Ramp was ook het einde van een voetbaltijdperk

De Watersnoodwedstrijd van Nederlandse voetbalprofs tegen Frankrijk op 12 maart 1953 zorgde voor de stapsgewijze invoering van het betaalde voetbal in Nederland in 1954.

Het bestuur van de nationale voetbalbond KNVB verspilde in het jaar 1953 weinig tijd aan het maken van vrienden. Het ging al meteen mis na het bekend worden van de Watersnoodramp.

Op zondagochtend 1 februari ontwaakte Nederland met dit nieuws, alhoewel toen nog onbekend was dat er ruim achttienhonderd mensen waren verdronken. Alleen de voetbalbond had de impact blijkbaar gemist, want op die eerste februari maakte het bestuur een enorme blunder. De vooraanstaande sportjournalist Kick Geudeker ontstak daarop in een woede-uitbarsting. Die zondagochtend was het begin van de definitieve val van de idealen van het amateurvoetbal, het einde van een tijdperk.

Het verhaal van de Watersnoodwedstrijd van het Franse elftal tegen de Nederlandse profs in Parijs is bekend. In het Nederland van 1953 heerste het amateurvoetbal. Daarom trok een groot aantal spelers naar het buitenland om daar geld te verdienen. De KNVB wilde met deze mannen niets meer te maken hebben en passeerde ze stelselmatig voor het Nederlands elftal. Juist deze voetballers op buitenlandse bodem zorgden op 12 maart 1953 voor een enorme stunt door één van de sterkste landenploegen van Europa in eigen huis te verslaan met 2-1. En dat terwijl sommige Nederlandse voetballers elkaar die dag voor de eerste keer zagen en dus absoluut niet op elkaar ingespeeld waren.

Opeens begrepen we hier wat het verschil is tussen amateurvoetbal en de betaalde variant. Het onschendbare ideaal van het amateurvoetbal dat de KNVB koesterde, was genadeloos in duigen gevallen. In deze Watersnoodwedstrijd zou het begin liggen van de invoering van het betaalde voetbal, alhoewel dat in 1954 nog maar gedeeltelijk gebeurde.

Maar wat gebeurde er in het weekeinde van de ramp zelf? PSV en Go Ahead (dat we sinds 1971 kennen als Go Ahead Eagles) dienden een verzoek in bij de voetbalbond om hun wedstrijden op die zondag te annuleren. De club uit Deventer miste namelijk de basisspelers Hölscher, Marijn en Ligtenberg, die als militair waren opgeroepen om hulp te bieden in het rampgebied. PSV vond het ook ongepast die dag te spelen, maar in beide gevallen gaf de bond niet thuis. `De bondsfunctionarissen achtten op dat tijdstip geen termen aanwezig om de wedstrijd af te gelasten', schreef Wim Wich in het boek `1913-1993, 80 jaar PSV'.

Kick Geudeker leidde in die jaren het tijdschrift `Sport en Sportwereld'. Hij had een indrukwekkend journalistiek karma door zijn vele onthullingen én zijn keuze tijdens de oorlog zich aan te sluiten bij verzetskrant Het Parool. In het nummer van 2 februari reserveerde hij zijn toorn voor de voorpagina. `De KNVB heeft weer eens een slechte beurt gemaakt door Zondagmorgen, toen reeds vroeg in de ochtend bekend werd welke ontzettende ramp ons land had getroffen, niet aanstonds alle wedstrijden af te gelasten. Terwijl langs onze kusten en aan de dijken der polders vele duizenden landgenoten een heldhaftige, soms helaas wanhopige strijd streden, om het woedende water te keren, terwijl landerijen onderstroomden en vele gezinnen in doodsnood verkeerden, vermocht de KNVB geen ander devies te geven dan: Er wordt gevoetbald.' Dat juist deze bond voorstander is van de amateuristische idealen gaf te denken, concludeerde Geudeker.

De KNVB gaf vanaf dat weekend louter tegenstrijdige signalen af – munitie voor de voorstanders van profvoetbal. De bond deed moeilijk over de wedstrijd van de Nederlandse profs tegen Frankrijk. Een verzoek van het Rode Kruis en de profspelers voor nog een benefietwedstrijd in Antwerpen werd genegeerd. Het Rode Kruis miste daardoor een ton aan inkomsten. Diezelfde KNVB nodigde echter wél de profs van het Oostenrijkse Rapid Wien uit om in het Olympisch Stadion in Amsterdam tegen het Engelse Middlesbrough te spelen voor het Rampenfonds. De voetballiefhebbers begrepen er niets meer van: Waarom mochten de Nederlandse profs niet spelen, maar wel hun buitenlandse collega's?

In rap tempo bladderde vervolgens de steun voor het KNVB-beleid af. Hans Pars citeerde in `Op Hout-rust geen zegen' een brief van Martin Schoen uit Amsterdam aan Het Vrije Volk. `Wie voetballen er nu eigenlijk? Geplusfourde, gedeukhoede heren? Of onze voetballers?'

In de zomer van 1954 stemde de KNVB uiteindelijk in met de invoering van betaald voetbal. Voorzitter Karel Lotsy hoorde het nieuws op 4 juli 1954 in Bern tijdens de finale om het wereldkampioenschap tussen West-Duitsland en Hongarije. ,,Lafaards'', luidde zijn korte en vooral woedende reactie. Maar dat zal Nederland toen waarschijnlijk nog weinig hebben uitgemaakt.