Octrooi bijna uitgeteld

Voor uitvindingen en octrooien geldt in de praktijk een omgekeerde bewijslast. Voor nieuwheidsonderzoek is geen tijd en geld. Het octrooi wordt snel verleend. Het eindoordeel is vaak een gevolg van juridische strijd.

In 2001 kreeg de Australiër John Keogh uit Hawthorn, Victoria octrooi op het wiel (Austr.pat.nr. 2001100012). Daarmee kwam eindelijk vast te staan aan wie we deze handige uitvinding te danken hebben.

Keogh heeft niet getracht licentierechten op te eisen van bijvoorbeeld autofabrikanten. Vroeg of laat zou iemand bezwaar gemaakt hebben tegen het octrooi en het was uiteraard een grap. Keogh wilde aantonen dat octrooibureaus nauwelijks meer kijken naar de uitvindingen die ze onder ogen krijgen, en blindelings octrooien uitdelen. In het voorjaar van 2002 werd dit dunnetjes overgedaan door Peter Olson uit Minnesota, die namens zijn 5-jarige zoon octrooi kreeg op het zijwaarts heen en weer bewegen op een schommel (U.S.Pat.nr. 6.368.227).

In de wereld van uitvindingen en octrooien geldt in de praktijk een omgekeerde bewijslast. De complexiteit van uitvindingen neemt toe; voor nieuwheidsonderzoek is te weinig tijd en de ambtenaren lijken octrooien liever voor de zekerheid toe te kennen dan ze af te wijzen. De meeste octrooien verdwijnen immers toch in een bureaula, zonder dat er verder een haan naar kraait. Blijkt een octrooi van belang, dan moet de concurrentie van de houder proberen via rechtszaken het octrooi te annuleren, wat een stuk moeilijker is dan het toegewezen krijgen.

Het probleem is erkend door het huidige hoofd van het Amerikaanse octrooibureau, James Rogan. In de VS behandelen 3.400 onderzoekers meer dan 350.000 aanvragen per jaar (dat is ongeveer twee werkdagen per aanvraag), met een achterstand van 430.000 stuks.

Een veld waar octrooikwesties heftig spelen is dat van de computer- en internettechnologie. Ook zijn, na een rechtszaak in de VS in 1998 tussen twee financiële instellingen, octrooien toegestaan op verkoopmethoden. Aan nieuwe ideeën daarvoor is de laatste jaren geen gebrek geweest. De afgelopen twee jaar zijn op dit gebied duizend octrooien toegekend. Volgens Rogan werd voor hij aantrad, in december 2001, tweederde toegewezen; nu is dat nog maar eenderde.

Deze omstandigheden hebben geleid tot spectaculaire octrooizaken tussen computer- en internetbedrijven. Soms over technieken waarvan niemand had gedacht dat ze geoctrooieerd konden worden. EBay is verwikkeld in een gevecht met het bedrijf MercExchange, dat octrooi heeft op online veilingen (US Pat.no. 5.845.265). Deze zaak dient in april. EBay is een van de meest succesvolle pure internetbedrijven, maar bepaald niet de enige online veiling.

Een andere geruchtmakende zaak loopt tussen de boekhandels Amazon en Barnes & Noble over het éénkliksysteem voor het bestellen van goederen. Amazon heeft daarop octrooi, hoewel kenners dat niet terecht vinden, omdat het idee voor de hand ligt. In 1999 begon Amazon een zaak tegen B&N wegens schending van het octrooi. Hoewel Amazon-topman Jeff Bezos naar aanleiding van protesten in maart 2000 uitsprak dat octrooien minder makkelijk toegekend zouden moeten worden en een kortere looptijd zouden moeten hebben, ging de zaak door, met tussentijdse overwinningen voor beide partijen. In maart 2002 werd een schikking bereikt waarvan de details niet bekend zijn gemaakt.

Amazon heeft daarna geen rivalen meer vervolgd. Het bedrijf heeft ook octrooi op het `affiliate'-systeem, waarbij websites van Amazon een commissie krijgen wanneer ze kopers doorverwijzen. Ondanks de verzoenende taal van Bezos heeft Amazon bovendien octrooi aangevraagd op het `honor'-systeem, dat derden in staat stelt via Amazon online collectes te houden.

Amazon en MercExchange hebben hun technologie zelf ontwikkeld. Er zijn ook bedrijven die octrooien kopen om die via de rechter te gelde te maken. Het Amerikaanse bedrijf Divine heeft ruim een jaar geleden een octrooi gekocht uit 1994 op de metafoor van het winkelwagentje bij online winkelen. Divine vraagt nu royalties aan een aantal internetbedrijven.

Een bedrijf genaamd Forgent eist rechten op op de meestgebruikte techniek voor compressie van digitale foto's, Jpeg. Forgent is door een aankoop in 1997 in het bezit gekomen van US Patent no. 4.698.672. Hoewel iedereen aannam dat Jpeg rechtenvrij was, heeft Forgent tientallen miljoenen losgepeuterd van Japanse makers van digitale camera's, waaronder Sony. Leden van de Jpeg-groep, die de standaard heeft ontwikkeld, wijzen erop dat ruim voordat het octrooi werd toegewezen, de essentiële technieken zijn gepubliceerd.

America Online heeft vorig jaar een octrooi gekregen op `instant messaging' (no. 6.449.344), een methode om internetters te laten converseren via schermtekst. AOL heeft in 1998 Mirabilis opgekocht, de maker van het eerste instant-messagingprogramma ICQ. Het fenomeen chatten bestaat echter in verschillende vormen al tientallen jaren. Ook Microsoft en Yahoo! brengen instant-messagingsoftware op de markt. Zij hebben op het octrooi van AOL niet gereageerd; AOL heeft geen actie aangekondigd.

Met behulp van octrooien kunnen bedrijven elkaar uit de markt drukken of op kosten jagen. De consument is in de meeste gevallen de pineut en veel van dergelijke zaken leiden op internet tot minachtend gesnuif of geloei van verontwaardiging. (Alleen een recent octrooi dat het gebruik van pop-under-advertenties duurder belooft te maken kan op bijval rekenen).

Het vraagstuk van octrooien op dergelijke `uitvindingen' is van groot actueel belang. Internetbedrijven proberen de laatste tijd gezamenlijk tot afspraken te komen over `web services', manieren om het doen van aankopen op internet te stroomlijnen. Het World Wide Web consortium of W3C, dat standaarden op internet vaststelt, heeft in november besloten dat alleen technieken in aanmerking komen waarvan de intellectuele eigenaars afzien van royalties. Maar zoals het verhaal van Jpeg aantoont kan ook jaren na het invoeren van een standaard een bedrijf nog met claims komen.