Cooder & Galbán

Het Cubaanse avontuur van amateur-etnomusicoloog Ry Cooder, dat zo glansrijk begon met zijn herontdekking van de bejaarde muzikanten van de Buena Vista Social Club, is nog niet ten einde. Collega-gitaarveteraan Manuel Galbán stond op Cooders verlanglijstje voor een samenwerkingsproject, omdat zijn gitaarstijl de ontbrekende schakel vormt tussen koel swingende mambomuziek en de twang van rockgitarist Duane Eddy.

In de jaren vijftig bracht orkestleider Perez Prado de cha cha cha naar Las Vegas en het is de toen over de VS neergedaalde sfeer van het nimmer eindigende cocktailuur, die in alle rust herleeft op de grotendeels instrumentale cd Mambo Sinuendo.

Drummers Jim Keltner en Joachim (zoon van Ry) Cooder reisden mee naar Havana, waar ze letterlijk in kleine kring met contrabassist Orlando Lopez en congaspeler Miguel Díaz musiceerden. Cooder en Galbán laten de gitaarsnaren om beurten klateren op een album dat heerlijk voortkabbelt, maar dat bijna nergens echt wil vlammen. Herb Alpert toetert een nummertje mee en de easy-listeningklassiekers Secret love en Perez Prado's Patricia worden op waardige manier vertolkt. Alsof Ry Cooder er bij voorbaat rekening mee heeft gehouden, dat zijn Buena Vistaproducties vooral aftrek vinden als onopvallende dinermuziek.

Ry Cooder & Manuel Galbán: Mambo Sinuendo (Nonesuch/Warner)