`Eigen agenda bepalen'

Gerda Verburg (45), een van de vijf ondervoorzitters van de Kamer, bekleedde voordat zij in `98 in de kamer kwam een reeks functies binnen het CNV.

,,Waar ik graag een einde aan zou willen maken, zijn die debatten waarvan op voorhand de uitkomst reeds vaststaat. Ik zou dus niet willen verwijzen naar een specifiek nutteloos debat dat me uit het verleden voor de geest staat, maar op een hele categorie van debatten die alleen gevoerd worden om `s keizers baard.

Over honderd dagen zou de Kamer, als ik tot voorzitter gekozen zou worden, veel meer dan nu in staat moeten zijn de eigen agenda te bepalen. Thema's in samenhang te behandelen. Dus jongerencriminaliteit in samenhang met opvoeding en scholing.

Waar mensen het in trein, terras en theehuis over hebben, moeten zij in het parlement herkennen. Verder zou ik willen dat we over honderd dagen meer debatteren over de hoofdlijnen van een heel wetsontwerp in plaats van over deelonderwerpen. Zodat vooraf een beeld ontstaat van wat de bedoeling is van wetgeving, of die uitvoerbaar is, en handhaafbaar. Ook de samenhang tussen het nieuwe beleid en het bestaande zou zo aan de orde kunnen komen.

Volgens de profielschets staat de Kamervoorzitter boven de partijen, en dat vind ik goed. Ik weet niet of ik voorstander ben van de gedachte, zoals die geventileerd is door collega Weisglas, om de voorzitter in zijn fractie te laten vervangen door de volgende op de lijst. Ik vind dat de voorzitter voluit lid moet blijven van zijn fractie en zo voeling moet houden met het dagelijkse werk van de Kamerleden. Maar in functie moet de voorzitter natuurlijk onpartijdig opereren. Gelukkig is de Kamer transparant en mondige genoeg om de voorzitter erop te wijzen wanneer dat niet het geval zou zijn. Het model dat Weisglas propageert draagt volgens mij het risico in zich dat we afglijden naar een situatie waarbij de Kamer een voorzitter van buiten krijgt en dat lijkt me geen goede zaak.

Ik denk dat mijn ervaring in bestuurlijke processen misschien wel wordt onderschat. Naast vijf jaar ervaring in de Kamer, en als ondervoorzitter, heb ik vijftien jaar met beide benen in de dagelijkse problemen van het vakbondswezen gewerkt. En het laatste jaar ben ik bijvoorbeeld betrokken geweest bij de begeleiding en coaching van al onze nieuwe collega's in de fractie.

Nee, ik vind het niet jammer dat het oude systeem, waarbij de grootste fractie haar kandidaat naar voren kon schuiven, is afgeschaft. Ik vind het erg goed dat er een open debat en een open verkiezing is. Dus toen de fractie zei: wij gaan je niet naar voren schuiven, ga zelf maar, wilde ik daar graag aan meedoen.''