Advies: niet één maar twee basispakketten zorg

Een nieuw ziektekostenstelsel kan heel goed twee basispakketten aanbieden: een voor iedereen toegankelijk breed pakket en een smaller, maar verplicht verzekeringspakket.

Dat zegt de Gezondheidsraad in het advies Contouren van het basispakket dat vanmiddag aan waarnemend en demissionair minister de Geus (CDA) van Volksgezondheid zou worden aangeboden. De Gezondheidsraad adviseert in tegenstelling tot een eerder aanbeveling van de Sociaal Economische Raad (SER) dat in het verplichte pakket tenminste ook de huisartsenzorg moet zitten. De huisarts bevordert de doelmatigheid van de zorg, aldus het advies.

Twee pakketen zijn volgens de Gezondheidsraad niet in strijd met het idee dat gezondheidszorg voor iedereen – rijk en arm, jong en oud, gezond en ziek – toegankelijk moet zijn. Een voorwaarde is dat zorgverzekeraars iedereen verplicht accepteren.

Toenmalig minister Borst (Volksgezondheid) vroeg de Gezondheidsraad twee jaar geleden om criteria te ontwikkelen voor de omvang van het basispakket. De discussie hierover is actueel nu als gevolg van grote uitgavenstijgingen de betaalbaarheid van de gezondheidszorg in het gedrang lijkt te komen. De toekomstige coalitieregering moet zich uitspreken over de invoering van een nieuwe basisverzekering die het huidige ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekering in één verplichte zorgverzekering samenvoegt.

Het demissionaire kabinet Balkenende sprak vorig jaar af dat het basispakket ongeveer gelijk zal zijn aan het huidige ziekenfondspakket. Ook voormalig minister Borst opteerde voor één basispakket.

Volgens de Gezondheidsraad moet het verplichte pakket de burger beschermen tegen onverstandige beslissingen. Een voorbeeld hiervan is het afzien van een verzekering tegen preventie van en zorg voor infectieziekten. Tevens moet het zogenaamde liftersgedrag worden tegengegaan. Mensen verzekeren zich niet omdat ze ervan uitgaan dat anderen zo solidair zijn dat die uiteindelijk de kosten toch wel voor hun rekening nemen.

De Raad zegt dat voordat over de omvang van het basispakket kan worden besloten, eerst een ,,nationaal beoordelingskader'' moet worden ontwikkeld. Hierin worden zowel de individuele ziektelast als het effect op de kosten gewogen.

Dergelijke criteria zijn momenteel niet beschikbaar. Verder meent de raad dat niet zozeer de wetenschap maar de politiek uiteindelijk moet beslissen welke zorg in het basispakket thuishoort. Ook is het aan de politiek om te beoordelen of de twee voorgestelde pakketten uiteindelijk toch niet in elkaar geschoven moeten worden.