Balkenende zweert bij daadkracht maar bindt een beetje in nu er een nieuwe Kamer is

Misschien wel het merkwaardigste aan het sedert oktober vorig jaar demissionaire Kabinet-Balkenende is de doctrine van het doorregeren. `Duidelijkheid en daadkracht' had CDA-premier Balkenende de natie beloofd, en ook nadat CDA en VVD het kabinet hadden laten vallen, wilde de demissionair premier die daadkracht laten gelden.

De bij de val van het kabinet door de koningin verstrekte, gebruikelijke opdracht `alles te doen' wat in het landsbelang is, werd door Balkenende c.s. ongekend ruim uitgelegd: zij konden alles doen waarvoor zij een Kamermeerderheid hadden, vonden ze. En die ruime Kamermeerderheid van CDA, VVD en LPF bestond, totdat vorige week de nieuwe Kamer aantrad. Hij bestaat trouwens nog steeds, al is hij na de recente verkiezingen ernstig geslonken.

Dat doorregeren van het kabinet Balkenende was een staatkundig novum, ook al deed Balkenende steeds alsof het de normaalste zaak van de wereld was – ook toen hij ervoor door de Eerste Kamer tot de orde werd geroepen.

Het is nog niet zoveel jaren geleden dat wanneer één lid van de Tweede Kamer zijn hand opstak om te zeggen dat een voorstel van een demissionair kabinet controversieel was, het kabinet zich geroepen voelde het niet bij de Tweede Kamer in te dienen. Het demissionaire Kabinet-Balkenende meende echter alles naar de Kamer te kunnen sturen, waarvoor het een meerderheid vermoedde. Ook de in de afgelopen jaren gegroeide gewoonte dat een wetsontwerp of voorstel niet in behandeling kwam, wanneer er een zogenaamde `substantiële minderheid' tegen was, bleek ineens niets meer waard.

Balkenende ging dus gewoon door met het uitvoeren van zijn regeerakkoord, zei hij. En wanneer tegenstanders van een bepaald onderdeel daarvan al eens in een Kamercommissie iets dreigden te blokkeren, dan werden er in de wandelgangen van het Kamergebouw zoveel leden van de coalitiefracties opgetrommeld, dat de commissie het voorstel toch doorliet. Kamerlid Halsema (GroenLinks) heeft tijdens een nachtelijk ordedebat van de Kamer vorig jaar tegen die gang van zaken geprotesteerd – maar vergeefs.

De soep werd in werkelijkheid misschien niet zo heet gegeten als Balkenende dat wel deed voorkomen. Het aantal voorstellen dat het kabinet naar de Kamer zendt, is sinds oktober wel degelijk afgenomen. Het werd vooral minder toen uit de peilingen bleek, dat de hoop dat CDA en VVD na de verkiezingen van 22 januari probleemloos met een Kamermeerderheid zouden doorregeren, een ijdele was.

Ingeslikt heeft de demissionaire premier de doctrine van het `doorregeren' echter niet. Dus wat let hem, `in het belang van het land', door te gaan met het uitvoeren van het regeerakkoord van het vorige kabinet?

Balkenende's hoogste ambtenaar en ambtelijk adviseur meent in ieder geval, dat het niet zo kan. ,,Het kabinet kan bijna niets meer doen'' na het aantreden van de nieuw-verkozen Tweede Kamer, zei vorige week Wim Kuijken, secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, tijdens het wekelijks politiek café van de VVD in Amsterdam. Het advies, mits opgevolgd, zou inhouden dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de manier waarop het zittende kabinet zijn demissionaire status tot nu toe heeft opgevat, en de manier waarop daar sinds vorige week vorm aan wordt gegeven.

,,We hebben veel moeten doen om te zorgen dat we niet `door het putje' gingen'', onthulde Kuijken nog over het doorregeren. Kennelijk was de ambtelijke top wel een beetje bezorgd geweest over de opgewekte manier, waarop Balkenende zijn staatkundig novum, dat een demissionair kabinet zich naar de Kamer niet meer bescheiden opstelt, introduceerde. Heel belangrijk in het welslagen van de strategie was volgens Kuijken dat de Tweede Kamer ervan afzag over deze noviteit een debat te voeren. Er was alleen een – overigens vrij vinnig – debat in de Eerste kamer, waarbij Balkenende, als het even moeilijk werd, opmerkte dat de Tweede Kamer er toch geen bezwaar tegen had gemaakt?

Maar waarom heeft in de Tweede Kamer niemand dat debat aangevraagd? André Rouvoet, fractieleider van de ChristenUnie, neemt met een grimlachje kennis van Kuijkens onthulling dat Algemene Zaken vorig jaar bezorgd was over zo'n Kamerdebat. Hij had destijds wel een interpellatiedebat overwogen, vertelt hij. ,,En misschien hadden we dat ook moeten doorzetten''. Maar het waren rare tijden vorig jaar, en met dat voortdurende gedoe van de ruziënde LPF-ministers in het kabinet, was de Haagse politiek een beetje murw geraakt. Misschien was de Kamer wel een beetje `gedemoraliseerd', meent hij.

Ook fractieleider Femke Halsema van GroenLinks meent dat het ,,achteraf misschien beter'' geweest was, zo'n Kamerdebat wél te houden. Zij meende destijds echter dat de zaak al verloren was, na de opmerkelijke gang van zaken in de commissievergaderingen.

Op één gebied mag het Kabinet-Balkenende trouwens van iedereen doorregeren, totdat er een nieuw is. Het terrein van de internationale betrekkingen – Irak, en de uitbreiding van de Europese Unie. De wereld heeft nu eenmaal de gewoonte, niet stil te staan totdat in Den Haag de kabinetsformatie is voltooid. En zo zag men dan vorige week het demissionaire kabinet Balkenende in een spagaat in de Tweede Kamer – pogend zowel de PvdA als de VVD (oftewel de nieuwe en de oude potentiële coalitiemeerderheid) ten aanzien van Irak tevreden te stellen.

Ach, 2002 was een bijzonder parlementair jaar, maar dan één waarvan veel Kamerleden hopen dat het weinig precedentwerking zal hebben. Sommigen in politiek Den Haag hebben zich pijnlijk gerealiseerd, hoe kwetsbaar het politieke systeem is.

Wie – om een voorbeeld te noemen – naar het oordeel van de inlichtingendienst AIVD chantabel is, kan geen beheerder van de fietsenstalling van een ministerie worden, maar wel minister-president. De screening op betrouwbaarheid, strafrechtelijk verleden, belastingschuld enzovoorts worden voor bewindspersonen in Nederland namelijk verricht door de formateur, die later minister-president wordt en voor die screening de politieke verantwoordelijkheid neemt. Maar wie screent de premier? Niemand. Ja, de koningin misschien, die hem benoemt. Maar die benoeming valt dan weer onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de premier.

De Tweede Kamer kiest deze week een nieuwe voorzitter. Kandidaten zijn F. Weisglas (VVD), G. Verburg (CDA) en Th. de Graaf (D66).