Beschermde software

Software wordt beschermd via het auteursrecht. Het bedrijfsleven vindt echter octrooien handiger: schenders van octrooien zijn makkelijker aan te pakken. Maar het Europese octrooirecht staat geen octrooien toe op computerprogramma's, tenzij deze in een concreet product zitten. Via deze sluiproute zijn door het Europese octrooibureau tienduizenden octrooien toegekend, waarvan de meeste als `triviaal' worden beschouwd.

Toen de Europese Commissie aankondigde het verbod op octrooieren van software te willen schrappen, schakelde de Kamercommissie voor Economische Zaken in maart 2001 de branchevereniging Fenit en de Vereniging Open Source Nederland in. Zij moesten criteria ontwerpen waaraan software moet voldoen om in aanmerking te komen voor een octrooi. Onzinnige octrooien leiden tot geruzie en processen en dat is voor het bedrijfsleven een onnodige last.

In juli 2001 werden deze criteria aangeboden aan staatssecretaris Ybema. Onderdeel ervan is dat sprake zou moeten zijn van planmatig gebruik van beheersbare natuurkrachten, dat de aanvrager werkende broncode zou moeten hebben, en dat een octrooi alleen de beschreven toepassing zou beschermen.

Daarna is er, noch in Nederland, noch in Europa, iets gebeurd. Het onderwerp is plotseling van de Europese agenda verdwenen en in Nederland hebben de verkiezingen andere aandacht opgeëist.