De mannen laten het afweten

Bij het Nederlands kampioenschap badminton, afgelopen weekeinde in Den Bosch, waren de tegenstellingen weer zichtbaar. Bij de vrouwen, die al een paar jaar tot de wereldtop behoren, maakten verschillende speelsters aanspraak op de titel. Uiteindelijk won de uit China afkomstige Yao Jie. Bij de mannen was er geen sprake van een echte titelstrijd: Dicky Palyama won voor de vierde keer op rij. Technisch directeur en bondscoach Martijn van Dooremalen van de badmintonbond hoopt op meer concurrentie voor Palyama.

De Nederlandse badmintonsters behoren tot de wereldtop, de badmintonners laten het afweten. Wat is daarvan de oorzaak?

Martijn van Dooremalen: ,,Badminton is maar een kleine sport in ons land, je bent afhankelijk van een goede generatie. Bij de vrouwen boeken we al jarenlang successen met speelsters als Meulendijks, Beenhakker en De Wit. Bovendien hadden we het geluk dat buitenlanders als Yao jie en Audina zich in Nederland wilden vestigen. Bij de mannen liggen de zaken anders: Palyama werd ooit jeugdkampioen, daarna kwam er weinig talent door. Maar nu dient de nieuwe jeugdkampioen Pang zich aan.''

Hoe probeert de bond het tij te keren?

,,We proberen beter te scouten en de jeugd op jonge leeftijd met badminton kennis te laten maken. We hebben diverse plannen bedacht om talent op te sporen. Het vreemde is dat sommige regio's meer talenten voortbrengen dan andere. Ook in de diverse leeftijdscategorieën bestaan grote verschillen: in Zuid-Holland zijn meer jongeren die badmintonnen dan in Drenthe.''

Welke doelstellingen hanteren jullie met het oog op de toekomst?

,,Allereerst streven we naar een medaille op de Spelen van 2004. Verder willen we zowel bij de mannen als de vrouwen tot de wereldtop behoren. Dat houdt in dat er minstens één speler of speelster van wereldklasse moet zijn. De Nederlandse overheid stimuleert de breedtesport, daar liggen onze kansen. Al vanaf 1991 werken we aan de populariteit van badminton. Tegenwoordig is het mogelijk om topsport te bedrijven én een studie te volgen. Hopelijk doet de badmintonjeugd daar wat mee.''