Geest uit de fles

Het waren regionale verkiezingen in Duitsland, maar het ging om veel meer. In Nedersaksen en Hessen speelden gisteren uiteraard de deelstatelijke belangen een prominente rol, maar tegelijk was de gang naar de stembus een proef op de som voor het beleid van Gerhard Schröder. Voor dit eerste grote examen na de Bondsdagverkiezingen van 22 september is de SPD-kanselier jammerlijk gezakt. In Schröders `eigen' Nedersaksen, waar hij zelf jarenlang minister-president was en dat in handen van de sociaal-democraten was, werd zijn partij met ruime cijfers geklopt door de CDU. In Hessen haalde de CDU zelfs een absolute meerderheid in zetels, een novum dat gepaard ging met het grootste stemmenverlies ooit voor de SPD in deze deelstaat. Nedersaksen en Hessen zijn geen onbeduidende Länder. In totaal wonen hier bijna 13 miljoen mensen en met steden als Hannover, Frankfurt en Wiesbaden en het Rijn-Main-gebied als economisch speerpunt zijn het electorale graadmeters van de eerste orde.

Schröders partners op landelijk niveau, de Groenen, hebben het in beide deelstaten lang niet slecht gedaan. Zowel in Hessen als Nedersaksen won de partij iets, hoewel ze in die laatste deelstaat in grootte werd ingehaald door de FDP, die bij de verkiezingen in 1998 de kiesdrempel niet eens haalde. Het kolossale verlies van de SPD en de kleine winst van de Groenen zullen Schröders coalitie in toenemende mate onder druk zetten. Zijn `herverkiezing' als bondskanselier heeft hij immers voor een belangrijk deel aan zijn juniorpartner te danken. In de Bondsraad, waarin de deelstaten zijn vertegenwoordigd en die min of meer te vergelijken is met de Nederlandse Eerste Kamer, kan Schröder op geduchte tegenstand rekenen bij de goedkeuring van nieuwe wetten. Het gaat wat ver om de uitslagen van gisteren een `motie van wantrouwen' voor de bondskanselier te noemen – zoals de Beierse minister-president Edmund Stoiber (CSU) deed – maar een antwoord van ontevreden kiezers aan het falend gezag in Berlijn zijn ze zeker.

Want Schröder is er ondanks zijn verkiezingsbeloftes nog steeds niet in geslaagd de vastgelopen economie van de Bondsrepubliek vlot te trekken. Zijn aanvechtbare begrotingsbeleid heeft de toorn van de EU-autoriteiten in Brussel gewekt. De Duitse kiezer zet zich uiteindelijk altijd af tegen politici die het economische erfgoed van degelijkheid en gestage groei verkwanselen. Dat proces is nu in volle gang. Schröder heeft het aan zichzelf te wijten. Zijn politieke betrouwbaarheid stond al langer ter discussie, welk debat zich heeft verbreed tot hoe betrouwbaar Duitsland nog is als economische grootmacht en als strategische bondgenoot van Amerika. De kiezer ruikt onraad en wil een eind aan dit vertoon van economische dwalingen en te ver doorgevoerde politieke Prinzipienreiterei die de verhoudingen met Washington belast.

Zijn afwijzing van oorlog tegen Irak heeft de bondskanselier, behalve internationale kritiek, veel steun in eigen land bezorgd. De Duitsers willen geen oorlog en de raspoliticus Schröder voelt dat goed aan. Maar zijn `neen' tegen een oorlog heeft het Duitse buitenlands beleid ook geschaad. Zijn poging om samen met president Chirac een ander Europees geluid inzake Irak te laten horen kreeg tot op heden geen nadere uitwerking – een omineus signaal.

Het economische verval, de richtingloosheid die Duitsland in Europa etaleert, de doorgeschoten stemmingmakerij jegens de VS – het is Gerhard Schröder boven het hoofd gegroeid. In Hessen en Nedersaksen kwam gisteren de geest uit de fles. Landelijk zal de oppositie ervoor zorgen dat hij niet wordt teruggeduwd.