Alleen Fransen kunnen nu nog alle kanten op

Minder krijgszuchtig dan de Britten, realistischer dan de Duitsers. Franse politici vinden dat zij het best de publieke opinie vertegenwoordigen.

Michèle Alliot-Marie, de ambitieuze Franse minister van Defensie die er niet voor terugschrikt ook Buitenlandse Zaken te behartigen indien haar dat goeddunkt, wees er gisteren fijntjes op. Het Franse standpunt inzake Irak is `in overeenstemming met de publieke opinies'. Het venijn, nooit ver weg in de uitlatingen van `MAM', zit in de meervoudsvorm. Volgens een recente peiling (Sofres-Gallup) is immers een overweldigende meerderheid van zes Europese volken (inclusief die van het op regeringsniveau krijgszuchtige Groot-Brittannië) tegen een unilateraal Amerikaans ingrijpen in Irak.

De suggestie van Alliot-Marie was duidelijk. Van alle officiële standpunten is dat van Frankrijk het verstandigst. De Britse premier Tony Blair heeft zich in de nesten gewerkt door zich als het schoothondje van Bush te gedragen en het vierkante `nee' van de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder tegen de door Bush zo vurig gewenste oorlog in Irak is weer het andere uiterste. Bijna driekwart van de Spanjaarden is, in tegenstelling tot hun premier, tegen welk ingrijpen dan ook. Alleen Frankrijk, dat de louter legalistische lijn volgt en van mening is dat het internationale recht gerespecteerd moet worden en dat slechts de Veiligheidsraad beslissingsbevoegdheid heeft op het vlak van oorlog en vrede, kan nog alle kanten op.

Hoewel. Zestig procent van de Fransen blijkt óók afkerig te zijn van een door de Veiligheidsraad goedgekeurde actie tegen Irak. Daar kan Frankrijk, dat deelname aan een oorlog nooit heeft uitgesloten, nog in botsing komen met de `publieke opinies'.

Een radioverslaggever vatte het Franse `gevoel' over Irak – dat zowel bij links als bij rechts overheerst – vanochtend treffend samen. Onder verwijzing naar de openlijk nucleaire dreigementen van `schurkenstaat' Noord-Korea zei hij: ,,Waar de bewijzen geleverd zijn, zet Amerika de diplomatie in, waar ze niet geleverd zijn, willen de Amerikanen oorlog.'' Behalve de inhoud was zijn toon ook veelzeggend. Op typisch Franse wijze vergezelde hij zijn logica met hoon. Hé, ça va pas, non?!

Hoe rationeel het officiële standpunt van Frankrijk ook is, de reflex inzake de Iraakse kwestie is complexer. Bewust of onbewust legt iedere Fransman het verband met de situatie in het Midden-Oosten, waar (Amerikaans) ingrijpen als veel urgenter wordt ervaren. De Franse weerzin tegen de Israëlische acties tegen de Palestijnen dateert van veel langer her dan bij voorbeeld de recente bedenkingen daarover in de Nederlandse publieke opinie. Begrip voor de zelfmoordacties van Palestijnen is gemeengoed en komt in Frankrijk niemand op de beschuldiging te staan die acties goed te keuren.

Een andere component is het traditionele anti-amerikanisme. Los van de inhoud van de Iraakse crisis, die volgens velen meer over olie dan over wapens gaat, zijn de Fransen trots op het verzet dat hun president de Amerikanen biedt. Ten tijde van de actie in Afghanistan werd in discussieprogramma's keer op keer gewezen op de steun die de Amerikanen de Talibaan – om nog maar te zwijgen over die aan Osama Bin Laden – in het verleden gegeven hadden. De boodschap is: wat de Amerikanen ook doen, het is nooit goed. Anderzijds wordt nu opmerkelijk weinig gewezen op de historische steun en leveranties van wapens en chemische stoffen van Frankrijk en Duitsland aan Saddam Hussein.

De roemruchte Parijse intellectuele nomenklatoera, die zich ten tijde van de eerste Golfoorlog en de bombardementen in Kosovo volop roerde, heeft iedere belangstelling voor het oorlog-en-vrede-vraagstuk verloren. Sinds de ene helft de andere ervan beschuldigt neo-conservatief te zijn, hebben ze het te druk met hun eigen oorlog.