Afstandelijk charmant

Vijanden heeft Simon Field als directeur van het International Film Festival Rotterdam weinig gemaakt. Zijn centrale positie in de Nederlandse filmwereld, zijn afwijzing van menige Nederlandse speelfilm, zijn consequente trouw aan de avant-gardistische uitgangspunten van het festival niemand nam het hem echt kwalijk, misschien juist omdat hij een Brit is gebleven, die met zijn afstandelijke charme nooit verbitterd werd.

Tegelijkertijd wordt Field juist zijn niet-Nederlandse, internationale oriëntatie verweten, zij het in bedekte termen. Stafleden en bestuurders van de festivalstichting willen nog wel eens `off the record' fluisteren dat Simon zo weinig op kantoor verschijnt; oud-bestuurder Felix Rottenberg vond het jammer dat de festivaldirecteur geen Nederlands spreekt, want nu kon hij niet in toonaangevende talkshows verschijnen om deel te nemen aan het culturele debat.

Kort na zijn benoeming, in maart 1996, had Simon Field het zich wel voorgenomen: een spoedcursus Nederlands. De filmprogrammeur van het Institute for Contempory Art (ICA) in Londen had lang nagedacht en aanvankelijk zelfs nee gezegd, toen hij door Rottenberg benaderd werd om Emile Fallaux op te volgen. Vooral het vertrek uit Londen, waar zijn vrouw altijd is blijven wonen, schrikte hem af.

Field koos uiteindelijk toch voor Rotterdam. Hij bouwde het festival verder uit en continueerde de snelle groei. Een pretentieloze toon in de presentatie van serieuze films en nevenprogramma's kenmerkt Fields regime. Onder zijn leiding nam het bezoekersaantal toe van 215.000 naar 355.000 en verdubbelde de recette. Hij introduceerde, in de reeks `Filmmakers in Focus', regisseurs als Catherine Breillat, Ernie Gehr en Guy Maddin. Voorts zette hij festivaltradities door, als de Aziatische oriëntatie en de wisselwerking met de wereld van de beeldende kunst, toevalligerwijs beide prioriteiten van Field voordat hij naar Rotterdam kwam.

In welke mate het aangekondigde vertrek van Simon Field, sinds twee jaar co-directeur met Sandra den Hamer, vrijwillig is, valt niet vast te stellen, maar het lijkt verstandig Field op zijn woord te geloven (acht jaar is genoeg en heimwee naar Londen), en hem met evenveel respect te bejegenen als tot nu toe gebruikelijk was.

Zijn opvolger moet niet alleen Nederlands spreken, maar ook af en toe taartjes meenemen naar kantoor, en bij Nova over de dreigende oorlog in Irak komen praten. En minstens zo veel respect voor films én mensen betonen als Simon Field.

    • Hans Beerekamp