Combattimento Consort feest met The Fairy Queen

Precies twintig jaar geleden ontstond het Combattimento Consort (`de strijd om tot eenheid te komen') als initiatief van conservatoriumstudenten die niet leerden wat ze wilden leren. De studentenclub groeide uit tot een professioneel ensemble, dat dit weekend het vierde lustrum vierde met drie concerten in het Amsterdamse Concertgebouw.

Het hart van de festiviteiten vormde zaterdagavond een concertante uitvoering van Purcells The Fairy Queen een tweeënhalf uur durende stoet van orkestrale dansen, uitbundige koren, verstilde duetten en talrijke geestige scènes. The Fairy Queen ontstond als toneelmuziek bij een bewerking van Shakespeare's A Midsummernightsdream en is dus geen opera, maar een `semi-opera' met gezongen èn gesproken teksten. Het gesproken deel werd door het Combattimento Consort gecoupeerd, waardoor de duur van The Fairy Queen werd teruggebracht tot een aanvaardbare lengte. Zonder synopsis bleef de feitelijke handeling daardoor totaal onbegrijpelijk, maar dat deed weinig af aan de bekoorlijkheid van een befaamde scène als het buitelend en kakelend duet (Now the maids and the men) tussen Coridon (countertenor Patrick van Goethem) en Mopsa (bas Michael George).

Met zijn zwierige en springerige motoriek bewees de gelijkvloers dirigerende Jan Willem de Vriend zich uitstekend thuis te voelen in Shakespeare's sprookjeswoud van elfen, apen, nimfen, groene mannetjes, Chinezen en zwermen klapwiekende cupido's. Vanaf de dansdeeltjes waarmee The Fairy Queen begint, onderscheidden De Vriend en het Combattimento Consort zich door het zichtbaar en hoorbaar enthousiasme waarmee werd gespeeld, dat zich voortzette in bij voorbeeld - de opruiende feeëndans, de boertig versnellende en vertragende horlepiep en de majestueuze symphony aan het begin van de vierde akte.

Gekozen werd voor een concertante uitvoering zonder rekwisieten, maar mét bescheiden blauwe kostuums voor de solisten, waarbij vooral Lynne Dawsons (Fairy Queen) Turandot-achtige sprietenhelm in het oog sprong. Dawson bewees zich met haar warme en heldere geluid als een overtuigende Fairy Queen en ontroerde in de aria If Loves a Sweet Passion. Grappig en vocaal sterk was bas Michael George in de scènes als die van The Drunken Poet en de hier met véél instrumentale gapen begeleidde, in positieve zin slaapverwekkende slaapscène Hush, no more.

Maar vooral het feit dat het Combattimento Consort hier samenwerkte met het Nederlands Kamerkoor maakte deze Fairy Queen tot een vocaal feest – een jubileum waardig. Met een grootse klank door slechts zestien stemmen maakte het Nederlands Kamerkoor met de haar kenmerkende mix van onberispelijke helderheid, zuiverheid en wendbaarheid het allerbeste van de talrijke koorscènes, met het feestelijk slotkoor They shall be happy als hoogtepunt.

Concert: The Fairy Queen van H. Purcell door Combattimento Consort Amsterdam en Nederlands Kamerkoor o.l.v. Jan Willem de Vriend m.m.v. Lynne Dawson, Anthony Rolfe-Johnson, Michael George e.a. Gehoord: 1/2 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 3/2 20 uur.