VN-inspecteurs hebben in Irak ernstig gefaald

Als Colin Powell woensdag voor de Veiligheidsraad de Amerikaanse zaak tegen Irak bepleit, kan hij moeilijk terugvallen op de VN-wapeninspecteurs. Die hebben de ogen gesloten voor bedrog door Irak, meent Khidhir Hamza.

Geconfronteerd met berichten over hun gebrek aan medewerking met de leiders van de twee VN-inspectieteams, zien de Irakezen de inspecteurs niet langer als onafhankelijke professionals. Amir Rashid, oud-hoofd van de Iraakse legerindustrie en adviseur van Saddam Hussein, noemt de inspecteurs nu openlijk spionnen.

Diezelfde Iraakse houding van onverzoenlijke vijandigheid dwong in 1998 de VN-wapeninspecteurs het land te verlaten. Dat leidde tot de huidige botsing. Gelet op dat precedent en op wat er sindsdien in Irak is gebeurd, bevatten de rapporten die Blix en al-Baradei hebben ingediend, een aantal verontrustende verrassingen.

VN-resolutie 1441 verlangt van Irak dat het zich ontwapent en spreekt daarbij zowel over bestaande massavernietigingswapens als over het vermogen om die te maken. Daarop hebben de inspecteurs zich tot nu toe gericht. Maar resolutie 1441 machtigt de inspecteurs óók tot een andere manier om inlichtingen te verzamelen over de Iraakse wapens en de mogelijkheden om die wapens te produceren. Zij kunnen daartoe ook diepte-interviews houden met Iraakse deskundigen in binnen- of buitenland, zonder dat er waarnemers van de Iraakse regering bij zijn. Om te zorgen dat die experts zonder angst konden praten, gaf resolutie 1441 de inspecteurs de bevoegdheid hele gezinnen naar het buitenland te brengen.

Toegang tot de Iraakse experts is altijd essentieel geweest om de waarheid over de wapens en wapenprogramma's te achterhalen. Zonder onafhankelijke toegang behoudt de Iraakse regering de controle over de informatie die aan de inspecteurs wordt verstrekt. Nadat de inspecties in 1998 waren opgeschort, heeft Irak dan ook onvermoeibaar gewerkt aan de bouw van een ondoordringbare muur rond de mensen die verantwoordelijk zijn voor zijn wapenprogramma's. De kleine gemeenschap van Iraakse experts is onder een streng veiligheidsregime geplaatst. Een aantal is vermoord; anderen zijn gevangen gezet. Voortdurend wordt de verblijfplaats van familieleden door veiligheidsmensen in de gaten gehouden.

Voor het merendeel hebben deze maatregelen succes gehad. De buitenwereld weet op het ogenblik weinig over de finesses van het Iraakse wapenprogramma. Sinds 1998 is er uit de hogere echelons van het programma niet één iemand meer uitgeweken, ondanks de slechte betaling en de ondermaatse leefomstandigheden – verslechterende gezondheidszorg, gebrekkige elektriciteitsvoorziening en een reisverbod.

Het is ongelooflijke dat Blix en al-Baradei er geen van beiden op hebben aangedrongen geleerden buiten Irak te ondervragen, ook al zijn ze zich terdege bewust dat dit de enige veilige manier is om doelmatig onderzoek te verrichten. Beiden zagen ontwapening alleen als de opruiming van wapens en materieel – als ze daarop zouden stuiten. Inzicht in het systeem dat deze wapens produceert en het zoeken naar middelen om dit systeem te ontmantelen, stonden niet op hun agenda.

Het gevolg was dat de weigering om mee te werken aan de ondervraging van geleerden – de sleutel tot de hele Iraakse ontkenningsstrategie – alleen terloops aan het eind van de inspectierapporten werd vermeld. Al met al zijn wij met deze exercitie niets wijzer geworden over de Iraakse wapen-infrastructuur.

De inspecteurs hebben zelfs kans gezien de ogen te sluiten voor harde bewijzen dat Irak de boel bedriegt. Zo hebben de inspecteurs in een vrij nieuwe opslagplaats een tiental puntgave raketkoppen van chemische wapens gevonden, maar de betekenis van hun ontdekking gebagatelliseerd met het argument dat die raketkoppen leeg waren.

Wat kan het schelen dat deze manier van opslaan van raketkoppen een elementair onderdeel van de procedure is? Opslag van raketkoppen vol chemicaliën zou gevaarlijk en zonde zijn. Omdat de chemicaliën de raketkop in de loop der tijd vermoedelijk zouden aantasten, leidt langdurige opslag van het wapen zeer waarschijnlijk tot lekkage en verval. Maar dit is door Blix afgedaan als ,,geen ernstig probleem'' en hij heeft niet van Irak geëist dat het op de proppen komt met het gif waarmee die raketkoppen bewapend moeten worden.

Al-Baradei was nog coulanter. Hij vertrouwde uitsluitend op apparatuur om op allerlei plaatsen straling te meten en op een aantal milieumonsters. En zonder ook maar één geleerde onder vier ogen te hebben ondervraagd, verklaarde hij dat er geen bewijs was dat Irak zijn kernwapenprogramma had hervat.

Dit is een jammerlijke herhaling van het optreden van het Internationaal Atoomagentschap in 1990 en 1994, toen Irak onder leiding van Blix carte blanche kreeg voor de ontwikkeling van kernwapens. Pas na de vlucht van Hussein Kamel, schoonzoon van Saddam en hoofd van de Iraakse legerindustrie, kreeg Blix door hoe het ambitieuze Iraakse programma nu eigenlijk werkte.

Het schrikbarendste is dat de rapporteurs in hun rapporten verzuimen duidelijk en ondubbelzinnig te verklaren dat Irak nog altijd niet bereid is te ontwapenen. Blix en al-Baradei waren geen van beiden bereid de inspecties op te schorten totdat Irak ruimhartig en openlijk medewerking zou verlenen.

Deze gentlemen-inspecteurs zien iets fundamenteels over het hoofd: om een moordzuchtige boevenbende te ontwapenen heb je een harde hand nodig. Elke concessie zal als zwakte worden uitgelegd. De Iraakse regering weet precies wat ze moet doen om haar massavernietigingswapens te verbergen. Helaas maken de rapporten van de inspecteurs één ding duidelijk: zij zullen niet de ferme stappen zetten die de internationale gemeenschap nodig heeft om het Iraakse bedrog te ontmaskeren.

Khidhir Hamza is oud-adviseur van de Iraakse organisatie voor atoomenergie en oud-directeur van het Iraakse kernwapenprogramma.

© Project Syndicate