede strategie om door middel van een verandering in Irak het Midden-Oosten te hervormen, zouden met zo'n staatsgreep allerminst tevreden zijn. Hun idealistische opvatting, die het krachtigst wordt beleden door onderminister Paul Wolfowitz van Defensie, berust op het geloof – het juiste woord – dat Amerika de macht heeft om in Irak een democratie te vestigen en daarmee een democratische verandering in andere Arabische landen kan bevorderen. In deze visie is de puinhoop in het Midden-Oosten het risico waard om dat gebied eens stevig op te schudden – misschien wel van wezenlijk belang om te komen tot een duurzame vrede tussen Israëliërs en Palestijnen.

Als Bush steun wil voor een oorlog, van de Amerikanen en van onze bondgenoten, dan moet hij ons zeggen welke van deze oorlogen hij van plan is te gaan voeren. Hij kan de geloofwaardigheid gebruiken die openhartigheid over de Amerikaanse doelstellingen zou opleveren.

Maar het lijkt wel of de regering bereid is elke mogelijke aanwijzing aan te grijpen om een koers te rechtvaardigen die kennelijk al lang geleden is uitgezet. Vooral de onverdroten pogingen om vast te houden aan een verband tussen Saddam en Al-Qaeda – wat de feiten op een bepaald moment ook uitwezen – hebben meer weg van een pr-stunt dan van een oprechte poging om de waarheid vast te stellen.

We weten al dat de regering bereid was tot een oorlog met Irak, of Saddam nu wel of niet de hand had in de aanslag van 11 september 2001. Het is niet bevorderlijk voor het vertrouwen om telkens als de steun voor het beleid van Bush in de opiniepeilingen terugloopt, weer met Al-Qaeda aan te komen.

En als ons doel echt is om Irak en het Midden-Oosten te hervormen, dan is deze oorlog veel omvangrijker dan de regering wil doen geloven. Dan is er een zeer langdurige inzet van Amerikaanse troepen nodig, en veel hulp van onze bondgenoten.

Maar nu het ernaar uitziet dat de regering intern verdeeld is over de vraag of deze oorlog gericht moet zijn op hervormingen of op de uitschakeling van Saddam, doet de president er goed aan te beslissen welke kant hij op wil, vóóordat de oorlog is begonnen.

En hij dient zijn keuzen openbaar te maken. Onze bondgenoten moeten weten waar ze aan toe zijn. Evenals het Amerikaanse volk.

E.J. Dionne is columnist.

© LAT-WP Newsservice