Tekeningen in een wat onbeholpen stijl

Jaarlijks verstrekt het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst zo'n achttien miljoen euro's subsidie aan beeldende kunstenaars. Aan de Amsterdamse schrijfster en beeldend kunstenaar Pam Emmerik is gevraagd eens een tekenkunstige selectie uit deze subsidiegroep te maken. Dat werden tien kunstenaars, van wie nu elk één, twee of vier tekeningen worden tentoongesteld onder de titel Tussen Droom en Daad. En bij `droom en daad' denk je aan het droevigste gedicht van Willem Elsschot, over een verwoest huwelijk dat knelt en wurgt, en waar geen ontkomen meer aan is.

Maar Elsschot kom je nergens tegen. Pam Emmerik baseert haar keuze op werk ,,waarbij beide polen zich even krachtig weren, zodat de vraag of het werk een droom of een daad is niet gemakkelijk te beantwoorden valt en daarom steeds opnieuw gesteld zal moeten worden. Zoals een Chinese dichter ooit zei: `ben ik een mens of een vlinder die droomt dat hij een mens is'.'' Intrigerende tekst, maar ik heb weinig bladen gezien die daarmee sporen.

Emmerik, die de kunstwerken poëtisch en dan weer hermetisch becommentarieerde (met potlood op de muur), koos vier ruig geschilderde, bezwerende reggae-achtige koppen van Rik Meijers, beplakt met flessendoppen en stukjes glas. Natasha Kensmil tast in zwart krijt op haar `studiebladen' handen, hoofden en vogels af. En in zijn fragmentatie heeft deze schets inderdaad iets van een droom, waarin sequenties van beelden in een kakofonie kunnen ontaarden. Kensmil durft te falen, schreef de jury van de Philip Morris Kunstprijs vorig jaar. Dat klopt, ze combineert een willekeur aan beelden in in staat van wording, maar zo'n lefgozerige werkwijze kom je nu zó vaak tegen dat je verlangt naar een toegespitst en uitgewerkt visueel statement.

Emmerik, die zelf nogal rauw tekent, heeft een duidelijke voorkeur voor een wat onbeholpen stijl, vermengd met een stripachtige kinderlijkheid. Kijk ook maar naar de met verf bewerkte etsen van Rinke Nijburg en kijk vooral naar de fantasierijke (kinder)-video IK van Jola Hesselberth en Gerard Prent. Die film gaat over water, over zwemmen in vieze want plasvolle zwembaden, over eindeloze autoritten door vreemde landen, en biedt zoveel aanstekelijk kijkgenot dat elk kind het gevoel moet krijgen dat je met kleur, durf en herinneringen ook je eigen `IK'-film kunt maken. Daarmee is niet gezegd dat dit duo maar wat aan knutselt, integendeel, het weet het maximum te halen uit Jip- en Janneke-achtige beperkingen.

De enige twee kunstenaars die met een tekendaad een droomtoestand creërden, en boven een bizarre anekdotiek uitstijgen, zijn Ansuya Blom en Matthew Monahan, beiden met maar één werk vertegenwoordigd. Met raffinement onttrekt Monahan aan de houtskool zijn antraciet gekleurde firmamenten, wervelingen van nevels, sterren en kometen, waarin het vliegen en tuimelen geen einde kent. En Ansuya Blom verstaat de kunst om méér te tekenen dan er te zien is, zoals Elsschot je meer laat voelen dan er te lezen valt. In haar The secret life II (1998) wandel je door een verlaten interieur met een tafel, bed, een scherm en een schilderij die gedeeltelijk overwoekerd zijn geraakt door zwarte bossen lang haar, of lang dood gras, zo men wil. Tussendoor lopen er haperende, ruimtelijke lijnen op het papier, vermoedelijk aangebracht met een gasbrander die als de voltooid verleden tijd schroeiplekken in de kamer heeft achtergelaten. In deze kamer zijn de dingen op de loop gegaan met de herinneringen. Misschien ook niet, en staat deze kamer voor het geheugen, vol veranderingen en verdwijningen; of voor het verdriet dat op een specifieke plek beleefd is en waar nu de tijd zijn sloopwerk doet. Zoveel stof tot nadenken zegt genoeg over de suggestieve kracht van Bloms werk.

Tentoonstelling: Tussen droom en daad. T/m 14/2. Fonds voor Beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. Brouwersgracht, 276, Amsterdam. T/m 14 febr. Open: ma-vr 10-17 uur. Inl. 020-5231590.