VS twijfelen over bemande ruimtevaart

Hoewel president Bush zegt dat de nationale ruimtevaart doorgaat, groeit de twijfel over het peperdure programma.

Iedereen dacht er aan, die eerste uren. Terrorisme. Amerika is sinds 11 september 2001 geneigd te denken dat iedere gruwelijke tegenslag is bedacht door de Agenten van het Kwaad. Geleidelijk daagde het idee dat het een `gewone' ramp was, misschien wel veroorzaakt door een imperfectie in het systeem.

Zeker zaterdagmorgen ging de vergelijking door veler hoofd. Het was weer rond negen uur in de ochtend, weer `live' op de televisie, net als die andere rampdag met inslagen in New York, Washington en een veld in Pennsylvania. Naarmate duidelijker werd dat sabotage op de grond of vijandig raketvuur niet waarschijnlijk waren, gingen de gedachten verder terug, naar de ramp met het ruimteveer Challenger in 1986.

Toen gaf president Ronald Reagan een van zijn betere troosttoespraken, met als politieke conclusie: ,,Nothing ends here.'' De vaderlijkheid ging zijn verre opvolger George W. Bush iets minder makkelijk af, maar ook hij maakte in zijn welsprekende en diepgelovige toespraak korte metten met iedere twijfel aan de zin van Amerika's 45 jaar oude ruimte-onderzoek. De zeven astronauten stierven voor de hele mensheid.

Wie zaterdagmiddag goed luisterde, kon in de presidentiële verzekering dat de nationale ruimtereis doorgaat ook voorzichtigheid horen. President Bush zei niet dat het ruimteveerprogramma of het internationale ruimtestation in de huidige vorm moeten doorgaan. Dat was precies waar zich de discussie zondag op begon toe te spitsen.

Deze jongste tragedie in de ruimte herinnerde de Amerikanen eraan hoe gewoon reizen door het heelal zijn geworden.

Het lanceren van een ruimteveer is nauwelijks meer reden om televisieprogramma's te onderbreken. Een minuutje in het avondnieuws volstaat. Net als met gewone vliegtuigen tot het misgaat. Maar waar was het ook al weer goed voor, vroeg men zich vervolgens af, met alle respect voor de gevallen helden.

Het was de 113de vlucht van de `shuttles', de 28ste van Columbia, tot eergisteren de oudste uit een stal van vier ruimteveren. Zo vaak was er dus ook weer geen ruimteveer omhooggeschoten en veilig als een vliegtuig op aarde neergekomen. Twee rampen op 113 tochten: een mislukkingscore van bijna twee procent dat is aanvaardbaarder voor onbemande vluchten dan voor bemande, zoals critici begonnen op te merken.

De ruimtedienst NASA beterde het afgelopen weekeinde volgens ervaren Amerikaanse ruimtewaarnemers zijn leven door snel de uiterste openheid te betrachten. [Vervolg NASA: pagina 5]

NASA

Geen interne kritiek

[Vervolg van pagina 1] Na de ramp van zeventien jaar geleden werden belastende feiten actief weggehouden van het onderzoek. Maar ook nu werd duidelijk dat het verkennen van de verre omstreken van de aarde een passie is, waar moeiteloos nuttige argumenten bij gevonden kunnen worden. De nu door NASA ingestelde commissie van onderzoek bestaat uit meer vrienden van deze passie dan volgens het commentaar van The New York Times goed is. De krant dringt aan op een werkelijk onafhankelijke commissie.

In het klimaat van `een hogere missie' is interne kritiek onwelkom. Gisteren stapten deskundigen naar voren die in het verleden vergeefs hadden gewaarschuwd, zowel tegen het shuttle-programma zelf, als tegen de vergaande privatisering en bezuinigingen. Vorig voorjaar werden vijf leden van het Aerospace Safety Advisory Panel van de NASA ontslagen. Een zesde lid was daarover zo verontrust dat hij zelf ontslag nam.

Amper twee maanden geleden drong een gepensioneerde NASA-ingenieur er in een brief bij president Bush op aan dat het ruimteprogramma zou worden stopgezet ,,om nog een catastrofe met een ruimteveer te voorkomen''. Vorige maand waarschuwde het General Accounting Office, het onderzoeksbureau van het Congres, dat het aantal mensen dat aan het ruimteveerprogramma werkt sterk was gedaald ,,tot het punt waarop NASA de veiligheid niet meer kan garanderen''.

In november 1985, twee maanden vóór de eerste shuttle-ramp, schreef Alex Roland, die jaren ruimtehistoricus van de NASA was en nu dat vak doceert aan Duke University in North Carolina, een bezorgd artikel in Discover Magazine. Het heette `The Shuttle: Triumph or Turkey?'. Hij waarschuwde voor een dure mislukking. Gisteren zei hij op de publieke radio: ,,De NASA was destijds al geadviseerd niet door te gaan met dit fragiele, instabiele vehikel dat zijn belofte van commercieel verantwoord hergebruikt ruimtevervoer niet had waargemaakt.''

De situatie is des te acuter doordat, anders dan in 1986, de ruimteveren de belangrijkste aanvoerlijnen zijn naar het internationale bemande ruimtestation, een project dat volgens Amerikaanse media meer van geopolitiek dan wetenschappelijk belang is president Clinton wilde graag dat de Russen hun kennis van de ruimte vreedzaam te nutte zouden maken. Er is al gesuggereerd het station te sluiten of in de mottenballen te zetten totdat betrouwbaarder en goedkoper vervoer is ontworpen.

De woordvoerder van president Bush zei later dat de ontwapening van Saddam Hussein wordt niet vertraagd door dit ongeluk. Misschien dat NASA daar uiteindelijk van profiteert. De aandacht zal sneller dan anders weer naar een mogelijke oorlog in het Midden-Oosten gaan. En misschien dat het meest gedeelde argument waarom Amerika meer dan vijftien miljard dollar per jaar aan de verkenning van de ruimte uitgeeft, nationale trots, des te sterker geldt in de huidige sfeer van angst en onzekerheid. In zoverre kunnen de aanslagen van 11 september toch nog effect hebben op de ruimtependeldienst van NASA.

    • Marc Chavannes